33e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen

De laatste parabel van het jaar gaat over het gebruik van de talenten. Zij is weer eerst tot de leerlingen gericht. Zij eerst moeten wat ze krijgen tot groei brengen. Eerst en vooral is echter ook deze parabel te begrijpen als een tegenstelling tussen wat Jezus van de leiders van Israël verwacht en wat sommigen onder hen ervan gemaakt hebben. De leerlingen moeten de goede leiders navolgen. Dezen hebben hun talenten verdubbeld.

‘Die de vijf talenten gekregen had, ging er terstond mee werken’. Hoe bijbels is dat zinnetje! Hoe evangelisch is dat woord! De boeken van onze Testamenten zijn fundamenteel een geschiedenis van schepping, van zegen, van arbeid en opbrengst en oogst en vruchten. De wereld is een akker. Israël is een wijngaard. De Messias is een zaaier. De leiders van Israël zijn herders. Hun kudden dragen duizendmaal. Het volk groeit en bloeit en plant zich steeds rijker voort. De boeren, de herders, de vissers, de wijnbouwers zijn alomtegenwoordig. Naast hen staan de vrouwen van waarde, over wie het boek der Spreuken dicht: ‘Roemt haar om de vruchten van haar handen en prijst haar bij de poorten om haar werken’. God geeft en de mens die werkt, die meewerkt, verdubbelt de gave.

Die het ene gekregen talent in de grond verbergt, is de slechte leider van Israël. Zijn Heer komt terug, ’een hele tijd later’, en krijgt zijn ene talent precies terug zoals Hij het zijn dienaar had toevertrouwd. Het is natuurlijk niet veel meer waard. De slechte beheerder is bang geweest. Hij wist nochtans dat het geld is zoals de mens. Als er niets mee gebeurt, als er niets mee gedaan wordt, devalueert het na korte tijd. Zo devalueert ook de mens met wie niets gebeurt, aan wie niets gevraagd wordt, die niet aangesproken wordt en die op niets antwoordt als hij gevraagd wordt. Het is met hem zoals op het einde van de parabel: ‘Aan ieder die heeft, zal gegeven worden, maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden zelfs wat hij heeft’. Geld en geloof in de kous brengen niets op.

Een mens, die drie keer wordt uitgenodigd en die drie keer weigert, wordt de vierde keer niet meer gevraagd, noch voor een werk, noch voor een feest. De vrouw, die altijd kinderen weigert, krijgt ten langen laatste niets meer in de schoot geworpen. Het leven gaat aan haar voorbij. Ze wordt oud en weet zelfs niet aan wie ze haar begraven talent kan teruggeven. Het weinige dat ze heeft wordt haar nog ontnomen.

Zo is het met de vruchtbaarheid, zo is het met de rijkdom, zo is het met het leven zelf. Zo is het met het leven van Gods volk, dat aan slechte leiders is toevertrouwd. Vele Farizeeën, schriftgeleerden en priesters hebben, zoals veel profeten en koningen van Israël, de komst van de Messias voorbereid, met hun één of twee of vijf talenten gewoekerd. Als Jezus optreedt volgen ze Hem met blijdschap. Ze verwittigen Hem als Herodes Hem wil vermoorden. Ze komen in de nacht om naar Hem te luisteren.

Anderen hebben hun talent begraven en wanneer de Messias ’na lange tijd’ komt, is de onvruchtbaarheid van hun leven een hinderpaal om zich te bekeren en om het volk te gaan dienen in de kring van Jezus’ leerlingen, zoals Johannes en Andreas, die Jezus volgen op het woord van hun meester Johannes de Doper, zoals Matteüs die zijn Farizeeën en zijn levieten achter zich laat, zoals Simon, die zijn Zeloten laat staan.

De oude leiders van Israël kunnen aansluiten bij de nieuwe, bij de leerlingen, bij allen aan wie de Messias talenten geeft. Vijf of twee of één talent ontvangen maakt geen verschil uit dat telt. Wat telt is dat iedere leider werkt met wat hem ’naar zijn bekwaamheid’ is toevertrouwd. Wat telt is binnen te gaan in de vreugde van de Heer. Wie zijn talent begraaft, zal nooit die vreugde kennen.

Zoeken in Preken Online