Dit evangelie horen we eigenlijk graag. Jezus veegt hier de Farizeeën eens goed de mantel uit en noemt het kind bij zijn naam. Het woord van Jezus blijft actueel, want op dit punt is er nog niets veranderd. Alleen bijkomstige dingen hebben zich gewijzigd. De gebedsrollen, kwasten, synagogen en maaltijden zijn nu interviews, congressen en sobere maaltijden of parochiefeesten geworden. Maar het verlangen om gezien te worden, om vooraan te staan is nog altijd hetzelfde gebleven. Ook als de directeur nu met zijn voornaam wordt aangesproken, Jan of Piet, toch weet hij heel goed wie hij is, en de onderdaan mag ook niet vergeten dat het zijn chef is. En al staan we niet meer zoveel op een titel of carrière, toch willen we graag een beetje hoger staan dan de anderen. Wie doet dat niet?
Wij weten ook heel goed op wie wij deze woorden van Jezus kunnen toepassen. Velen hebben de Kerk de rug toegekeerd omdat ze een te groot contrast zagen tussen woorden en daden van mensen die voor kerkelijk doorgingen. En van de pastoor zeggen ze dat hij eerst maar eens zelf moet doen wat hij preekt. Meestal hebben de mensen, die zo denken, ook nog gelijk. Maar ze hebben geen gelijk als ze in Jezus’ woorden een rechtvaardiging willen vinden voor hun handelwijze. Jezus keurt hun daden af: handelt niet naar hun werken, maar toch zegt Jezus: onderhoudt alles wat zij u zeggen.
Het geloof van een oprechte christen wordt op de proef gesteld. Hoe dikwijls zal hij in zijn leven moeten zeggen: en toch… ondanks… Hij zal zich vaak moeten ergeren aan de Kerk, aan de priesters, de medegelovigen. Hoeveel menselijke zwakheid en leu¬gen wordt hem niet voorgeleefd? Hoeveel tekortkomingen in het kerkelijk ambt, hoeveel woorden en hoe weinig daden? Dan moet een mens al een heel sterk geloof hebben om alles te doen wat zij zeggen.
De Kerk heeft gelukkig begrepen dat de tijd van machtsontplooiing voorbij is. De Kerk herkent men niet meer aan de hoogte van haar torens, maar aan het aantal mensen die willen dienen. De Kerk van Jezus kan alleen een dienende Kerk zijn, anders is ze geen Kerk. Wat de mensen werkelijk dient, dat moet de Kerk doen, dat moet zij bevorderen, dat moet zij ondersteunen. Wat ertoe bijdraagt om de mensen te doen leven, gelukkiger en intenser te leven, daarvoor moet de Kerk zich inzetten.
In die zin zien we overal tekens van hoop. Wij beseffen meer dat we in het Bloed van Jezus met alle mensen verwant zijn geworden. Jonge mensen gaan vrijwillig op zondag in het ziekenhuis helpen, om het personeel te ontlasten. Jonge mensen gaan als ontwikkelingshelpers naar de Derde Wereld, anderen zetten zich in voor de zieken, bejaarden, gehandicapten. De Kerk oriënteert zich weer naar het woord en het voorbeeld van Jezus. Je bent niet groot door het feit dat je een hoge positie inneemt, je bent niet groot omdat je met de ellebogen werkt en over de rug van een ander naar boven klimt. Bondig gezegd: je bent alleen maar groot in zover je voor anderen leeft, in zover je dienstbaar bent voor anderen.