Wat is wijs?

A-cyclus · Tijd door het jaar · 32e zondag · groen


Wat is wijs? Speurend naar een antwoord liep ik door de stad. Las spreuken op schuttingen, dwaalde door bibliotheken. Vond van alles - was niet tevreden. Wat is wijs? Ik vroeg het aan de dichter. Die zei: ‘Vraag het niet aan mij, want de wijsheid is verborgen in het Wit tussen de woorden’. Ik belde de filosoof op. Hij zuchtte diep en sprak: ‘Wijs is degene die weet dat hij niet wijs is’. Ik klampte de godgeleerde aan (want ook die zijn er genoeg). Hij citeerde Augus-tinus: ‘Je zult niet binnentreden in de waarheid tenzij door de liefde’.
Ik wilde het allemaal graag geloven. Maar ik hoorde vooral wat wijsheid allemaal niet was. En afgezien daarvan: het had geen han¬den en voeten, geen vlees en bloed. Het was een waarheid zonder werkelijkheid.

Wat is wijs? Ik poetste mijn ziel op, zocht en vroeg verder. De ijverige arbeider zei: ‘Wijsheid is kennis, is macht’. De zwemmende burgemeester zei: ‘Wijsheid is op tijd je nest uit, en de juiste lobby op het juiste moment’. Ik vroeg het de toneelspeler, de liedjesmaker en andere effectenmakelaars. ‘Wijsheid is spelen met dwaasheid’, wisten zij. En de leraar zei: ‘Wijsheid is vooral geduld met de dwazen’.
Nou ja, over werkelijkheid ging het wel. Deze antwoorden hadden met doen van doen, met concrete daden en reële belangen. Maar was het nu wijsheid of gewoon handigheid en slimmigheid? In elk geval: een eerste of laatste woord was er niet.

Wat is wijs? Ik vroeg het aan mijn moeder en vader, in de stilte van dood en louter herinnering. Maar zij zeiden niets. Ik vroeg het aan mijn kinderen, springlevend. ‘Moet jij dat aan óns vragen?’, was hun pientere weerwoord.
Ik keek in de spiegel. Vond mijn ogen vreemd staan, nogal schichterig. En ik bedacht: wijsheid zal hoe dan ook met mijzelf te maken moeten hebben.

Wat is wijs? Ik speurde in de Schriften; wilde leren van de daar opgeslagen ervaring. Ik las dat wijsheid niet komt aangewaaid, maar dat wat bevochten moet worden, altijd beproefde wijsheid is. Dat wijsheid niet veroverd wordt, maar geschonken: als je je láát veroveren. Dat ze dan altijd nog in pacht is, te leen, voorlopige erfenis. Dat wijsheid meegaan is, maar wel op eigen benen. Dat wijsheid zoiets is als levenskunst.
De Schriften doorlopend, ontmoette ik Vrouwe Wijsheid zelf. Bij haar mocht ik uitrusten, bij deze liefste gezellin. Hoe ze was? Soms een ongenaakbare minnares, soms onbeschaamd als een vrouw van lichte zeden. Maar altijd vlakbij, altijd initiatief nemend, uitdagend, doorverwijzend. Een sterke vrouw, een krachtbron van dromen. Niks kennis, niks verbale overvloed of zwevende theorieën: Vrouwe Wijsheid was puur praktisch en van top tot teen op daden ingesteld.
Jawel, verliefdheid maakte zich van mij meester, maar ook enig onbehagen. Ze was nogal groot en massief, en soms wel erg madonna- of hoerachtig. Ik vertrouwde mezelf niet helemaal bij haar. En trouwens: ze zette me op een gegeven moment het huis uit. Ik moest verder, zei ze, naar gewone mensen toe. Ik ging. ‘Vergeet je spiegel niet’, riep ze me nog na.

Met nieuwe energie, maar ook wat verward kwam ik aan bij zoiets als een feestzaal. Beslagen ramen, daarachter muziek, licht en la¬chen. Maar de deur zat potdicht. In het portaal zaten de vijf meisjes die in het evangelie ‘dwaas’ werden genoemd, met hun dode fakkels. Ik mocht erbij komen zitten.
Daar was het Aanrecht-meisje: had altijd maar afgewacht, leefde een afgeleid bestaan en had zich daarmee nog verzoend ook. Daar was ook het meisje Mooi: altijd bezig met haar uiterlijk, altijd doende met schilderen en frutten aan zichzelf. Daar was het Actie-meisje: eeuwig in touw voor alle goede doelen, doodmoe, maar kon dat natuurlijk niet toegeven. En het Carrière-meisje: altijd bezig met haar toekomst, rekenen, plannen, cv-ontwikkeling, altijd druk op de ketel. En daar was het meisje Mok: zich opsluitend in haar eigen leed, verstopt wanhopig, steeds banger.
Wat deden ze daar, die vijf? Eerst vonden ze zichzelf zielig, vervol¬gens elkaar. Daarna namen ze elkaar onder handen. En ten slotte keken ze naar zichzelf. Mijn spiegel kwam uitstekend van pas.

En zie: het Aanrecht-meisje stond op en trok haar mond open, eindelijk zichzelf. Meisje Mooi gooide haar eye-liner weg en ging zelf kijken. Het Actie-meisje ging eindelijk eens languit liggen. Het Car¬rière-meisje kreeg oor en oog voor anderen. En meisje Mok leerde ter plekke huilen en lachen.

En het wonder geschiedde, dat er olie genoeg bleek, licht volop en leven als een eeuwigheid. En dat ze zo de feestzaal in konden, en ik met hen. Want als je hart eenmaal geopend is, zal geen enkele deur gesloten blijven.

Zoeken in Preken Online