Onze inbreng beslist

A-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen

Wij leven in een wereld waarin talent hoog staat aangeschreven. Pianospelen of wiskunde, sport of een goed diner klaarmaken, er is vraag naar mensen die ergens in uitblinken. Wie een kleine Van Gogh of Rubinstein is, moet dat waar kunnen maken. Dat woord talent is inderdaad afkomstig van deze parabel die Matteüs van Jezus heeft opgetekend. Maar toch zou Jezus vreemd opkijken als Hij van onze talentenjachten zou horen. Talent betekende in zijn tijd alleen maar een bepaald gewicht, zoals hij ons een kilo of een ton. Om precies te zijn werd met een talent het gewicht van ongeveer zestig kilo goud aangegeven. De drie uit zijn verhaal zijn dus een soort penningmeesters waarvan de eerste voor een ton, de laatste voor half miljoen moet zorgen. De drie thuisblijvers zijn financiële gemachtigden van hun baas. De één kan meer geld beheren dan de ander, maar daarmee is dan ook alles gezegd. Van bijzondere aanleg is geen sprake.

Daardoor wordt het meteen veel duidelijker waarover het verhaal gaat. Jezus wil de toekomst van onze wereld niet voorstellen als een sterrenparade. Het goddelijke is niet op zoek naar uitblinkers. Wat zou het anders betekenen voor die ontelbaar velen zonder enige naam in deze wereld? Wat zou het een ramp zijn voor die onafzienbare menigten mensenkinderen die nooit enige kans kregen voor ontwikkeling. De Eeuwige is niet bezig met kleine en grote wonderkinderen die moeten uitgroeien tot supersterren om zo hun eeuwige toekomst veilig te stellen. Jezus heeft het over iets anders. Als de onnutte knecht wordt buiten gegooid dan is dat niet omdat hij naast gitaar geen saxofoon heeft leren spelen, maar omdat hij zich met zijn muziek nergens voor heeft ingezet. Om inbreng in het geheel, daar gaat het om. Jezus weet wat mensen bezighoudt en hoe ze zich met een beroep op hun bijzonderheid kunnen ingraven op de plek waar ze leven. Maar daarnaast ziet hij ook dat wij mensen onszelf kunnen vergeten en overstijgen in solidariteit. Die Galileeërs, zoals Petrus en Johannes koos hij niet als zijn leerlingen omdat zij zulke goede vissers waren. Hij begon met die mannen uit Kafarnaüm en niet te vergeten met hun naamloze vrouwen, vanwege hun duif om alles los te laten en zich in te zetten voor de toekomst van hemel en aarde. Hij zag hun inzet voor de harde realiteit van hun dagelijks bestaan. Die inzet bepaalde zijn keuze voor hen. In die inzet vond hij ieder mens op aarde, klein of groot, van belang. Het zijn hun geloof, hoop en liefde, waarmee een nieuwe wereld wordt gewonnen.

Hoe onvoorstelbaar is dit, zolang wij ons in onze eeuw nog steeds vergapen aan onze kampioenen. Hoeveel moeite hebben wij dan om te investeren in deze fundamenten van het leven zelf. Waar zullen we mensen vinden die daarmee aan de gang gaan. Dat brengt dat loflied uit het boek Spreuken zo prachtig onder woorden: Een sterke vrouw wie zal haar vinden? Wie zal er oog voor hebben, voor zoiets gewoons als levensmoed. Dat is geen lofzang op haar schoonheid. Dat is zelfs geen lofzang op haar kwaliteiten als een superhuisvrouw uit de joodse oudheid. Zij krijgt geen prijs voor spinnen of weven. De vrucht van haar handen is het, waar het om gaat. Het is een loflied op het bijna onvindbare achter alle aan¬leg of kunde, de ziel waarmee het gedaan wordt. Daardoor werpt het vruchten af voor de armen, de behoeftigen. Zij voert geen show op van haar huishoudelijke vaardigheid. Zij graaft zich niet in in haar rol als vrouw-des-huizes. Haar inbreng in de gemeenschap is winst voor iedereen binnen de poorten van de stad.

Alle eeuwen door zijn er miljoenen van zulke onvindbaren geweest die winst hebben gemaakt voor een beter leefbare wereld. Mensen die niet bang waren om te investeren in liefde. Franciscus of Gandhi, Mandela of Jezus zelf. Maar achter en voor hen staan naamloos die onafzienbaar velen die door hun inzet de gren¬zen van de uitzichtloosheid hebben weerstaan.
Het is aan ons, Jezusvolgers, ons af te vragen: horen wij bij hen? Zijn wij in deze verwarrende samenleving soms niet al te bang? Graven we ons ook maar liever in, met wat we kunnen en bereikt hebben? Laat dan vandaag dit woord van onze meester ons wakker schudden. Laat het ons ook blij maken. Want liefde doet pijn, maar liefde duurt.

Mogen wij ons leven in de handen van de pottenbakker leggen. Dat de God van Jezus ons mag kneden tot dat kleine vat waarin plaats is voor de winst, van veel vreugde, liefde en vrede.

Zoeken in Preken Online