Wij zijn, dus ik ben, dat motto staat op de poster van de wereldmissiemaand.
Wij zijn, dus ik ben. Dat klinkt nogal cryptisch maar er zit een grote wijsheid in.
Omdat wij als gemeenschap bestaan, kan ik als individu bestaan.
Voor de Papoea’s heeft dat altijd door al een bijzondere betekenis gehad.
Dit jaar schenkt de wereldmissiemaand aandacht aan hen.
Een Papoea kon alleen zichzelf zijn binnen zijn stamverband,
als hij leefde binnen het dorp, binnen de stam.
Buiten zijn dorp, en los van de andere dorpsbewoners, was hij niets.
In de tijd dat het nog koppensnellers waren,
liep een Papoea buiten zijn dorp alleen het gevaar zijn kop kwijt te raken.
Die gemeenschapsband staat nu onder druk
door de veranderingen die ook in hun wereld binnendringen.
Immigratie uit andere delen van Indonesië brengt vreemd volk binnen
en door die import, die buitenstaanders worden zij
als primitief en onbeschaafd gezien en behandeld.
Ook heeft de geldeconomie zijn intrede gedaan,
waardoor men minder afhankelijk wordt van de gemeenschap
en de drang groeit om alleen voor eigen gewin te werken
zonder rekening te houden met de belangen van de gemeenschap.
Wij zijn, dus ik ben. Alleen als de gemeenschap leeft, kan ik leven.
Die fundamentele waarheid zijn wij in onze westerse wereld aan het vergeten
met alle nadelige gevolgen vandien.
We hebben het geluk dat we hier wonen in een dorp
dat nog een grote gemeenschapsgeest kent.
En dat is een groot goed waar we heel zuinig op moeten zijn.
In grotere plaatsen leven de bewoners veel meer langs elkaar heen.
Vaak kent men zijn eigen buren niet
en dus heeft men geen weet van hun wel en wee,
en dus kan men ook niet meeleven met hun vreugde of verdriet.
En dat is een enorme verarming van de samenleving
waardoor mensen alsmaar in hun eigen kleine kringetje ronddraaien,
hun gezichtsveld steeds kleiner wordt, waardoor velen vereenzamen.
Wij zijn, dus ik ben. Of anders gezegd: zonder de gemeenschap ben ik niets.
Dat klinkt in deze tijd misschien behoorlijk ouderwets.
De nadruk ligt tegenwoordig immers op het individu.
Iedereen moet voor zichzelf kunnen zorgen.
Ik kom op de eerste plaats, en alle anderen pas daarna.
Het wij-gevoel, het besef van saamhorigheid, zijn velen al kwijtgeraakt.
Als ik het maar goed heb, als ik maar een mooie auto heb,
als ik maar kan doen waar ik zin in heb, dat lijkt het belangrijkste te zijn.
Rekening houden met anderen, ze geen schade toebrengen,
ja dat moet natuurlijk wel, anders wordt het een chaos,
maar je eigen belang en je eigen welzijn komt toch eerst.
Niet zonder anderen kunnen, aangewezen zijn op anderen,
wordt al te vaak als een teken van zwakheid gezien.
Nee, je bent pas echt iemand als je helemaal onafhankelijk bent.
Maar ben je daarmee ook echt een gelukkig individu?
Ben je dan niet iemand die in zijn eentje aan een grote tafel zit,
bomvol allerlei heerlijkheden, van alles het beste,
maar kun je er alleen wel echt van genieten.
Is het niet veel gezelliger om samen met anderen
een picknick of barbecue houden? Dan kun je met eenvoudig voedsel samen veel plezier hebben.
Echt menselijk geluk heeft altijd te maken met dat wij-gevoel,
met samen leven, samen werken, samen genieten van dingen,
met het samen delen van blije dingen maar ook van verdrietige zaken.
Bemin je naaste als jezelf, hoorden we in het evangelie.
Eigenlijk gaat het daar om precies dezelfde waarde.
Het gaat om dat wij-gevoel: ik kan niet zonder jou en jij niet zonder mij.
Ik moet jou het goede wensen en geven waar mogelijk
en jij moet mij het goede gunnen en waar mogelijk geven.
Dat is de allereerste leefregel in een gemeenschap.
Als die regel op de achtergrond komt en vergeten wordt,
dan ziet het er slecht uit voor elk individu,
zeker voor de zwakken in de samenleving.
Wij zijn, dus ik ben. Of, ik kan alleen mezelf zijn
als de gemeenschap waarin ik sta ook leeft en actief is.
En die gemeenschap leeft alleen dan
als ik er een actieve bijdrage aan lever.
Of in evangelische termen: als ik mijn naasten niet bemin
en voor hen het goede wil en geef, dan doe ik mezelf tekort.
30e zondag door het jaar A (2002)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen