Kritiek op priesters

A-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Altijd is er al kritiek geweest op priesters. Dat is ons niet vreemd. Zolang ik leef, heb ik dat voortdurend gehoord. Of die kritiek altijd terecht was, is een andere kwestie. Eigenlijk zitten we daarmee naast de bedoeling van de lezing. Het vreemde en het sterke is, dat de priesters hier door God zelf bekritiseerd worden. Ze doen het namelijk niet goed in zijn ogen. Erger kan het niet.

Wat is er aan de hand? Even geschiedenis lezen. We zijn na de ballingschap. De ballingschap was de hoogtijd van de profeten. Die hielden er de moed in. Ze zien altijd ver. Ze zien altijd toekomst. Dat was toen het belangrijkste. Priesters waren toen een beetje technisch werkloos… bij gebrek aan tempel. Maar nu zijn de ballingen geen ballingen meer, ze zijn thuis en de tempels gaan weer open. De priesters hernemen de dienst. Het volk zingt opnieuw het vertrouwde lied en het luistert opnieuw naar het oude woord. En zie, de priesters vergapen zich aan de vreugde van de thuiskomst. Er staat niets meer op het spel. Het leven herneemt zijn gewone gang. Zo slapen ze langzaam in: het eigen volk is thuis en heeft zodoende wat het hebben wil. De stem van de profeet verstomt. Profeten zijn maar goed als het slecht gaat… We kennen dat, want we zeggen dat ook: het moest weer eens oorlog worden, dan zouden de mensen wel terug naar de kerk komen!?! Intussen zijn die gelovigen 2500 jaar geleden doof en blind aan het worden. De priesters vergeten Gods eeuwige oproep: volgens hen wordt God alleen onder de kerktoren het best gediend.

De vreemden zijn meer dan ooit veraf. Van die vreemden hebben ze trouwens geen beste souvenir. Bij die vreemdelingen waren ze in de ballingschap verder dan ooit van hun God verwijderd. En nu zouden ze precies die vreemden moeten betrekken in hun eigen wel-zijn. Waarom toch? Omdat God het zo wil. Hij is geen God van het eigen volk alleen. Hij is een grensoverschrijdende God. Een grens-ganger die vrij verkeer wenst voor iedereen. En dat schijnt nu niet de sterkste kant te zijn van de priesters. Liturgie binnen de eigen kring is voor hen belangrijker dan de moeilijke aandacht voor Gods universele liefde.

Hoe belangrijk deze reflex misschien ook al mag zijn, in Gods ogen is dit gesloten systeem een vloek, is deze inteelt een veeg teken voor de toekomst. Hij ziet de toekomst anders. Dat is punt één. Punt twee is, dat zij verkeerd over God spreken. Hun boodschap is namelijk niet profetisch. En zonder profetisme wordt Gods Naam niet juist verkondigd. Hij wordt zelfs helemaal niet verkondigd. Hij zal zijn priesters dan ook niet langer zegenen. Zij schenden immers het Verbond. Een zwaardere veroordeling is nauwelijks denkbaar.

Het zal ons altijd een les wezen: godsdienst is niet enkel voor de sacristie en liturgie is niet enkel voor trouwe en ‘brave’ mensen. Koestering van de eigen troost is een gevaarlijke kerkelijke bezigheid. Wij hebben nog verantwoordelijkheid buiten de eigen kerk. De wereld moet altijd dicht bij de offertafel aanwezig zijn. Anders is God zelf afwezig. Wat in alle opzichten een tegenspraak is in de termen.

Of wat wij van de oude Maleachi kunnen leren.

Zoeken in Preken Online