Voor ons betekent een talent een vaardigheid, een aanleg voor iets
In de tijd van Jezus is talent de grootste geldeenheid. Een talent is gelijk aan 6.000 denarien of daglonen. 1 talent is 600.duizend euro 5 t. :3 miljoen 10 t.: 6 miljoen
Het gaat in het evangelie over fabelachtige getallen: een fortuin.
Hier zit reeds de eerste boodschap van het verhaal:
De Heer leverde heel zijn bezit uit aan zijn dienaren, heel zijn fortuin
God heeft dat gedaan met zijn schepping
Hij heeft ze volledig toevertrouwd aan de mensen.
We hebben veel ontvangen: het heelal, de wereld, de kunst, ons leven
Handen om te werken, armen lang genoeg om iemand te omhelzen
Een fortuin aan mogelijkheden.
De parabel wil os bewust maken van het formidabele vertrouwen dat God in ons stelt.
Maar er is nog meer- God geeft niet alleen zijn bezit
Hij zelf wil in ons wonen. Hij geeft zichzelf: zijn liefde
Wij zijn kinderen van God, zijn geliefde zonen en dochters
Dat is de grote rijkdom van het evangelie
Ik herinner dan de woorden van Marcel De Messemaecker,
Een bekeerling die enthousiast kwam spreken over zijn bekering toen we op het seminarie waren
Hij herhaalde dikwijls: Ge weet niet hoe rijk ge zijt.
God vertrouwt ons niet alleen zijn schepping toe maar heel zijn kapitaal aan liefde
Wij moeten het gestalte geven aan zijn liefde.
God nodigt ons uit iets te maken van ons leven. Het geloof moet vruchten dragen
U voelde het duidelijk bij het lezen van het evangelie:
Het accent ligt bij de derde dienaar. We voelden het aan dat het gin mislopen, en toch:
Hij heeft niets verkeerds gedaan, het geld van zijn heer niet verduisterd , niet verbrand,
Maar zorgvuldig bewaard. Want ik was bang zei de derde dienaar
Angst kan een mens futloos en besluitloos maken
Geloof moet tot uiting gebracht worden in concrete daden, maar wie doet, maakt vouten
Wie iets onderneemt, loopt risico’s
De derde dienaar zegt: Ik was bang dat ik het niet goed zou doen
Ik was bang van wat de mensen zullen zeggen
Bij Matteüs zijn bange mensen vaak klein-gelovigen
Tegen Petrus die bang was van de storm het water zegt hij: kleingelovige, waarom hebt ge getwijfeld
We hoeven niet bang te zijn van God.
Integendeel: Hij heeft ons vertrouwen geschonken
Goed proberen te leven en te doen
En daarbij falen en fouten maken is niet erg
Maar niets doen, je onttrekken aan je verantwoordelijkheid, dat is uit den boze
De rijkdom van Gods liefde moet je delen.
Want als mensen dat niet weten zijn ze arm, heel arm
En volgende zondag zullen we horen waarin die liefde bestaat
Als gezegd wordt: Heb je mij gezien toen ik honger had.