De teksten uit het evangelie lijken ons soms zo levensvreemd, dat wij ze maar moeilijk kunnen thuisbrengen. Maar een andere keer zijn de teksten zo duidelijk dat wij ze zonder meer onmiddellijk op onze samenleving kunnen toepassen. Zo’n tekst is het evangelie van vandaag over de levensstijl van de farizeeën en schriftgeleerden. De kritiek die Jezus richt tot de gezagsdragers in zijn tijd kunnen wij zonder meer overdragen op de gezagsdragers in onze tijd. Op de leerstoel van Mozes zitten nu de mensen die een ambt bekleden in de Kerk: de paus, de bisschoppen, de priesters, maar ook de mensen die met gezag bekleed zijn in de maatschappij en in het gezin de ouders.
De lezing is een bezinning op het wezen van het gezag. De passage bevat dus richtlijnen voor gezagsdragers. Jezus wil hun duidelijk maken hoe zij hun gezag moeten uitoefenen: wie de grootste onder u is, moet uw dienaar zijn.
Wij kunnen de boodschap van het evangelie van vandaag zo sa¬menvatten: laat u niet leraar noemen: al ben je nog zo goed onder¬legd, dat alleen geeft je nog niet het recht je mening aan anderen op te dringen; laat u niet meester noemen: al heb je een nog zo hoge positie, je mag die positie nooit misbruiken voor eigen voordeel, maar de bedoeling van alles wat je als gezagsdrager doet, moet altijd zijn: het welzijn van de anderen; laat u niet vader noemen: zelfs ouders hebben niet het recht eigenmachtig te beslissen over het leven van hun kinderen, want ouders zijn er alleen voor de kinderen en nooit omgekeerd.
Gezag moet er zijn in iedere gemeenschap: in de Kerk, in de maatschappij, in het gezin, maar dat gezag mag er alleen zijn voor het welzijn van degenen over wie gezag wordt uitgeoefend. Dat geldt zowel voor kerkelijke als voor burgerlijke gezagsdragers, het geldt ook in het gezin, het geldt ten slotte voor iedereen in het gewone dagelijkse leven.
Gezag is er nooit alleen om te heersen, het is er om te dienen. Gezagvol is alleen het woord dat niet wil dwingen, maar dienen. De paus is er voor alle gelovigen, de bisschop is er voor de gelovigen van zijn bisdom, de pastoor is er voor zijn parochianen, de regering is er voor de onderdanen, de burgemeester is er voor de inwoners van de gemeente, de ouders zijn er voor de kinderen.
Maar macht en gezag zijn gevaarlijke instrumenten. Zij kunnen zo gemakkelijk ontaarden. Wie macht heeft, komt zo gemakkelijk in de verleiding die macht te misbruiken voor eigen voordeel en in de loop van de geschiedenis is dat ook telkens weer gebeurd en het gebeurt nog. Wie macht heeft ontvangen, kan zo moeilijk die macht weer afstaan of met anderen delen. Ook hier gelden de woorden van Sint-Vincentius: ‘Als je een taak verricht hebt, doe dan de deur dicht, leg de sleutel onder de mat en ga stil weg'.
Bovendien staan wij allemaal in zekere machtsverhoudingen te¬genover elkaar, wij zijn allemaal op een eigen manier met macht bekleed, wij hebben allemaal wel ergens iets te zeggen. Al ben je geen minister of bisschop of pastoor of zelfs vader of moeder, er zijn altijd wel mensen op wie je invloed uitoefent. En je mag die invloed nooit aanwenden tot eigen voordeel.
‘Wie de grootste onder u wil zijn, moet uw dienaar zijn.’ M.a.w.: je bent alleen maar groot in zover je dienstbaar bent voor anderen. Zeggenschap hebben over anderen mag alleen betekenen: iets te zeggen hebben ten voordele van anderen.