KILLE PARABEL…
“En hoe vinden jullie dit verhaal?” Ik vroeg het in de bijbelgroep. Het bleef even stil. Aarzelend probeerde iemand: “Nou, nogal hard.” Dit was het startschot voor de anderen. Men vond het een akelig verhaal. De man met dat ene talent riep medelijden op. Terwijl de anderen speculeerden met risico van verlies, had die ene op veilig gespeeld. Niets had hij verloren. De heer had trouwens ook geen opdracht gegeven om te beleggen. En waarom wrijft hij zout in de wonde met de opmerking dat wie niets heeft nog ontnomen wordt wat hij heeft? Waarom wordt de knecht buiten gesmeten in het verderf? Nee, dit verhaal had geen enthousiast onthaal. Het was goed voor een uitvaart, mits ingekort tot de twee succesvolle beleggers, of voor de opening van een schooljaar waarbij talent met wiskundeknobbel wordt vertaald.
PARABEL MET DUBELE BODEM
Mattheüs heeft allerlei uitspraken van Jezus bij elkaar gezet die gaan over Gods oordeel over ons. Hij heeft daar een goede reden voor. Als Mattheüs zijn verhaal vertelt, is Jezus al bijna vijftig jaar dood. Weinigen zijn er nog die hem persoonlijk hebben gekend.
Onder de allereersten christenen waren er velen geweest die hadden gedacht, dat ze de wederkomst van Jezus als Gods triomfator en rechter nog persoonlijk zouden meemaken. Maar nu, in de tweede generatie, was men er wel achter dat deze verwachting naïef was geweest. Men begon zich te realiseren dat het leven van een aanhanger van Christus niet enkel kon bestaan in lijdzaam afwachten tot Jezus op de wolken kwam. In deze samenhang herinnerde men zich de verhalen van Jezus over hoe een mens zijn leven moest besteden.
Het lijkt er op dat met de talenten ons geloof wordt voorgesteld. Het gaat niet om de verschillen tussen vier, twee of een; nee het gaat erom dat de Heer vertrekt en zijn dienaars achterlaat met talenten. Jezus is dood en laat zijn dienaars achter met geloof.\
1. PARABEL IS GEEN VOORBEELD-VERHAAL
Al we parabels van Jezus lezen moeten we met twee inzichten altijd rekening houden. Op de eerste plaats dat een parabel geen allegorie is. Een parabel is geen voorbeeld-verhaal waarin een held optreedt die wij moeten volgen. In de parbels treden mensen op met zwakheden en streken, net als in het dagelijkse leven. Domme meisjes die er niets aan kunnen doen dat ze kortzichtig zijn, een oplichter die op kosten van zijn heer schulden kwijtscheldt om vriendjes te hebben na zijn ontslag, verstandige meisje die te egoïstisch zijn om hun olie te delen en een hardvochtige heer die ’n knecht ontslaat die met veel angstige zorg zijn plicht heeft gedaan. Jezus zegt ook niet dat wij op die verstandige meisje moeten lijken, noch op die hardvochtige heer, noch op die oplichter. Jezus vertelt geen heldenverhaal maar een parabel, een observatie van het bonte leven van mensen om daarmee precies één inzicht over het Rijk van God duidelijk te maken. Dat ene inzicht is dit: jullie schriftgeleerden en Farizeeën, jullie moeten niet menen dat je met je angstvallig vasthouden aan de overgeleverde wet in Gods gunst bent. Want van ons wordt niet angstvallig vasthouden aan de overlevering gevraagd, maar fantasievol benutten van eigen mogelijkheden. Kijk maar eens naar een grootgrondbezitter die op reis gaat…
Dus: een parabel maakt een facet van de komst van God duidelijk, maar het is een observatie van de werkelijkheid en Jezus zegt niet dat hij die werkelijkheid goed vindt of aanprijst.\
2. VERANDERDE CONTEXT
Een tweede inzicht is dit: Jezus vertelt de parabel om zijn gehoor, zijn tegenstanders, iets duidelijk te maken. Maar als Mattheus vijftig jaar later dezelfde parbel vertelt, dan is de oorspronkelijke actualiteit er niet meer. Dus zoekt de verteller een andere context. En wij, gelovigen uit de twintigste eeuw moeten ons opnieuw afvragen welke zeggingskracht de parabel in onze tijd heeft. Mattheus zoekt nieuwe actualiteit voor Jezus’ gezegde en daar hoeft hij niet lang naar om te zien. Hij wil duidelijk maken dat het niet genoeg is om als gelovige angstvallig te wachten op Jezus’ wederkomst. Je moet wat doen met de schat van je geloof. Je leven moet niet zijn: afwachten, maar woekeren met de liefde.\
EN NU WIJ!
Een talent is veertig kilo. Als het over bedragen gaat is het veertig kilo goud of zilver. Het gaat dus om een groot vermogen. Het woord talent heeft nog niet de bijbetekenis van een bijzonder begaafdheid. Het is puur vermogen. Het is het beeld van wat God ons schenkt: het vermogen om te leven en om lief te hebben. Laat dat niet onbenut. Verstop het niet, en vooral, zorg dat je kinderen niet opgroeien tot angstige onzekere mensen die hun vermogens verbergen uit onzekerheid. Help elkaar om voor de dag te komen met alle talenten die er zijn in je hart. Help elkaar om te ontdekken dat het leven dat je hebt iets heel bijzonders is, iets heel unieks en iet heel heiligs.\
DE PETUNIA IN DE KAST
*Lieve kinderen.
Mevrouw Anjeliers ging op reis. Ze woonde alleen in een vriendelijk huis met veel rode geraniums voor de ramen. Ze had heel lang gespaard en nu ging ze een half jaar naar haar broer in Canada. Eerst vroeg ze aan haar buurvrouw: “Buurvrouw, zou jij op mijn rode geraniums kunnen passen; wil je ze genoeg water geven en af en toe tegen ze zeggen: wat zijn jullie weer mooi rood?” En aan de buurvrouw van de overkant vroeg ze: “Ach buurvrouw, mag ik die mooie fuchsia zolang bij u in de serre zetten?”. En aan de buurvrouw van de linkerkant gaf ze de petunia in bewaring. Na zes maanden kwam mevrouw Anjeliers terug uit Canada. Ze was lekker bruin en heel erg moe. De buurvrouw had de geraniums al terug in de ramen gezet. Wat waren het er veel! Zelfs voor het zolderraampje stonden geraniums. “Ja, zei de buurvrouw, ik heb er allemaal takjes afgebroken en die in potjes gezet en nou hebben ze wortels gekregen en nou staan er twee keer zoveel rode geraniums.” Dat was leuk. De over- buurvrouw had ook twee belleboompjes, maar het tweede was nog maar heel klein. “Die mag u houden, voor de moeite.” De mevrouw aan de linkerkant keek beteuterd. “Wat spijt me dat”, zei ze, “ik heb de petunia in de kast gezet, zodat niemand hem zou omstoten of meenemen. Ik heb de deur op slot gedaan. Maar de petunia is doodgegaan….” Nou, zegt Jezus, je hebt je leven niet gekregen om in een kast te stoppen maar om er iets mee te doen. Elke dag is een kans om iets goeds te doen en om de liefde iets nieuw te laten bedenken. *