30e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

De secularisatie is alleen een moderne ziekte voor zover iedere tijd opnieuw modern is ten opzichte van de tijd onmiddellijk ervoor. Jezus formuleert vandaag zijn sterkste antwoord aan de Farizeeën van zijn en van onze tijd, aan de wetgeleerden van alle tijden. Hij vat de hele Wet samen in twee geboden, die één zijn: de liefde tot God en de naaste. Jezus’ Farizeeën hebben de mond vol over God, Farizeeën van nu hebben de mond vol over de mens. Ze seculariseren beiden, elk op hun manier, als ze niet het éne gebod overhouden: ‘Wat God heeft verbonden, zal de mens niet scheiden’. Wat Jezus eer zo over man en vrouw formuleerde, formuleert Hij nu over God en de mens, als Hij zegt: ‘De twee geboden zijn gelijkwaardig’.

De voorbeelden van Exodus zijn klaar. Vreemdelingen hebben het al moeilijk in een land. De vreemdelingen, die onder u verblijven, moogt ge het leven niet nog moeilijker maken. Weduwen en wezen hebben al een hard bestaan. Ge moogt hun geen onrecht aandoen en hen niet nog meer in het nauw drijven. Van wie niet weet van welk hout pijlen maken, moogt ge geen intrest eisen als ge hem wat leent. Dat is een drenkeling onder water duwen. De mantel die ge van een arme in pand neemt moet ge ‘voor zonsondergang teruggeven’. ‘Het is de beschutting van zijn blote lichaam, hij moet er in slapen’.

Wilt ge zelf niet geholpen worden als ge op den vreemde moet gaan werken? Vraagt ge zelf niet om bescherming als ge van een weduwepensioentje moet leven? Zijt ge zelf niet gelukkig als iemand u in geldnood echt helpt? Wilt ge zelf niet een kleed of een deken om u ’s nachts tegen de koude te beschermen? De voorbeelden zijn klaar en de regel is klaar: ‘bemin uw buurman en de vreemdeling als uzelf.’

Maar nog iets anders is klaar in Mozes’ Wet. Israël heeft ‘zelf als vreemdeling in Egypte gewoond’. Jahwe is het die hen vandaar heeft weggehaald. Ze waren niet meer dan een troep vluchtelingen. Jahwe heeft hen naar een nieuw, eigen land gebracht. Jahwe heeft hen daar bescherm tegen hun vijanden. Jahwe heeft hen een nieuwe kans gegeven. Ook zij moeten aan anderen kansen geven. De Israëlieten weten dat ze voor elkaar en voor vreemdelingen goed moeten zijn, omdat God zich over hen ontfermd heeft, omdat Hij altijd goed geweest is voor hen.

Een kind, dat liefde gekregen heeft thuis, draagt een schat mee voor zijn hele leven. Liefde geven is voor dat kind evident. Het heeft eerst gekregen en kan daarom geven. Het is blij dat het kan geven en mag geven. Het denkt aan kunnen en mogen, niet aan moeten. De voorbeelden van Mozes’ Wet zijn klaar. De regel van de liefde voor de andere zoals voor zichzelf is klaar. De reden waarom dit alles zo is, is ook klaar: eerst heeft God gegeven, de mens geve Gods gave verder door.

Het antwoord van Jezus aan de wetgeleerde spreekt over het hart, de ziel en het verstand. Maar die functioneren slecht zonder het geheugen. Sommige Farizeeën zijn te kort van geheugen. Ze gaan niet terug tot hun gelukkige kinderjaren. Ze vergeten dat ze alles gekregen hebben. Groot geworden, keren ze hun Vader de rug toe, ook al bidden ze: ‘Wanneer zal ik uw Aanschijn zien?’ Hoe kunnen ze denken dat ze wetgeleerden zijn?

Een wetgeleerde zonder geheugen is een wetgever, een slechte dan, die wetten oplegt zonder orde. Wie het eerste gebod vergeet, is de orde kwijt. Wie de grondwet van de liefde vergeet, hem weegt de wanorde van de andere geboden. Ja, elk van die andere geboden gaat hem wegen. Alles wordt ondraaglijke verplichting van wetten, voor wie de grondwet van de kinderjaren vergeet: wie van zijn ouders liefde gekregen heeft, hem verplicht de liefde vanzelf tot liefde.

‘Als ge niet opnieuw wordt als de kleine kinderen, zult ge het Rijk der hemelen zeker niet binnengaan’. Kleine kinderen zijn niet op hun best als ze al hun verplichtingen afwegen, als ze niet leven van de liefde van hun ouders, die ze trouwens vanzelfsprekend vinden. Als ze, soms hopeloos verkeerd, menen goed te doen, als ze honderd dingen in de war sturen, zijn de ouders die daarom dan kwaad zijn, zelf niet in hun beste dagen.

God is geen moralist, geen theoloog, geen wetgeleerde. Hij is onze Vader.

Zoeken in Preken Online