Rechten van God, rechten van de mens: hoeveel discussies zijn daarover reeds gevoerd? Na 2000 jaar christendom hebben wij dit grote gebod van de Heer nog niet verteerd. Eigenlijk is er geen sprake van één groot gebod, er zijn er twee. En toch vormen deze twee samen weer één groot en onafscheidelijk gebod. Eerbied voor God en respect voor de mens zijn twee kanten van dezelfde werkelijkheid. Ook hier geldt het woord van de Heer: ‘Wat God verbonden heeft, dat kan de mens niet scheiden.’
Toch willen wij steeds weer scheiden, ja, wij stellen de liefde tot God en de liefde tot de mensen zelfs tegenover elkaar. In wonderlijke harmonie van de twee geboden brengen wij vaak het dodelijk vergif van spanning en rivaliteit. Als het er op aankomt moet de mens geofferd worden voor God. Wat baat het de mens heel de wereld te winnen, als hij daarbij schade lijdt aan zijn ziel? Terwijl anderen beweren dat God geofferd moet worden om de mens beter te kunnen dienen. Met woorden wordt deze kwestie niet altijd zo duidelijk gesteld, maar in ons dagelijks gedrag hellen wij heel gemakkelijk over naar de ene of de andere kant.
Wij beperken onze godsdienst vaak tot gebed, geestelijke oefeningen, bedevaarten. Dat is allemaal heel goed, maar wij moeten toch beseffen dat alleen het twee gebod waarde en waarachtigheid kan geven aan het eerste: ik was ziek, hongerig, gevangen… Christus identificeert zich immers met elke mens in nood. In zijn eerste brief schrijft Johannes: ‘Hij die zijn broeder niet liefheeft, die hij ziet, kan zeker God niet liefhebben, die Hij niet ziet’ en verder ‘Wie het goede niet doet is Gods kind niet, allerminst hij die zijn broeder niet liefheeft.’ Waarachtige liefde tot God is liefde tot de mens en elke waarachtige liefde voor de mens is steeds liefde tot God.
Ondanks deze duidelijke woorden in de Schrift hebben wij het toch moeilijk om te erkennen dat Gods liefde onafwendbaar gaat langs de zorg voor de mensen. De rechten van God eindigen en beginnen bij de rechten van de mens, zoals de rechten van de mens op een heel zwak fundament komen te staan zonder de erkenning van de rechten van God. Het middelpunt van hen die helpen en van hen die geholpen moeten worden is en blijft steeds God.
Wij mogen blij zijn dat er in onze dagen geweldig veel goeds gebeurt. Wij denken aan Welzijnszorg, Broederlijk Delen, Amnesty International, Artsen zonder Grenzen… Voor liefdadige doeleinden mogen op de tv gerust shownummers opgevoerd worden, die wij vol spanning vanuit een gemakkelijke stoel meeleven, maar dat neemt niet weg dat de echte naastenliefde van mens tot mens, verborgen en vaak zonder dank volbracht, alleen ontspringt aan de bron van Gods liefde.
Laten wij vandaag beginnen, hier op deze plaats, het mogelijke te doen voor de mens in nood. Misschien worden anderen door ons goed voorbeeld gemotiveerd om dit ook te doen, misschien nog een beetje beter dan wij. Zo kan er een eindeloze liefdesband rond de hele wereld gesmeed worden. Wie weet wordt dan, hetgeen wij voor onmogelijk houden, mogelijk door de liefde van God, die uitgestort is in onze harten.