O, wij zijn zo voorzichtig geworden! Wij hebben ons geloof en onze liefde in de grond gestopt, omdat we bang zijn voor de terugkomst van de Heer.
Op het einde van zijn leven heeft Jezus een zending gegeven aan zijn leerlingen en aan de kerk. Dat moeten we blijven doen totdat Hij terugkomt. Alles wat Hij heeft, heeft Hij aan ons gegeven. Zijn Liefde, Zijn Woord, Zijn Lichaam en Zijn Bloed! Van ons wordt er gevraagd dat het opbrengt, dat het vruchten oplevert. Daarvoor moeten we tot aan de ‘grenzen’ gaan en overal de ‘blijde’ boodschap verkondigen. Elk volgens zijn talenten en mogelijkheden. Je moet wel risico’s durven nemen. Wat je met Gods Woord doet in je leven is een risicovolle belegging. Als je bang bent van beleggen, dan stop je Gods Woord in een kous of in de grond, uit angst, maar dan brengt het niets op.
Beste mensen we zullen er niet goedkoop van afkomen. Matteüs is in zijn evangelie niet mals. Hij heeft te maken met een geloofsgemeenschap, zeg maar parochie, die noch koud, noch heet is, maar lauw. Hij heeft te maken met futloze christenen. Er is geen beweging in te krijgen. Ze verstoppen hun talenten om niets te moeten doen voor de kerk. Ze vinden dat ze al genoeg doen. We doen niets verkeerd zeggen ze, en we onderhouden de regels. Meer moet dat niet zijn.
Maar Matteüs kan hier niet mee akkoord gaan. Jezus is geen harde en veeleisende meester, maar Hij verwacht wel veel van ons. Namelijk, dat we als gelovige leven naar de maat van Zijn liefde. Hij vraagt niet een beetje, of iets, neen Hij vraagt alles. Want het gaat er Hem om dat Zijn Woord het maximum aan vruchten voortbrengt. Je inzet voor dat Woord is van kapitaal belang. Want het opent perspectieven voor alle mensen. Het is levensnoodzakelijk voor de Kerk en voor de komst van Zijn Koninkrijk. En wat je dus gekregen hebt aan talenten en liefde, moet je allemaal inzetten, beleggen met liefde! Niet méér, maar ook niet min.
Begrijpelijk dat er mensen zijn die schrik krijgen. Ze zijn bang van God, bang van zichzelf, bang van hun vingers te verbranden, Bang om initiatieven te nemen en de handen uit de mouwen te steken. Ze hebben geen verbeeldingskracht. Ze begraven zelfs hun verleden, om niets te moeten doen voor de toekomst.
Zoals bvb. De vrt verzuimde om de plechtigheden in Ieper, rond de negentigste verjaardag van het einde van de oorlog, op 11 november, rechtstreeks uit te zenden. Op alle andere zenders wel, maar niet hier, waar het zich allemaal afspeelde en afspeelt. Blijkbaar is men verblind door de naaktkalender. En prikkelt dat meer, dan je verantwoordelijkheid op te nemen voor de gemeenschap.
We laten onze verantwoordelijkheid voor de toekomst vallen voor onmiddellijk genot, succes, plezier. Zoals een dame via internet reageerde op de vraag: had de vrt de herdenking rechtstreeks moeten uitzenden, als volgt. Ik siteer letterlijk:
Nee waarom Nee zie niet in waarom, die zever is al zo oud dat de jeugd daar geen behoefte aan heeft, wat er toen is gebeurd kan ons eigenlijk niet schelen dat was toen, we leven in het heden en niet in het verleden… wij hebben nooit achter oorlog gevraagd en nee in mijn ogen hoefde die uitzending niet live nee laat ons aan leuke dingen denken niet aan pijnlijke we kunnen toch niet treuren om mensen die we nooit gekend hebben?
Ja, mensen, als je het mij vraagt? Als we meebouwen aan een wereld, waar het goed is om te leven. Waar geen haat en geen oorlog meer is?, Dan zijn we goed bezig!? Steek alles maar in de grond en doe alsof je neus bloedt. En laat het werk maar aan anderen over.
Als je zo bezig bent, moet je niet verwonderd zijn wat er je te wachten staat!
En nu citeer ik het evangelie: Neemt hem alles af, en geef het aan diegene die het meest heeft. Want mijn Woord moet gedijen. Zoveel als mogelijk moet het opbrengen. En smijt die dienaar buiten in de duisternis. Ik kan toch niets met hem aanvangen. Daar zal geween zijn en tandengeknars.
Zusters en broeders, ieder van ons heeft iets gekregen. Elk naar de maat van zijn talenten en mogelijkheden. Maar allen kregen we de gave om lief te hebben. Stop die liefde niet in de grond. Maar beleg ze in daden van liefde. Zodat je van de Heer mag horen: ‘Over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen'.
Amen.