En én

A-cyclus · Tijd door het jaar · 32e zondag · groen

Het begint tegen het einde van het kerkelijke jaar, en tegen het einde van het kalenderjaar te lopen. In Matteüs’ evangelie begint ook Jezus’ leven op een eind te lopen. We zijn al in hoofdstuk 25. Er volgen nog maar twee hoofdstukken. De gedachte aan dat einde tref je in die laatste hoofdstukken steeds vaker in Jezus’ verhalen en parabels. Het houdt hem kennelijk bezig, zoals het ons dat allemaal doet naarmate we zelf met de laatste hoofdstukken in ons leven bezig zijn.

Het gaat daarbij niet alleen om het einde van ons eigen leven. Het gaat om het einde van de wereld, zoals we die nu kennen en meemaken. Wat dat betreft leven we in deze laatste tien jaren van het tweede millennium in een spannende tijd. Het is niet zo erg als in de laatste tien jaren van het eerste millennium. Toen werd door zovelen het einde van de wereld verwacht, dat ze in die laatste jaren voor de millenniumwisseling praktisch niets meer van belang bouwden. Er is een beschrijving van de nachtmis die paus Sylvester II op de laatste dag van het jaar 999 opdroeg in de oude Sint-Pieter. Sommigen hadden voor die mis al hun bezittingen weggegeven aan de armen. Ze zaten in de kerk in zak en as. Velen durfden niet op te kijken toen de hostie opgeheven werd, ze lagen plat op de aarde met hun armen als in een kruis uitgestrekt. Toen het fatale uur sloeg stierven er nogal wat van pure schrik. Maar toen dat uur geslagen had, en de aarde zich niet geopend had, en er geen vuur van de hemel viel, was het alsof iedereen ontwaakte uit een kwade droom. Huilend en lachend omarmden de aanwezigen elkaar, man en vrouw, meester en knecht, vriend en vijand, en de klokken van alle kerken in Rome begonnen te beieren.

Ook nu gonst het weer van de voorspellingen. De interesse voor een ‘profeet’ als Nostradamus, die 450 jaar geleden in Frankrijk zijn voorspellingen noteerde, is de laatste jaren toegenomen. Sommigen vinden in die profetieën de Franse Revolutie, Napoleon, Hitler, Hirosjima, de moord op de Kennedy’s, en nu zelfs Khomeini en Abu Nidal voorzegd. Volgens Californische zien(st)ers voorspelt Nostradamus rond het midden van de jaren negentig van deze eeuw een serie van geweldige aardschokken. In 1996 zal de Arabische wereld het Westen aanvallen. In juli 1999 zal de wereld zoals we die nu kennen aan haar einde komen. ‘In het jaar 1999 en zeven maanden, zal de grote Terreur-Koning van de hemel naar beneden komen, hij zal Dzjenghis Khan doen verrijzen uit zijn graf, en daarna zal het niets dan oorlog zijn.’ Enzovoort.

Omdat we allemaal weten dat ieder van ons zal sterven, kan niemand van ons helemaal aan dit soort denken ontsnappen. Het apocalyptische, het katalytische en eschatologische is ons allemaal ingebakken. Het is dan ook geen eigenaardigheid van de bijbel of van het evangelie, het is iets dat ons van nature meegegeven is. We kunnen er op den duur niet aan ontsnappen.

In onze tijd komt daar nog een nieuwe factor bij. De manier waarop wij nu de aarde bebouwen en exploiteren heeft, als nooit te¬voren, tot ernstige ecologische crises geleid.

Heeft Jezus het nu over dit alles in de tekst over de vijf wijze en de vijf domme maagden? Die tekst gaat over waakzaamheid en voorzorgen nemen. Ze gaat over op iemand wachten en over het einde dat er aan dat wachten komt. Het gaat over iets ouds dat voorbij gaat, en iets nieuws dat gaat beginnen. Het gaat over het be¬gin het koninkrijk van God.

Toch blijft er een dubbelzinnigheid. In zijn commentaar op deze tekst meent Joachim Jeremias dat je de tekst kunt lezen als gericht aan de huisgemeenten van christenen in de tijd van Matteüs. Die huishoudens van het geloof worden dan gewaarschuwd zich goed op Jezus’ wederkomst voor te bereiden. Maar je kunt volgens Jeremias de tekst ook lezen als een parabel van Jezus voor zijn eigen leerlingen. De tekst betekent dan dat ze Jezus nu al moeten weten te ontvangen. Het is dan niet iets in een verre, apocalyptische toe¬komst, maar in het ‘nu’ van ons dagelijkse leven. In het ene geval gaat het over iets dat ons allemaal bij ons scheiden van deze wereld zal overkomen, in het tweede geval iets dat ons nu al bescho¬ren is. Het is een van die vreemde dubbelzinnigheden die we vaker in het evangelie aantreffen. Het is dan dus niet óf óf, maar én en.

Zoeken in Preken Online