Dit is een moeilijke parabel. Er zijn zoveel bijkomstigheden, die je zou moeten verklaren vanuit de volksgewoonten, maar dat zou ons in de geloofsverkondiging weinig verder brengen. De kern van de parabel, waarom het eigenlijk gaat, is heel duidelijk: de bruidegom laat op zich wachten, zorg dat je niet inslaapt.
‘Het duurt langer dan je denkt’, dat is werkelijk een ervaring, die iedereen wel opdoet, als je je bezighoudt met dingen, die nog moeten gebeuren. Het duurt langer dan je zou denken, is vooral de pijnlijke ervaring bij mensen die niet kunnen sterven. Je hebt vast veel meer tijd nodig dan je zou denken. Je moet kunnen wachten. Het duurt vast langer dan je denkt, voordat de jeugd tot volwas¬senheid is uitgegroeid. Je moet kunnen wachten, het duurt langer dan je denkt, dat geldt ook voor twee gehuwden, die menen dat ze elkaar kennen en dan plotseling moeten bekennen: ‘Ik weet niet wat mijn man bezighoudt!’ of, ‘Ik kan mijn vrouw gewoonweg niet begrijpen’. De ander leren kennen duurt gewoonlijk langer dan je denkt. Je moet kunnen wachten.
Mag het ons dan verwonderen dat deze oermenselijke ervaring ook meespeelt in ons contact met God? Dat we ook in ons geloof moeten kunnen wachten? ‘De bruidegom liet op zich wachten.’ Dat was de grootste geloofsbeproeving van de eerste christenen. Zij hadden de vaste overtuiging dat Jezus nog tijdens hun leven zou terugkeren om hen mee te voeren in de heerlijkheid. In de eerste lezing beschrijft Paulus hoe hij zich de wederkomst van Christus voorstelt: ‘Wij die in leven blijven tot de komst van de Heer, zullen de doden in niets voor zijn, want eerst zullen de doden verrijzen; daarna zullen wij die nog in leven zijn, tegelijk weggevoerd worden, Christus tegemoet.’ (1Tess 4,16). In die woorden speuren wij nog iets van de geestdrift en het enthousiasme van de wachtende christenen, die daarom hun goederen verdeelden onder elkaar, ja zelfs niet meer wilden werken. Des te harder kan de ontgoocheling geweest zijn, dat Christus op zich liet wachten, dat het langer duurde dan ze dachten. In de tweede brief van Petrus komt die bittere teleurstelling nog duidelijk naar boven. Petrus citeert daar de spot van de mensen die vragen: ‘Waar blijft nu de wederkomst die Hij heeft toegezegd? Sinds de vaderen zijn ontslapen, blijft alles zoals het vanaf het begin van de schepping geweest is.’ (2 Pet. 3,4).
Zo begrijpen we dat deze gelijkenis van de tien bruidsmeisjes de eerste christenheid zo geweldig aangesproken heeft. Het was voor hen belangrijk een woord te hebben van de Heer zelf, dat zegt: ‘De Bruidegom kan op zich laten wachten, maar wees waakzaam, want Hij komt zeker.’ De dwaasheid van de bruidsmeisjes bestond daarin dat zij niet toekomstgericht leefden, dat zij de tussentijd van het wachten onderschat hadden. Het Godsrijk zal niet plotseling van boven komen, maar midden in de nacht, in de gewone menselijke ervaringen en in de gewone menselijke verhoudingen.
God laat zich dikwijls onbegrijpelijk veel tijd, het duurt allemaal dikwijls veel langer dan wij verwachten. Hoofdzaak is dat wij niet inslapen, ons geduld niet verliezen en steeds de olie van de hoop op Jezus, in alle omstandigheden van ons leven meedragen. Ook als alles langer duurt dan wij verwachten.