33e zondag door het jaar A - 2005

A-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen

Zusters en broeders,

Iets meer dan drie jaar geleden overleed professor Herman Deleeck. Hij doceerde aan de universiteiten van Antwerpen, Leuven en Leiden. Bekend was en is hij vooral als de ontdekker van het zogenaamde Mattheuseffect, en dat slaat terug op een zin uit het evangelie dat we zonet gehoord hebben: “Want wie heeft, zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen.” Een uitspraak die altijd al heeft geïntrigeerd, maar waarvan professor Deleeck in heel wat studies bewees dat ze voor het volle honderd procent klopt. Hij toonde haarscherp aan dat niet zozeer de echt armen, maar wel vooral de middenklasse en de rijken hun voordeel doen met de sociale voorzieningen van de welvaartsstaat waarin wij leven. Met andere woorden, hoewel dat niet echt de bedoeling is van dat sociale systeem, zorgt het ervoor dat de armen armer en de rijken rijker worden. Professor Deleeck noemde dat dus het Mattheuseffect, en die naam is gebaseerd op de regel die we zojuist hebben gehoord.

Zusters en broeders, ik denk dat professor Deleeck, misschien ongewild, nog iets anders heeft aangetoond, namelijk dat we ook deze parabel moeten lezen zoals hij er staat, dat dus ook deze parabel uit het echte leven gegrepen is. Een man gaat op reis en draagt zijn dienaren - in de grondtekst staat er ‘slaven’ - op ondertussen goed voor zijn eigendommen te zorgen, want bij zijn thuiskomst zullen ze erop afgerekend worden. Ze moeten er niet alleen goed voor zorgen, ze moeten ze ook nog doen renderen. Naargelang van hun status en bekwaamheid geeft hij elk van hen de verantwoordelijkheid over een deel van zijn goederen. Je weet hoe het afloopt: twee van hen hebben volgens de heer naar behoren gepresteerd, de derde heeft het laten afweten. Dus ontneemt de heer hem niet alleen zijn verantwoordelijkheid, maar ook zijn werk: hij wordt zonder meer ontslagen. Hem wachten alleen nog geween en tandengeknars in de duisternis van de bitsige armoede die onvermijdelijke volgt op zijn ontslag.

Zusters en broeders, in deze parabel schetst Jezus met visionaire blik een beeld van hoe het er in de wereld aan toegaat. Hóé visionair blijkt uit het feit dat zijn visie ook vandaag nog geldt, misschien zelfs meer dan ooit tevoren. We horen en zien het elke dag opnieuw: mensen worden ontslagen om de bedrijfswinsten te verhogen, wie niet bovenmatig rendeert, vliegt eruit, hele bedrijven verhuizen naar lageloonlanden, elke dag groeit het leger werklozen en kansarmen. Tegelijk zien we dat de bedrijfswinsten toenemen en de lonen van de managers en de bezittingen van de hoofdaandeelhouders onwereldse vormen aannemen. Binnenkort, zoals bij elk jaareinde het geval is, zullen weer de triomfantelijke lijstjes van miljardairs worden gepubliceerd, en hoe hun aantal alweer is toegenomen, evenals de miljarden waarover ze beschikken. En aan de andere kant: miljoenen jongeren en kansarmen, zonder werk en zonder toekomst, want die zijn naar de lageloonlanden verhuisd. We zien de gevolgen in Frankrijk. En ja, de rijken worden rijken en de armen armer, want “wie heeft, zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen.”

Natuurlijk schetst Jezus in deze parabel meer dan alleen maar een ontluisterend beeld van een keiharde, onbarmhartige wereld. Zoals al zijn parabels heeft ook deze parabel een dubbele bodem: via de dubbelzinnige betekenis van het woord ‘talent’ tilt Jezus hem boven zijn eigen werkelijkheid uit. ‘Talent’ staat hier immers niet alleen voor het veertig kilogram goud of zilver dat het vertegenwoordigt, het staat ook voor de gaven die we van God ontvangen hebben om goed te zijn en goed te doen, om zijn wegen te gaan, om er te zijn voor Hem en voor elkaar. Niet iedereen heeft evenveel gaven en die gaven zijn ook niet voor iedereen dezelfde. Immers, voor God heeft iedere mens zijn eigenheid, zijn eigen natuur en zijn eigen persoon. Ieder van ons is uniek in zijn ogen, en allen staan we apart geschreven in de palm van zijn hand, met onze gaven en ook met onze tekortkomingen, met onze mogelijkheden en ook met onze beperkingen. Wat de Heer ons vraagt, is dat we binnen die mogelijkheden en binnen die beperkingen zouden werken aan het tot stand komen van het Rijk van God op deze wereld: een rijk dat aan de tegenovergestelde zijde ligt van het rijk dat Jezus in zijn parabel schetst. Geen rijk waar de rijken rijker en de armen armer worden. Wel een rijk van liefde, van barmhartigheid, van broederlijkheid en vrede.

Zusters en broeders, deze parabel is geen oordeelsparabel, en de keiharde heer in het verhaal die oogst wat hij niet gezaaid heeft en binnenhaalt wat hij niet heeft uitgestrooid, staat niet voor God. In geen enkel opzicht beantwoordt die heer aan het beeld dat Jezus ons van zijn Vader heeft gegeven, dat Hijzelf heeft voorgeleefd en dat Hijzelf ook was: een goede Vader en Moeder, die met liefde en barmhartigheid temidden van zijn kinderen leeft. Geen slaven, zoals in de parabel, maar kinderen van wie Hij houdt, die Hij met tederheid omringt, en aan wie Hij ook de talenten heeft gegeven om van deze wereld een wereld te maken waarin Hij zich met al zijn schepselen kan thuisvoelen. Amen.

Zoeken in Preken Online