De bange knecht

A-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen

Het is altijd het makkelijkste als je bij een parabel onmiddellijk de personen van die parabel kunt invullen met mensen uit de werkelijkheid. Dus bij deze parabel: die heer die naar het buitenland vertrok is Jezus, die man met die vijf talenten is het joodse volk, die man met die twee talenten is het Samaritaanse volk, en die man met dat ene talent is de leiding van Israël. Maar dat gaat in deze parabel niet.

Op de eerste plaats moeten we goed beseffen dat Jezus deze parabel vertelde aan zijn leerlingen, dus aan mensen van wie hij veel hield. Op de tweede plaats moeten we beseffen dat die leerlingen, dus ook wij, nu eens de rol spelen van die man met vijf talenten, dan weer de rol van de man met de twee talenten, dan weer de rol van de man met dat ene talent en dan weer de rol van die heer.

Nu springt er één figuur in deze parabel onmiddellijk in het zicht. Dat is die man met dat ene talent. Daar wordt het meeste over gezegd. Over hem gaat het in de eerste plaats. En die man moet een van de leerlingen zijn of iemand van ons.

Wat is er met die man aan de hand? Hij is bang. Hij is zo verschrikkelijk bang, dat hij geen risico durft te nemen. Hij verbergt zijn talent. Hij begraaft het onder de grond, en hij is blij dat hij het weer terug kan geven aan die heer: ‘Hier hebt u uw eigendom terug’. God dank, hij is er vanaf! Die man is bang. Daarom doet hij niets. Hij durft niets. Hij komt niet tot ontplooiing, hij kruipt voortdurend in zijn schulp. En dat allemaal uit angst.

En die man wordt in deze parabel duidelijk veroordeeld. Er wordt door Jezus overduidelijk gezegd: die man is fout, helemaal fout. Van zo’n mens blijft niets over. Zo’n mens is nergens meer. De parabel zegt het zo: hij ligt er naast, hij wordt buiten geworpen. Hij raakt zelfs nog kwijt wat hij heeft. Hij is echt nergens meer. Als we het in gewone huis-, tuin- en keukentaal moeten zeggen, dan zegt de parabel ons: mensen, wees nooit bang. Doe niets uit angst en laat niets uit angst. Want angst is altijd fout. En als je je door angst laat beïnvloeden: je bent echt nergens meer.

Laten we nu die man gaan invullen. Dikwijls zijn wij die man. We laten ons te vaak bang maken. We durven iets niet, want wat zal hij er wel van zeggen. Je doet iets niet, want je bent bang dat er iemand kwaad wordt. Je kiest geen partij, want je bent bang dat je een vriendschap verliest. Je durft niet tegen iemand te zeggen, dat je in de put zit, want wat moeten ze wel van me denken. Je durft niet te zeggen wat je ideaal is, want je bent bang dat anderen je gek zullen vinden. Je durft niet voor je geloof uit te komen, want je bent bang voor anderen. Je doet dus maar niets, dan kan er ook niets gebeuren. En straks geef je je talenten ongeschonden maar ook ongebruikt terug. Ziezo, daar ben ik vanaf.

Het evangelie zegt ons: mens, wees niet bang, wees nooit bang. Durf jezelf te zijn. Er zijn ons talenten toevertrouwd. Laten we ze gebruiken, en risico’s nemen. Heel kort gezegd: het evangelie rekent af met angst. Jezus is iemand die ons juist van angst verlossen wil. Wie bang is moet zich door de Heer van die angst laten verlossen.

Daarom kan die Heer uit de parabel ook Jezus niet zijn. Als die heer zegt: je wist toch dat ik hard ben en oogst waar ik niet heb gezaaid, dan is het duidelijk dat Jezus die heer niet is. Nee, die heer zijn wij soms. Als wij anderen bang maken. Dit komt levensgroot uit deze parabel naar ons toe. Maak een ander niet bang. Vraag je dat dikwijls af: is er iemand bang voor mij? Durft iemand iets niet te doen, omdat hij bang is voor mij? Ben ik angstaanjagend door mijn oordeel, mijn kritiek? Dan zijn wij de oorzaak dat een ander niet uit de verf komt, dat een ander zichzelf niet durft te zijn.

Veel wordt verknoeid door angstaanjagerij. Het evangelie rekent af met alle angst. Het is maar dat we het weten…

Zoeken in Preken Online