Evangelieprikje (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 3e zondag · groen

Niet geleid door een gps, maar door de Schriften gaat Jezus in Kafarnaüm wonen, een druk vissersstadje aan het meer van Galilea in het land van Zebulon en Naftali. Het gebied staat gekend als heidens gebied omdat de vissers handel drijven met vreemde volkeren en misschien ook wel omdat er een geurtje zit aan de vissersstiel. Daar is het, zo heeft de profeet Jesaja al voorspeld, dat de Messias zijn werk zal beginnen. Voor wie nog zou twijfelen of Johannes de voorloper is van Jezus, merkt de evangelist op dat Jezus zijn optreden begint met dezelfde oproep als Johannes de Doper nl. een oproep tot inkeer. Het verschil met Johannes is dat het daar niet bij stopt en dat Jezus in naam van God de eerste stap zet naar de mens in duisternis om het licht van de Liefde te laten doorbreken. Maar er is veel werk, Jezus zal dus hulp nodig hebben. Bij gebrek aan een interimbureau is Jezus dus maar zelf op zoek gegaan naar medewerkers. Enkele van hen vond hij aan de oevers van het meer van Galilea. Jezus roept ze en ze volgen Hem.

Geroepen worden? Vroeger toen ik nog thuis woonde bij mijn ouders, heb ik nooit een wekker gehad. Ik had dat nu niet echt nodig omdat ik meestal gewoon wakker word op “mijn uur”, maar mijn zus die rustig haar tijd moet nemen om wakker te worden, had er ook geen. Het was mijn moeder die voor wekker speelde en mijn zus opriep, twee tot drie maal tot ze hoorde dat er beweging kwam in de slaapkamer. Dwaas voorbeeld wellicht, en toch, er is toch een verschil tussen gewekt worden door een onpersoonlijke wekker en geroepen worden met je naam door iemand die aan je denkt. Bij het tweede mag je al, nog voor je opstaat, horen dat je weer welkom bent, dat iemand er naar uitkijkt dat je weer opstaat. Of Jezus ze bij naam genoemd heeft, zijn leerlingen, ik weet het niet. Maar Hij heeft ze in ieder geval persoonlijk aangesproken. En meteen zegt Hij ook wat Hij van hen verwacht: deze mensen die nu economisch productief zijn, wil Hij productief maken voor het Rijk Gods. Als je weet dat de vrome jood denkt dat het kwade in het water schuilt, dan begrijp je wat Jezus bedoelt met “vissers van mensen”. Deze mensen krijgen de edele taak om mensen weg te trekken uit de greep van het kwade en hen te maken tot “kinderen van God, kinderen van het Licht”. Zoals een verliefd iemand zijn geliefde overal zou volgen, zo volgen de leerlingen Jezus. Ik wil daarmee niet zeggen dat ze verliefd waren op Jezus, helemaal niet, ik gebruik gewoon een beeld om te proberen uitleggen hoe we dat woord “meteen” zouden kunnen begrijpen. Hebben ze meteen gevolgd of maakt de evangelist hier een samengebald verslag dat het niet zo nauw neemt met tijd? Wie zal het zeggen? Belangrijk is het ook niet. Belangrijk is wel dat ze gevolgd zijn.

Deze verhalen klinken ons zo bekend in de oren, dat het bevrijdende van dit stukje evangelie soms wel eens verloren gaat. Al van bij het begin van Jezus’ openbaar optreden doet de evangelist ons opmerken hoe Jezus Gods voorkeursliefde voor de “zondige” mens concreet gestalte geeft. Had Hij weerklank willen vinden bij de “high society” van de tempel, Hij had zich moeten omringen met farizeeërs en schriftgeleerden, bewegingen waar Hij - ook al wil het evangelie het soms anders laten uitschijnen - nauw bij aansloot. Jezus spreekt vissers aan. Dwaas in de ogen van schriftgeleerden en farizeeërs wellicht, wijs in de ogen van God. Hoe kan je een bepaald publiek beter aanspreken dan door je te laten omringen door mensen van bij hen? Is het ook daarom niet dat bv. de politie migranten aantrekt? Is Jezus’ keuze dan een doordachte keuze met een verborgen agenda? Ik denk het niet, Jezus voelt het als Zijn roeping om deze mensen tot het Licht te brengen, dus is het maar logisch dat Hij enkele van hen roept.

Dit roepingsverhaal, en ook alle andere, tonen nog eens het belang aan van mensen persoonlijk aan te spreken. Zowat alle mensen die professioneel bezig zijn in de Kerk, zijn mensen die op een bepaald moment aangesproken zijn door iemand of door het werk en levensstijl van iemand. Geldt dit voor professionelen, het geldt ook voor de massa vrijwilligers die de Kerk de dag van vandaag dragen. Hun bijdrage is bijzonder verrijkend voor onze geloofsgemeenschappen. Niet alleen doen ze wat ze doen, maar door het onbaatzuchtig te doen, geven ze ook een bijzonder krachtig en terzelfdertijd kwetsbaar signaal aan de wereld waar voor alles moet betaald worden. “Waarom doe je dat?” “Die pastoors van vandaag, da’s nogal gemakkelijk, …” Deze en andere opmerkingen worden wel eens naar mijn hoofd geslingerd en niet alleen bij mij. Mensen die zich onbaatzuchtig inzetten voor iets plaatsen grote vraagtekens bij het zo vanzelfsprekende “voor wat, hoort wat”. Als mensen mij vragen waarom ik mij blijf inzetten voor een Kerk die mij zo diep gekwetst heeft, dan kan ik alleen maar antwoorden dat ik het voor Hem doe. Ik heb het in mijn leven mogen meemaken dat mensen mij aangesproken hebben om iets te doen in de Kerk, ze hebben mij zelfs gezegd dat ik bepaalde dingen goed doe. Zo’n geschenk mag je toch niet vergeten? En akkoord, in elk gezin is er wel eens een meningverschil of een kleine ruzie, in de Kerk dus ook. Gelukkig zijn er altijd mensen die je blijven roepen net zoals mijn moeder mijn zuster opriep want anders zou je inzet wel eens kunnen verdwijnen. Ik herinner mij op dat ik op één van de diepste crisissen in mijn leven op een bootje in Mechelen op weg naar Planckendael mijn vriendin hoorde zeggen: “je denkt nu toch niet dat Jezus je daarom minder graag ziet”. Het kan bijna geen toeval zijn dat het op een bootje was dat wekenlang bidden beantwoord werd door God.
Ik denk dat wij als geloofsgemeenschap nog meer mensen moeten roepen en bemoedigen door ze persoonlijk aan te spreken. Hoe kan je als Kerk anders belijden dat het in de Kerk om de concrete mens gaat? Het is die concrete mens aan wie God zijn liefde concreet wil aanbieden. Zalig dat wij daar mogen aan meewerken! Dank voor uw inzet en getuigenis!

Zoeken in Preken Online