Jezus' droom

A-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen

Men zocht naar een bekwaam iemand. Hij was snel gevonden, want men was tegen een opvallend talent aangelopen, een hoogleraar met buitengewone kwaliteiten. Er was echter een probleem. De man had steeds al zijn talenten omgezet in zilver en goud. Zijn bijbanen en functies brachten geld in het laadje. Toen was het gauw afgelopen.
Twee betekenissen van talent komen hier voor de dag: talent als kwaliteit, als gave die je in het leven hebt gekregen. Denk maar aan gaven als sportiviteit, intelligentie, kunstzinnigheid, tederheid, enthousiasme. Mensen, die aanstekelijk werken, bemoedigend naar anderen. De een heeft veel humor, een ander is een goede vredestichter, ga zo maar door. Kostbare gaven, die je niet moet verdonkeremanen. Door ermee te werken, kun je ze vermeerderen. Ze worden steeds vruchtbaarder, voor de bezitter evengoed als voor zijn/haar omgeving.
Toch is het de moeite waard om ook de betekenis te zien van talent als geld. Een talent is ongeveer 60 kilo goudwaarde. Niet zo weinig. Jezus drukt verschillende malen zijn verbazing uit over de manier waarop mensen bereid zijn zich in te zetten voor het geld en goed van deze wereld. Ze hebben er vaak letterlijk alles voor over. Ze offeren er alles aan op. Alles. Leven, gezondheid, eer en integriteit worden ingezet om maar winst te maken. Jezus is niet alleen verbaasd en in zekere zin ook verwon¬derd bij dit soort van ijver, maar Hij blijft mensen die zo bezig zijn kinderen van de duisternis noemen. Je kunt nu eenmaal dit soort interesse in geld niet combineren met interesse in de mensheid.
In de parabel klinkt ook nog een ander geluid, de nadruk ligt dan op het woord van de derde man: “Ik was bang.” Je kunt je bang laten maken omdat je je vergist in de man die tegenover je staat. In jouw ogen wordt hij een tiran, die strengheid op strengheid stapelt. Je kunt je laten verlammen door de geweldige prestaties van anderen, die schijnbaar met het grootste gemak de vrucht van hun werk te voorschijn toveren. Je eigen kleine bijdrage valt daarbij in het niet.
Angst maakt je machteloos en werkeloos. Je doet dingen niet omdat ze zullen zeggen… Je zegt dingen niet, want men wijst je na met de vinger; men laat je links liggen. Je begraaft je talent en neemt liever geen risico’s; je steekt je nek niet uit.

Het pleidooi van dit stukje evangelie is: juist in het licht van het einde en de komst van de Heer moet je risico’s nemen. Je moet werken met de jou gegeven talenten. Investeer je energie in het leven: alles wat je hebt, krachten en ideeën, je geld en je goed. Zo haal je er kwaliteit van leven uit, Je overwint je angst en je krijgt er weer zin in. Dan ga je ontdekken, waar men je nodig heeft en hoeveel er te doen valt. Doe je niks, begraaf je je talent, dan - teer je in.
Stel je voor dat wij, de kinderen van het licht - Paulus noemt ons zo in de eerste lezing - met dezelfde ijver de verwerkelijking van Gods Koninkrijk zouden nastreven. Stel je voor dat we ons zo efficiënt en geraffineerd zouden inzetten om aan bod te komen in de politiek, in het onderwijs, in onze woonomgeving, op onze werkplek. Stel je voor dat al die energie, nu samengepakt in bankgebouwen, waardepapieren en bankrekeningen, besteed zou worden aan opvoeding, gezondheidszorg, voedselvoorziening, gezond milieu. Daarover liep Jezus tijdens zijn leven te dromen. Gelukkig zijn er nog steeds van die mensen. Tenslotte zullen zij de mensheid eens thuis brengen.

Zoeken in Preken Online