Een leven lang hebben we geleerd dat christendom ‘breken en delen is’. En dan krijg je uit de mond van onze Heer een verhaal te horen waarin er niet gedeeld wordt. Nee! Ga liever naar de verkopers en haalt voor uzelf. Want er zal niet genoeg zijn voor ons en u samen. Hier wordt - zo lijkt - niet aan anderen gedacht, maar alleen aan zichzelf.
Het is met het Rijk van de hemel, met de aarde van de toekomst, als met tien mensen. Ze zien uit naar de komst van de heer van het feest. Toen nu de heer van het feest op zich liet wachten, dommelden ze allen in en sliepen. Want waakzaam zijn van uur tot uur is voor ons mensen moeilijk. Maar midden in de nacht klinkt er geroep: “Daar is de Heer, eindelijk komt Hij eraan!” Hij verschijnt in hen die honger en dorst hebben. Hij staat gefotografeerd op de voorpagina’s van uw kranten. U ziet hem in het televisiejournaal: daar is de Heer!
Een vreemdeling, een naakte, iemand die gevangen zit, een zieke. Daar is de Heer van het feest, trekt Hem tegemoet. En meteen waren die mensen klaar wakker. De verstandigen gaven hun ogen de kost. En ze zagen Hem, de Heer, in naakten, in gevangenen, in de bewoners van de sloppenwijken, overal. De dommen zeiden tegen de verstandigen: leer ons kijken met jullie ogen. Want onze ogen zijn verblind. Onze ogen zijn verzwakt door de rijkdom van de wereld, we zien niks. Maar de verstandigen antwoordden: nee, nu is het te laat. Er is een leven nodig om te leren kijken. En er zijn nog maar een paar ogenblikken. Er is een dagtaak voor nodig om jullie hij te praten, om je te laten wennen aan de stank van de armoede. Hoe zullen we jul¬lie dan nu de ogen openen? Nee probeer liever zo snel mogelijk uit dat felle licht weg te komen, tracht liever te leren van het leven. Wat ons betreft: de Heer roept, nu kan het geen uitstel meer lijden. En de verstandigen gingen zoals altijd aan de slag. Ze vierden in het donker van de tijd het feest van de verzustering en de verbroedering. Feest met mensen, uitgekleed, uitgeschud en uitgemergeld. Maar de dommen stonden daar verblind en verdwaasd, want een leven inhalen kun je niet op het moment dat je geroepen wordt.
Een goed verstaan van dit verhaal heeft alles te maken met de betekenis van de olie. Het gaat vandaag over waakzaamheid. De Heer komt onverwacht, zorg dat je klaar bent. Verzamel energie en geestkracht, zolang het nog kan, want als de nacht valt…
Het is toch duidelijk dat je niet van de ene dag op de andere dit soort olie in je kruik kunt hebben of het eventjes hier of dáár lenen: dit soort olie moet je een leven lang verzamelen en dat heeft te maken met oefening. De bijbel noemt het wijsheid, verstandigheid. Zo groeit aan de deur van de mensen de tere plant van de wijsheid. Je moet er vroeg voor opstaan, zegt de eerste lezing, je moet er over nadenken, je moet het echt willen. In onze taal hebben wij daar een mooi woord voor. Letterlijk vertaald betekent het woord wijsheid: goochem, gewiekst en dan in de goeie betekenis van het woord. Gewiekst betekent zoiets als: zorgen dat je weet wat je wel kunt en wat je niet kunt. Je energie verdelen, op tijd vragen stellen, hulp vragen, niet te trots zijn, niet te nederig, spankracht hebben en uithoudingsvermogen tegen de lange duur. Want het kan lang duren voordat het goede doorbreekt, voordat de Heer komt. Kortom: waakzaamheid en wijsheid liggen dicht bijeen. Ook wachten is een werkwoord.
Het is te hopen dat wij zelf het harde ‘nee’ begrijpen zullen. Wacht niet tot het laatste moment om te leren hoe de komst van de Heer zal zijn. Zorg liever dat je gaandeweg de olie van barmhartigheid en mededogen meedraagt. Dan zal op het goede moment ons licht kunnen stralen in de duisternis van deze tijd.