Waar zijn wij, christenen, precies aan toe? We zijn gedoopt en dus hebben we de oude, zondige mens afgelegd. We zijn nieuwe mensen geworden, met Christus verrezen uit de dood en herschapen tot een nieuw bestaan -ik citeer letterlijk het Nieuwe Testament. Als Kerk zijn wij gist in het deeg, een stad op een berg, licht voor de volkeren en noem maar op. Nog even zo doorgaan en het wordt onuitstaanbaar onecht en blasé.
Want inderdaad: wij leven niet zoals van echte volgelingen van Christus verwacht mag worden. Wij zijn ‘de oude’ gebleven. De zonde en het kwaad zijn niet uit ons weg. En de Kerk is echt niet in alle opzichten de ongerepte bruid van Christus. We kunnen ons zelfs de vraag stellen wat tweeduizend jaar christendom in deze wereld veranderd heeft. Als we hier nog even op doorgaan, wordt dit een totale ontluistering.
Waar staan we dan eigenlijk? Wie zijn we? Wat is er dan van dat christelijk geloof? Dat is de goede vraag om belangrijke passages uit de Schrift te lezen. Jesaja heeft het over een volk dat in duisternis wandelt en een groot licht ziet. Paulus doet de pijnlijke vaststelling dat zij die door Christus bijeengebracht zijn, toch in verdeeldheid leven. Op Jezus worden de aangehaalde verzen van Jesaja toegepast. Hij trekt rond met de melding dat nu de tijd van bekering is aangebroken, want ‘het koninkrijk der hemelen is nabij’.
Wat wil daar nu mee gezegd zijn? Dat wij inderdaad niet meer in de volslagen duisternis ronddwalen, maar dat het ook nog lang niet allemaal licht is. Dat Jezus zijn Kerk verzameld heeft, maar dat ze nog lang niet is wat ze zou moeten zijn. Dat Hij mensen geroepen heeft om zijn getuigen te zijn, maar dat die nog helemaal niet volmaakt zijn en zich nog voortdurend moeten bekeren. Christen zijn is leven in dat spanningsveld: niet meer in duisternis, maar nog niet doorstraald van het volle licht. Niet meer uitgeleverd aan de machten van het kwaad, maar er nog lang niet van losgekomen. In vrede met God, maar nog lang niet in eenklank met Hem. Het gaat niet om een compromis van halfslachtigheid, maar om een dynamiek, een op weg blijven van het ene naar het andere toe. Als christenen staan we in de dynamiek van de bekering. Die is blijvend en die laten we nooit achter ons, zolang we mens zijn.
Het is goed te blijven beseffen dat we nog niet volmaakt zijn. Er is momenteel trouwens weinig gevaar dat we dat vergeten: de critici van Kerk en geloof herinneren er ons voortdurend aan. Maar de andere pool is evenzeer waar! We zien het licht, we zijn door Christus samengebracht en geheiligd, we zijn niet meer als voorheen. Misschien is dit wel het moeilijkste: onbevangen en zonder illusies jezelf onder ogen zien (eerst jezelf en dan pas de anderen!), en dan beseffen en aanvaarden dat God je niet loslaat. Als Hij, in Jezus Christus, onder de mensen komt, is het voor zieken en zondaars. En dat blijft zo…