Als uzelf

A-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

Die Farizeeën komen niet zo alleen maar even een vraag stellen. Ze willen hem op de proef stellen, zegt de tekst. Maar ze willen ook een antwoord horen op een belangrijke vraag, die hen dwarszit. Een levensvraag, een vraag op leven en dood. Een vraag die door de leer en de levenshouding van Jezus zelf opgeroepen wordt.

Jezus stelt duidelijk dat iedere individuele menselijke persoon in het centrum van Gods interesse staat. Dat - als het er op aan komt - iedere mens in Gods ogen voornamer is dan de wet. De wet is er alleen om de mens. Hij zegt dat niet alleen. Hij drukt dit ook in zijn handelen uit. Iedere keer dat hij op een sabbat geneest, demonstreert hij dat hij meent wat hij zegt. Diezelfde neiging van hem, om dat persoonlijke en individualistische zo sterk te benadrukken, komt ook uit in de gewoonte die hij heeft om God niet alleen maar ‘vader’, maar abba, ‘paps’ te noemen. De Fanzeeën hadden niets op dat ‘vader’ tegen. Maar dat abba was hun te gemoedelijk, te gemakkelijk, te pretentieus, eigenlijk ook wat te moederlijk, en uiteindelijk zeer gevaarlijk.

Als ieder mens zich zó persoonlijk op God kan beroepen, als een mens zichzelf zó in het centrum van het heelal vermag te plaatsen, hoe organiseer je dan je gemeenschap? Krijg je dan niet een stel zichzelf verheerlijkende en onuitstaanbare individuen, die zich ten opzichte van elkaar zo onafhankelijk opstellen, dat er geen gemeenschap mogelijk is; of, om het wat meer in de termen van Matteüs te zeggen, dat er geen huis mee te houden is?

Zou een dergelijke houding in feite niet de ondergang van de gemeenschap en zelfs van het volk zelf betekenen? Met andere woorden, de Farizeeën beginnen zich af te vragen of de nadruk die Jezus legt op de individuele persoonlijke waardigheid en op de persoonlijke rechten van eenieder geen mogelijke bedreiging vormt voor hun hele maatschappij. In die context komen ze hun vraag stellen: ‘Meester, wat is het voornaamste gebod?’ Gaat het eerst over jezelf en God, en dan pas over God en de ander? Of gaat het eerst over de gemeenschap en God, en dan pas over jezelf? Hoe verhouden zich gemeenschap en individu ten opzichte van elkaar?

Het is een kwestie die we steeds weer tegenkomen. Het is een vraag die zolang de Verenigde Staten bestaan, daar aan de orde is. Om een heel goede reden. De massa’s die daar aankwamen, en nog steeds aankomen, zijn degenen die juist de banden met de maatschappij waar ze in thuis waren, verbreken. Vaak deden ze het door nood gedwongen, maar ze deden het.

De individualisering is in de Verenigde Staten op een elders praktisch ongekende manier doorgevoerd. Je kunt daar het nu al twintig jaar oude boek The Secular City van Harvey Cox op nalezen, maar ook een recenter boek als dat van Robert Bellah, Habits of the Heart, Individualism and Commitment in American Life. Het beschrijft hoe vanwege deze individualiserende tendens zelfs de herinnering aan onze menselijke geschiedenis aan het verdwijnen is.

Op een nogal elitair college in Ohio werd Bellah’s boek in de sociale ethiek als verplichte literatuur voorgeschreven om de studenten tegen die individualisering te waarschuwen. Die goed bedoelde poging mislukte volkomen. De studenten lazen het boek als een bevestiging van de individualiserende keuze die ze gemaakt hadden.

Wat doe je als mensen zó individueel in hun gemeenschap staan? Dat was de vraag van de Farizeeën aan Jezus. Jezus geeft een antwoord. Dat antwoord gaat direct op hun vraag in. Hij windt er geen doekjes om: ‘Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede daaraan gelijk: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.'

Je moet de ander beminnen zoals jezelf. Je dient binnen de gemeenschap je zelfliefde als norm te nemen. Dat moet je dan eerlijk doen, zodat je een ander niet aandoet wat je zelf door anderen niet aangedaan wilt worden. Zelfliefde wordt dan heel belangrijk. Zij is gebaseerd op Jezus’ eerste norm: je verhouding tot God. Te weten dat God naar je liefde uitkijkt, geeft je een gevoel van eigenwaarde. Die eigenwaarde in jezelf en de ander respecteren is het fundament van een gezonde samenleving.

Zoeken in Preken Online