* Johannes de Doper werd gevangen genomen. Hij had Farizeeën, deftige lui, uitgemaakt voor adderengebroed, en doorslaggevend was dat hij open en onomwonden de huwelijksontrouw van Herodes Antipas aan de kaak had gesteld. De bodem gloeide meteen ook onder Jezus’ voeten.
* Daarom week Hij uit naar zijn thuisbasis, het “Galilea der heidenen”. Dat gebied was van oudsher getekend door heidense (d.i. niet echt Joodse) invloed. Daar had eertijds ook de stam Neftali zijn intrek genomen en zich vermengd met de oude Kanaänieten. Nadien kwam de bevolking er onder nieuwe heidense instroom: de infiltratie van de Baälcultus, de bezetting door Assyrië, de nabijheid van het gehelleniseerde Syrië… Daar lag ook Nazaret. Nathanaël had de vraag gesteld of er uit Nazaret wel iets goeds kon komen (Joh 1,46). Heel dat gebied werd vanuit Judea en het door en door Joodse Jeruzalem met minachting bekeken. En tot wie beweerde dat de Messias wel uit Betlehem, maar in geen geval uit Galilea kon komen (Joh 7,42.52) wist Matteus prompt te antwoorden met de profetentekst: “Land van Zabulon, land van Neftali… Galilea van de heidenen. Het volk dat in duisternis zat, heeft een groot licht aanschouwd…” (Jes 8,23-9,1; eerste lezing).
1. Jezus trad er op als profeet en als leraar.
Hij trok heel Galilea door, maar koos Kafarnaüm als uitgangspunt, een havenstad bij het meer van Genesareth, op de drukke weg van Damascus naar Egypte. Daar was een tolkantoor. Er was een Romeins garnizoen gelegerd: veel kansen om een grote verscheidenheid van mensen te bereiken.
\
- Hij trad er op kwetsbaar als een profeet. Hij trok de boodschap van de Doper door: “Bekeer u, want het Rijk der hemelen is nabij.” Doch niet met dezelfde dreiging. Er was nog een verschil met de Doper, die zijn volk bij de drukke overgangen van de Jordaan had opgewacht. Zijn leerlingen kwamen hem vinden. Jezus echter trekt naar de dorpen en kiest zelf zijn volgelingen uit.
\ - Hij trad ook op in de synagogen. Synagogen waren de verzamelplaatsen waar Joden op sabbat samen kwamen om te bidden, maar ook om les krijgen in de Schriften. Ze waren ontstaan sinds de ballingschaptijd, toen er geen tempel meer was. In de laatste jaren waren ze overal opgeschoten als paddenstoelen uit de grond. De Makkabeeën hadden velen tot het Jodendom teruggebracht en extremistische Zeloten gecreëerd. Bekwame bezoekers konden in de synagoge na de schriftlezing het woord nemen. Jezus gebruikte dikwijls die gelegenheid en Hij werd er vlug als leraar erkend. Maar Hij verschilde van de andere rabbijnen, die op Mozes steunden. Hij onderrichtte met eigen gezag, zei alles zoals Hij het direct van de Vader kon aflezen (Joh 8,28), en Hij bekrachtigde zijn woord met treffende tekenen. En ook hierin verschilde Hij van hen dat Hij zelf zijn leerlingen koos.
* In Kafarnaüm nu woonde Simon-Petrus. Hij werkte er samen met zijn broer Andreas in de visserij van de vader van Johannes en Jacobus. Die eerste drie hadden zich eerder bij Johannes de Doper aangesloten, en hadden daar Jezus al ontmoet (Joh 1,35-42). Jezus was hun al bekend. Bij hen was er reeds een spirituele rijping bezig. Nu was de tijd aangebroken om een beslissende keuze te maken. En toen Jezus hen riep, lieten ze terstond voor Hem hun netten in de steek.
2. Jezus trad op als profeet en leraar. Waar zijn vandaag onze profeten en leraars ?
Het “Galilea van de heidenen” bestaat nu bij ons. We leven in een gelijkaardige samenleving. Er is een nieuw heidendom en een pluralisme van allerlei stromingen. Profeten en leraars gezocht !
\
- Profeten zijn tolken van God in moeilijke tijden. Ze weten zich door God gedragen. Daarom durven ze tegen de tijdstroom ingaan. Ze durven hun nek uitsteken. Ze praten niet naar de mond van de menigte. Vaak kennen ze weinig diplomatie en willen ze geen compromissen. Misschien maken ze wel eens scherven. Daardoor zijn ze kwetsbaar, staan ze alleen of worden ze tot een minderheid teruggedrongen. Maar ze zijn sprekende signalen. Juist omdat Johannes de Doper en Jezus als profeten optraden, werden ze gewelddadig uitgerangeerd. De kerkgeschiedenis kent tot op vandaag heel wat martelaren, die omwille van hun getuigenis woest uitgeschakeld werden. Hoeveel politici van christelijke signatuur durven hun hand in het vuur steken ter verdediging van onze ethische waarden en van de vrije gelovige meningsuiting ? Hoe groot is vandaag de vrees door de media hierom als onverdraagzaam en als fundamentalistisch te worden afgeslacht… ?
\ - Leraars zijn er broodnodig in tijden van schrijnende onwetendheid of van waarheidsverduistering. Jezus heeft geen scholen opgericht. Maar na Hem ontstond er gestructureerd onderwijs binnen in de Kerk om zijn boodschap door te geven, en de verkondigers ervan te vormen. Daarin dragen vormingsinstellingen als universiteiten en seminaries ook nu een aanzienlijke verantwoordelijkheid. En niet zonder reden horen we steeds meer vanuit verscheidene hoeken de roep dat onze katholieke scholen meer katholiek mochten zijn. We hebben leraars nodig die niet hun eigen wijsheid als dogma etaleren, maar die zich voeden aan de bron van de waarheid, die we langs de weg van de Kerk in Christus vinden. Hij verkondigde alleen dat wat Hij van de Vader had gehoord.