‘Als de wereld vergaat, dan zal Christus wederkeren’, zei ik eens in de hoogste klas van het middelbaar onderwijs. Ik zei het gewoon, volgens het leerplan, zonder er veel bij na te denken. Maar de uitwerking in de klas was schokkend. Een paar grote jongens stonden op en vroegen: ‘Meent u echt dat Christus terugkomt, dat heeft ons nog nooit iemand zo gezegd’. Ik moest hun alles zeggen wat in de Schrift geschreven staat over de wederkomst van Christus. Zo onverwachts was dat niet zo gemakkelijk, want door de reacties van de jongens werd het me zelf ook duidelijk welk een moeilijk te aanvaarden geloofspunt ik hun voorhield. Ik voelde me daar helemaal alleen staan met mijn geloofsartikel: Hij zal wederkomen.
Toen ik daarna op een rustig ogenblik over het gebeurde nadacht, werd het me duidelijk dat deze boodschap de gelovigen van vandaag bijna niet meer bereikt. De bruidegom laat ook zo lang op zich wachten. De eerste christenen verwachtten de wederkomst van Christus nog tijdens hun leven: ‘En wij die in leven zijn’, zegt Sint Paulus in de eerste lezing. De christenen echter van de tweede generatie moesten reeds leren leven met de werkelijkheid dat de komst van Christus op zich liet wachten. Velen hielden de lampen van verwachting niet meer brandend. Zij sliepen in, bekommerden zich alleen om de concrete dingen van elke dag. Maar de evangelist vermaant hen: wees waakzaam, de bruidegom komt.
Ook voor ons blijft deze parabel zijn actuele boodschap behou¬den. Wij leven ook niet zo sterk van de komst van de Heer. Onze lampen zijn gedoofd en wij verwachten de bruidegom niet in de nacht, wij dommelen in en slapen. Dan klinkt ook voor ons weer de vermaning: houdt de lampen brandend, kijk uit naar de komst van de bruidegom. Dit wachten op de bruidegom is een wezenlijke grondhouding van elke christen. Dit wachten op de Heer loopt als een rode draad door het leven van elke christen: zorg dat je olie in je lamp hebt door daar te zijn waar God en de mensen je nodig hebben. Het gaat om de groeiende liefde in een mensenleven, die als een waakvlam altijd levendig blijft.
Zeker, op de komst van de Heer, waar het evangelie vol van staat, kun je geen datum of uur plakken. Je moet de hele tijd en ruimte van je leven openstellen voor deze komst, want de Heer is altijd komende, Hij is ook nu aan het komen.
‘Zij dommelden allen in en sliepen’, staat er in de parabel en ik vind dat een troostvolle gedachte. Wij zullen allemaal wel eens in slaap vallen, een zekere verveling behoort tot het geloof, die blijft niemand bespaard, geen bisschop en geen heilige, en niemand kan die een ander besparen. De oorzaak van deze verveling is, dat wij God in deze wereld nooit rechtstreeks kunnen ervaren, wij ontmoeten Hem altijd slechts onder tekens. Niet de onverschilligen, niet de ongeïnteresseerden speuren die verveling, maar juist diegenen die God liefhebben. Alles wat de Kerk viert en verkondigt is slechts voorlopig en kan het definitieve niet vervangen. Hij op wie wij wachten, lààt op zich wachten. De tijd duurt lang, de bekoring om te gaan slapen is groot en toch… wees waakzaam.
Wij christenen kijken verder dan onze neus lang is, wij kijken vooruit naar de toekomst, zelfs over de dood heen, dat verandert ook het leven vóór de dood en geeft waarde en gewicht aan het leven. Wij zitten niet te slapen met uitgedoofde lampen, wij gaan in weer en wind moedig de Bruidegom tegemoet met de brandende lamp van hoop en verwachting.