Ge bruik de talenten, klein of groot (1999)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen

VERTROUWEN EN GEEN WANTROUWEN

Er is in onze wereld veel wantrouwen tussen mensen, volken en bevolkingsgroepen. Soms is het wantrouwen te begrijpen; en soms ben je terecht op je hoede. Maar meestal is wantrouwen rampzalig en doet het tussen mensen alleen maar kwaad: in een huwelijk of een andere levensverbintenis, tussen ouders en kinderen of tussen collega’s maakt wantrouwen meer kapot dan heel. Zo ook tussen buren, stads- of dorpsgenoten, en helaas maar al tezeer ook tussen geloofsgenoten. Wantrouwen zorgt ervoor dat mensen uit elkaar groeien.\

GODS VERTROUWEN

In onze liturgie gaat het dikwijls over ons vertrouwen op God. Maar vandaag gaat het over Gods vertrouwen op u en mij, op ons. God heeft ons, zo vertelt Jezus, zijn bezit toevertrouwd. Hij heeft ons zijn aarde in handen gegeven; en die wereld moeten wij, ieder naar haar of zijn eigen mogelijkheden, zien te maken tot Rijk van God. En of je nu heel veel of bijna niets hebt meegekregen, je mag niet stil zitten. Je mag niet je talenten wantrouwen. Je mag niet lui of bang gaan zitten toekijken hoe anderen de wereld mooier en gelukkiger of haar tot een hel maken. Je mag je talent, ook al is het er maar één, niet ongebruikt begraven. Je moet er iets mee doen ten gunste van anderen en zo ten gunste van het Rijk van God. Ook als je maar weinig hebt, moet je groot zien te zijn in het kleine.\

ONZE TALENTEN ALS INZET VOOR HET KONINKRIJK VAN GOD

Een Engels parlementslid merkte eens heel verwaand tegen een vakbondsman op: ‘Ik geloof dat jouw vader nog de schoenen heeft gepoetst van mijn vader’. De man antwoordde: ‘Daar schaam ik me niet voor. Ik zou me pas schamen, mijnheer, als hij het niet goed had gedaan’. En zo ís het: God vraagt ons niet wat wij deden, hoog of laag op de maatschappelijke of kerkelijke ladder. God vraagt ons, of wij het met de nodige inzet hebben gedaan en of wij onze talenten - veel of weinig - hebben gebruikt voor zijn koninkrijk. En zijn koninkrijk is: een wereld waarin zorg is voor elkaar, waar grote eerbied is voor de ons toevertrouwde schepping en waar vrede en gerechtigheid is tussen allerlei mensen en volken.\

KINDEREN VAN HET LICHT

Telkens wanneer wij, hoe klein of onopvallend ook, die wereld van God althans een klein beetje dichterbij brengen door onze talenten te gebruiken, telkens wanneer wij ons hart en onze handen, onze tijd geven aan anderen, zijn wij wat Sint Paulus noemt ‘kinderen van het licht’. Kinderen van het licht graven hun talent niet uit gemakzucht, angst of zelfbehoud in. Evenmin stellen zij het als maar uit om goed te doen. Dus doe wat je kunt, zo zegt ons de gelijkenis van het evangelie; want v66r je het weet, zegt Paulus, is het te laat.


Ik eindig met een kort gebed
dat ik vond bij Michel van der Plas:

*’(God!)
Al wat ik ben en heb ligt in uw plan vervat.
Maak het van waarde, Heer,
herschep mijn armoe in een schat,
mijn vrees in goede moed,
mijn kleine vlam in vuur
en mijn gemis in overvloed,
Heer, op uw eigen uur’

(De man van Nazareth.
Teksten bij de Evangeliën, blz. 81).*

Zoeken in Preken Online