33e zondag door het jaar (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen

Ik herinner me nog hoe Patrick De Winne die ooit een ruimtereis maakte over zijn indrukken vertelde. Hij was het meest onder de indruk gekomen van de blauwe atmosfeer die onze aardbol omgeeft. Van op 300 kilometer hoogte leek deze rand zo dun, zo broos, zo kwetsbaar, hoogstens 30 km dik. Hij was zich plots bewust van de broosheid van die beschermende gordel rond de aarde. Zonder kunnen wij niet leven. Wij ademen de lucht in, we genieten van de zon, de regen bevrucht de aarde, de koude winter geeft aan de natuur rust, en de lente doet alles weer open bloeien. Er is toch zo een wonderbaar evenwicht in de natuur. Dat alles in die vliesdunne rand rond onze wereld. En hij deed een oproep: laten we er zorg voor dragen.

Welnu: de mens is de rentmeester aan wie God de schepping heeft toevertrouwd. Daarover gaat o.a. het evangelieverhaal van vandaag. God vertrouwd ons de schepping toe, ieder naar zijn vermogen, naar zijn mogelijkheden. In de parabel wordt niet gezegd wat de dienaren moeten doen; wel dat ze verantwoordlijk zijn voor wat hen gegeven wordt. Dat verhaal gaat natuurlijk over ons, zoals elke parabel in het evangelie. Hoe gaan wij om met de schepping, door de Schepper aan ons in pacht gegeven? Hoe gaan wij om met de natuur en met de mensen?

Hoe gaan wij, gelovige mensen, met Gods schepping om? Hoe gaan wij, christenen om met onze medemensen. Wat zegt het evangelie daarover? De parabel zegt dat mensen en dingen ons zijn toevertrouwd, dat we er echt zorg moeten voor dragen. Zij zijn als kostbare goudstukken die ons zijn toevertrouwd en die wij moeten doen renderen. Goudstukken worden in die tijd talenten genoemd. Voor ons zijn talenten positieve dingen, waarden. Dienstbaarheid, edelmoedigheid, vertrouwen, liefde, zorgzaamheid zijn talenten. Egoïsme, luiheid, onverdraagzaamheid, verspillingszucht zijn negatieve dingen, on-waarden. De parabel zegt: vermenigvuldig je talenten. Als je dat doet dan zal God je zeggen: kom bij Mij binnen en vier feest met mij. Dat is werken aan Gods rijk. Die inzet schenkt vreugde. Dat is dus meer dan meer dan burgerzin of solidariteit. Het is ook de zaak van God, zegt het evangelie.

Het voornaamste schepsel is echter de mens. Draag zorg voor de mensen en geef aan elke mens meerwaarde, maak het leven voor de mensen steeds menselijker, steeds beter. Geef aan de medemensen meer kansen. Wij moeten onze talenten gebruiken in dienst van de mensen.

Hoe we dat moeten doen, staat nergens geschreven in het evangelie. Wel doet Jezus een oproep tot inzet. Niet achter de kachel blijven zitten of in de zetel met de handen in de schoot. Er gaan heel veel talenten verloren omdat veel mensen hun talenten voor zich houden. Vrijwilligers hebben wij nodig, mensen die hun talenten ter beschikking stellen van de medemensen, van de gemeenschap. Dat is ook werken aan het Rijk Gods in deze wereld. Zij zullen er deugd aan beleven… Het staat in de parabel.

Ik wil ook nog iets zeggen over de derde rentmeester van de parabel. Hij is bang voor de heer die hem zijn talenten gaf. Hij kreeg duizend goudstukken en gebruikt ze niet, omdat hij een negatief beeld van God heeft. Voor hem is God de strenge rechter: het alziende oog dat ons in ‘t oog houdt en klaar staat om ons te straffen. Die man laat de anderen niet profiteren van de talenten die hij bezit. Hij durfde geen enkele risico nemen uit faalangst misschien. Deze man durft zich niet inzetten om zijn talenten te gebruiken. Hij sluit zich op in zichzelf en zijn leven draagt zo geen vruchten. Hij kent dus ook niet de vreugden van de inzet, van de arbeid. Aan wie niets positiefs doet, wordt geen levensvreugde gegeven. Wie zich niet inzet voor het Rijk van God mist veel. We moeten dat goed beseffen. Wie alleen voor zichzelf zorgt, draagt geen vruchten, kent geen echte vreugde, de vreugde waarover het evangelie spreekt. .

Enkele jaren geleden was er een beweging op gang gekomen. Een Duits geleerde riep alle christenen op meer dan ooit op te komen voor vrede, gerechtigheid en de heelheid van de schepping. In onze vieringen zingen we nog vaak het lijflied dat gezongen werd in Bazel tijdens de eerste oecumenische bijeenkomst van dit conciliair proces. ‘Samen luisteren, wat God de Heer ons zegt: gerechtigdheid en vrede in omhelzing…'

Wij moeten positief werken aan vrede en gerechtigheid en ook aan het bewaren van de heelheid, de gaafheid van de schepping. Jammer dat we van dat conciliair proces niet veel meer horen. Dit was een oecumenische oproep tot alle christenen van alle belijdenissen: woeker met je talenten voor het behoud van de vrede, zet je met hart en ziel in voor meer gerechtigheid in de wereld, en draag zorg voor de natuur, Gods schepping in Jezus’ Naam. God zal ons dan zijn vreugde schenken en de wereld zal er goed bij varen. Dat is de belofte van Jezus Christus in het evangelie van vandaag.

Zoeken in Preken Online