Verontrustend

A-cyclus · Tijd door het jaar · 32e zondag · groen

Op de laatste drie zondagen van het liturgisch jaar lezen we drie heel bekende parabels: over de bruidsmeisjes, over de talenten, en over de schapen en de bokken. Samen vormen ze het 25ste hoofdstuk van het Matteüsevangelie. Dit zijn de zo¬enaamde eschatologische gelijkenissen. Dat wil zeggen dat ze gaan over het eschaton, het einde, klassieker gezegd: over het laatste Oordeel.

Vermoedelijk liggen daar niet veel mensen van wakker. De vrees voor het laatste Oordeel is, vergeleken met vroeger, gro¬tendeels geluwd. De aandacht is verschoven van het hiernamaals naar het hiernumaals. Dat is maar goed ook. Het blijft intussen wel waar dat we die parabels liever niet lezen. Hoe komt dat? Wellicht omdat ze zo direct onze persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover God ter sprake brengen. God neemt ons onvoorwaardelijk au sérieux. Hij heeft ons als vrije mensen geschapen. We zijn hoe dan ook verantwoordelijk voor onze daden en daar zullen we dus verantwoording over moeten afleggen. Zelfs wanneer we het evangelie ontdoen van allerlei voorstellingen die tot een ander wereldbeeld behoren, blijft dat overeind: God neemt onze vrije verantwoordelijkheid zo ernstig dat onze ultieme bestemming ervan afhangt. Dat wordt hier toegespitst op de waakzaamheid voor de komst van de Heer: ‘Wees gereed, want je kent dag noch uur.’ Plotseling kan het einde aanbreken en moet je voor de Heer verschijnen. Dan zul je verantwoording moeten afleggen. Wie dit onrustwekkend vindt, heeft het vermoedelijk juist begrepen.

Vrome bedenkingen kunnen hier op een dwaalspoor brengen. Zo kun je bijvoorbeeld de barmhartigheid van God uitspelen tegen de verantwoordelijkheid van de mens: wat je ook gedaan hebt, Onze-Lieve-Heer zal altijd vergeving schenken, maak je dus maar niet ongerust. Hopelijk zal Gods barmhartigheid inderdaad groter zijn dan alle menselijke zondigheid, maar daarmee is niet gezegd dat ons doen en laten van geen belang is. Als dat laatste waar zou zijn, neemt God ons niet langer ernstig. Dan is onze persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover Hem van geen tel meer. Maar dan is het ook gedaan met onze menselijke waardigheid.

Zijn er dan toch grenzen aan Gods barmhartigheid? Ik weet het niet. Maar zoveel is wel zeker: wie in het licht van het evangelie gaat leven, ontkomt niet aan de ernst van zijn eigen verantwoordelijkheid en ook niet aan Gods oordeel daarover. Het evangelie reveleert de twee tegelijk: Gods oordeel en Gods barmhartigheid. Hoe die uiteindelijk samengaan, ligt verborgen in de diepte van zijn mysterie. Het evangelie brengt daarin geen bevredigende verheldering. De parabel van de bruidsmeisjes stuurt daar ook niet op aan. Hier is alleen dit van tel: je kunt olie meebrengen voor je lampen, zorg dan ook dat je olie bij je hebt.

Zoeken in Preken Online