In deze parabel gaat het heel duidelijk over de waakzaamheid. In de loop der tijden is deze parabel bij voorkeur gebruikt om de komst van de Bruidegom aan te duiden bij onze dood. Toch gaat het hier helemaal niet over de vraag wie nu in de hemel komt en wie niet. Binnengaan in het rijk der hemelen gebeurt reeds hier op aarde. God wil zijn Rijk reeds opbouwen in deze wereld. Hij wil van deze wereld een stad van vrede maken als een maquette van het hemels Jeruzalem. Je gaat nu reeds binnen in dit koninkrijk als jij je nu reeds stelt onder Gods heerschappij, door je in te zetten om het leven op deze aarde zo menswaardig mogelijk te maken. Waakzaam zijn wil zeggen: acht geven op de komst van God in deze wereld en deze komst helpen bespoedigen. Midden in de nacht van deze maatschappij, met haar sociale wantoestanden en hemeltergende gruweldaden, breekt Gods heerschappij toch door. Zeker, wij kunnen niet voorschrijven waar en hoe God moet handelen in deze maatschappij, maar wij kunnen dat wel ervaren als wij een waakzaam en gelovig hart hebben. God komt naar ons toe op een zeer reële wijze, bv in de boeren zonder land, in de arbeiders zonder werk, in de vreemdeling zonder woning.
God wil solidair zijn met hen die lijden en onderdrukt worden. Zij zijn een oproep van God tot ons om de komst van zijn Rijk te bespoedigen.
‘Zie, de Bruidegom komt. De Kerk heeft altijd geloofd dat de Heer komende is. Maar in onze tijd wordt zij zich meer en meer bewust dat de Heer komende is om alle ongerechtigheid in deze wereld aan te klagen, om de mensen op te roepen tot solidariteit en broederliefde. Er staat in onze tijd iets heel bijzonders te gebeuren, maar alleen zij, die wakende zijn, zien dat. Mensen met een brandende lamp zijn de profeten, die opstaan terwijl de anderen nog slapen. Zij getuigen dat God nog nooit zo dringend ruimte zocht in het hart van de mens, zo drin¬gend opriep tot vredevol en rechtvaardig handelen als in onze tijd. Zij zeggen: God heeft schijnbaar haast. De heiligen van de wereld hebben haast om de noodlijdenden te helpen. Zij worden innerlijk gedwongen om de wereld wakker te schudden en het onrecht aan te klagen.
Dit bewustwordingsproces is ook duidelijk zichtbaar bij alle mensen van goede wil, ook ver buiten de Kerk. Terwijl de wereld op het punt staat om wakker te worden voor de geestelijke gaven van God, mogen wij christenen niet slapen. Maar terwijl de roep weerklinkt midden in de nacht maken wij onze lampen in orde om God tegemoet te gaan en om in deze wereld te bouwen aan de stad van vrede, zoals God die droomt. Terwijl de meeste mensen heel hun aandacht schenken aan de sociale gerechtigheid, de bevrijding van de verdrukten, de heelheid van de schepping, zien de profeten onder ons verder. Een mens leeft niet alleen van brood. Deze wereld moet de geestelijke waarden weerspiegelen die God ons wil aanbieden: vrede, gelijkheid, broederlijkheid. De schepping en de mens moeten een afglans worden van Gods heerlijkheid.
Wij christenen moeten in deze wereld de voorhoede vormen om de mensen attent en gevoelig te maken op deze komst van God.
Waakzaamheid betekent: in alle drukte en spanning de kleine signalen van Gods komst registreren. Een Joods verhaaltje vertelt van een negentigjarige rabbi, die elke avond aan zijn kinderen en kleinkinderen vroeg: ‘Als de Messias komt, vergeet dan niet mij wakker te maken.’ Die man zag meer dan de anderen, hij leefde reeds van de komst van de Heer, ook als hij nog altijd wachten moest. Mogen wij elkander zulke waakzaamheid toewensen.