Iedereen heeft talent

A-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen

Als iemand begraven wordt, die zeer verdienstelijk werk geleverd heeft, leest men bij voorkeur dit evangelie van de talenten om aan te tonen hoe hij met zijn talenten gewoekerd heeft, en wij bidden dat hij daarom mag binnengaan in de vreugde des Heren. Maar alle talenten zijn niet zo opvallend, er zijn ook heel alledaagse talenten die even waardevol zijn, ook als men daarover niet zo veel weet te zeggen.

Ik denk aan een priester, waarvan de mensen zeggen dat hij niet zo bijzonder getalenteerd is, maar die elke dag trouw, heel zijn leven lang, zijn dienst verricht heeft. Is die trouw dan geen talent? Of een moeder, een heel eenvoudige moeder, zoals de mensen dan zeggen, die heel haar leven lang zelfvergetend in dienst heeft ge¬staan van haar gezin. Is die verborgen dienstbaarheid dan geen talent?

Aan ieder van ons heeft God een kostbare schat aan talenten toe¬vertrouwd: Kijk maar eens om je heen. Kijk maar eens naar elkaar. En zie al die talenten: de liefde en de zorg van de moeders, de werkzaamheid van de vaders, de blijdschap van de jeugd, de wijze rust van de bejaarden, de kennis van de gestudeerden, de vaardigheid van de arbeiders. Onnoemelijk veel talenten en moge¬lijkheden zijn aan ons toevertrouwd, maar ze zijn ons wel allemaal toevertrouwd ten bate van anderen. Niemand mag zijn talent voor zich alleen begraven, hij moet er mee werken zodat hij er anderen gelukkig mee kan maken.

God verwacht van ons dat wij bij het beheer van dit kapitaal ver¬standig te werk gaan, dat wij onze talenten metterdaad gebruiken. Een Engels parlementslid zei eens hooghartig tegen een arbeider¬afgevaardigde: ‘Uw vader heeft indertijd nog de schoenen van mijn vader gepoetst.’ De man antwoordde: ‘De vraag is niet of hij de schoenen van uw vader heeft gepoetst, maar wel of hij ze goed gepoetst heeft.’

Zo zal God ons ook niet vragen: ‘Hoeveel talenten heb je gehad?’, maar: ‘Wat heb je met je talenten gedaan? Heb je ze werkelijk gebruikt, of heb je ze in de grond gestopt?’

Aan het begin van ons bestaan stond God, die ons samen met ons leven een pakket talenten heeft meegegeven, die voor ons een gave maar tevens ook een opgave betekenen. Wij zijn niet vooraf geprogrammeerd tot wat wij worden, zoals een eikenboom in een eikel, of een beukenboom in een beukennootje, neen, God heeft ons als vrije wezens geschapen en wij kunnen voor een groot deel ons eigen leven programmeren. De mens is altijd een wezen in wording en aan die groei en wording kan hij elke dag een richting geven. Voortdurend kunnen wij kiezen tussen mogelijkheden en hoe wij ook worden bepaald door erfelijkheid en omgeving, toch blijft de mens in wezen vrij en heeft hij de ontwikkeling van zijn bestaan voor een groot deel in eigen handen.

Juist omdat een mens vrij is, is hij ook verantwoordelijk voor de richting die hij aan zijn leven geeft. Immers ieder mens kent het verschil tussen goed en kwaad. Ieder mens weet en voelt dat hij zelf verantwoordelijk is voor zijn daden. Hij weet heel goed dat hij zijn eigen geluk niet mag grijpen ten koste van het geluk van anderen. God stond aan het begin van onze levensweg. Hij zal ook staan aan het einde van onze levensweg. Dan zal Hij rekenschap vragen over de wijze waarop wij die talenten beheerd hebben, hoe wij zijn kapitaal hebben laten renderen. God ziet in het verborgene en Hij weet elk talent naar waarde te schatten. Als wij van ons bestaan iets waardevols hebben weten te maken in zijn ogen, zullen wij uit zijn mond de woorden mogen horen: ‘Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van de Heer.’

Veel menselijke talenten zullen ineenschrompelen, zullen devalue¬ren op het ogenblik van het oordeel. Het zijn niet altijd de talenten, waar mensen tegenop kijken, die God zal zoeken. God zoekt vooral het talent van de liefde, dienstbaarheid, eenvoud en offervaardigheid.

Zoeken in Preken Online