Start van het jaar van het gebed (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen

Zusters en broeders,

Er is in het geloof, in het christendom, geen belangrijkere vraag dan deze uit het evangelie:
‘Heer, leer ons bidden…’
De leerlingen stelden ze aan Jezus en kregen als antwoord hetgeen doorheen de eeuwen als het ‘Onze Vader’ werd beleden…
Maar het is groter en rijker dan dat.
Het Onzevader, en bij uitbreiding alle gebed, is meer dan een optelsom van geijkte woorden en zinnen.
Wat aangereikt wordt is een schema, zeg maar een handleiding, die de richting wijst naar hoe we kunnen groeien in onze relatie met God.

Alle bidden begint met bekering.
Bekering in de zin van: ik keer mij naar wie met mij is doorheen alle dagen, de mooie en de andere.
Ik keer mij naar God en ik mag hem Vader noemen. Ik mag in zijn geborgenheid gaan wonen, ik mag mij laven aan de Bron van Leven die Hij is.
En ik mag mezelf loslaten, want ik ben in goed gezelschap. Hij zal mij nooit te schande maken. Ik mag zeker zijn van Hem, weet mij veilig want bemind…
Bidden is voor alles een daad van liefde, het is een antwoord op het vriendelijke wuiven van God. God, die ons bemint zoals wij zijn, die ons graag in zijn nabijheid ziet, wat in ons hart ook leeft… Bidden is tederheid…
En daar dan, bij God geborgen, mag ik kwijt wat leeft diep in mij, mag ik mijn nood klagen, mijn onzekerheid bevragen en spreken al wat mij menselijkerwijze bezighoudt…
De rest is persoonlijk en voor ieder van ons verschillend. Want als wij een ding zeker zijn dan wel dat er net zoveel gebed bestaat als er mensen zijn. Niets is persoonlijker dan het bidden…

Natuurlijk zijn er geijkte vormen, is er zoveel bidden dat we samen doen… In de eucharistie of bij een rozenkrans, of het getijdengebed, het brevier en zoveel nog…
Maar ten diepste…
Zelfs als we het samen doen bidden wij samen… alleen.
Want het gaat niet om de woorden die we prevelen, of de taal die we gebruiken, het gaat over wat ik doorheen de woorden kwijt wil aan God.

Ik weet dat hij er is en dat hij luistert, omdat hij mij gaarne ziet…
En ik weet ook dat hij dikwijls zwijgt.
Omdat alleen de stilte zijn taal is,
En omdat heel vaak alleen de stilte tolk is van geborgenheid…

Dat het wegen kan is juist…
Dat het vaak iets weg heeft van worstelen en vechten met onzekerheden en angsten en verlatenheid en eenzaamheid, duisterheid van welke aard dan ook is waar…
Maar ook dat is bidden,
Omdat het ons als mens zo sterk aangrijpt, ons ten diepste raakt.
Ook dat mogen we afgeven…
Ook daar is de Heer ons heel nabij…

Als we oud genoeg zijn kennen we allemaal de films van Don Camillo met Fernandel. Wat bidden is komt daar bijzonder catechetisch aan bod. De priester kijkt naar het kruis en erkent er zijn Heer en hij spreekt… Hij krijgt ook antwoord. Het is onze ervaring van heel dikwijls…

Op een bepaald moment wordt Don Camillo, wegens al te veel idealisme zullen we maar zeggen, verbannen.
Hij blijft spreken met God… Maar God zwijgt. Er komt geen antwoord meer…
Tot hij valt, letterlijk, tot hij breekt, en de idealen van vroeger opnieuw op het spoor komt…
En dan de vraag: Mijn God, waarom heb je gezwegen…
En het antwoord:
Waarom heb je niet geluisterd? Je weet toch dat ik altijd bij je ben…

Het kan ook onze ervaring zijn, zusters en broeders,
En als het onze ervaring is,
Dat we dan maar moedig genoeg zijn om te vragen:
Heer, leer ons bidden.

AMEN.

Zoeken in Preken Online