Moeder Teresa vertelt de volgende gebeurtenis die zij meemaakte in Australië. Zij bezocht een oude man waarvan zelfs niemand wist dat hij bestond. Zijn verblijfplaats was onmenselijk vervuild en er heerste de grootste wanorde. De man leefde in een voortdurende duisternis want er was geen licht. De toestand van zijn verblijfplaats was kenmerkend voor de innerlijke gesteldheid van de man. Hij leefde hopeloos alleen. Hij had niemand op de wereld die belangstelling voor hem had. Moeder Teresa begon de verblijfplaats schoon te maken en op te ruimen. Toen zij een beetje orde geschapen had, vond zij een olielamp. Hoewel zij met stof en vuil bedekt was, zag Moeder Teresa duidelijk dat het een heel mooie lamp was. Zij poetste de lamp totdat zij glansde als een nieuwe. Toen vroeg Moeder Teresa: ‘Waarom steek je die lamp nooit aan?’ ‘Voor wie zou ik ze moeten aansteken?’ vroeg de man. ‘Voor me zelf heb ik ze niet nodig, ik ben gewend in duisternis te leven en voor de rest komt er toch nooit iemand naar me toe’. Moeder Teresa antwoordde: ‘Zou je ze dan willen aansteken als mijn zusters je komen bezoeken?’ ‘Ja’, antwoordde de man, ‘als ik een menselijke stem hoor, zal ik de lamp aansteken’. Een van de zusters begon de man te bezoeken. Een tijd later liet hij aan Moeder Teresa zeggen: ‘Het licht dat u in mijn leven ontstoken hebt, brandt nog altijd’. Voor die man was dat het begin van een nieuw leven. Bij die man was een licht opgegaan, niet door die lamp, maar door het contact met liefdevolle mensen.
Zo lezen wij vandaag in het evangelie: ‘Het volk dat in de duisternis zat, heeft een groot licht aanschouwd en over hen die in het land van doodse duisternis gezeten waren, over hen is een nieuw licht opgegaan’. Zo zag de evangelist de komst van Christus. In dat Galilea van de heidenen, ontstaat de Jezus-beweging, niet in de heilige stad Jeruzalem, daar wordt het licht ontstoken dat in de duisternis moet schijnen.
Eigenlijk is onze situatie nog niet zo verschillend. In zekere zin zitten wij ook weer in een heidense wereld, in een Galilea van de heidenen. Ook op onze gewesten is het woord van Jesaja heel goed van toepassing: ‘Een volk dat in de duisternis zit’. Wij zijn een volk geworden dat opnieuw geëvangeliseerd moet worden. Wij zien het dikwijls ook niet meer zitten, voor ons hoeft het ook niet meer, zoals voor die man die berustte in zijn duisternis.
Die man zat niet te wachten op het licht, dat licht kwam plotseling bij de komst van Moeder Teresa. Zo hebben de mensen ten tijde van Jezus ook niet zitten te wachten op het licht van zijn boodschap. Ook die vier vissers die Jezus opriep om Hem te volgen hebben zeker niet zitten te wachten om iets anders te gaan doen. Die ontmoeting met Jezus kwam totaal onverwachts, het was een overrompelende gebeurtenis, maar door dat woord van Jezus:
‘Kom, volg Mij’, ging er voor hen een nieuw licht op, dat aan hun leven een totaal nieuwe wending gaf, zij kregen een heel andere kijk op hun familie en op hun werkkring.
Voor hoeveel mensen is sindsdien door de ontmoeting met Jezus een nieuw licht opgegaan, zodat zij op hun beurt voor andere mensen een licht van hoop hebben kunnen opsteken, zoals Moeder Teresa voor die man. Zij hebben de uitnodiging van Jezus gehoord in hun vertrouwde omgeving en ze zijn Jezus achterna gegaan.
Hopelijk mogen wij Jezus ook zo eens ontmoeten in ons leven, Hij zal onverwachts, als een licht in ons leven binnenvallen. Dan zal er misschien een nieuw licht vallen op de duistere plekken van ons leven, dan kunnen wij misschien voor veel mensen een licht van hoop in hun duisternis ontsteken.
De vraag is: als die stem van Jezus ooit in mijn leven zal klinken, wat doe ik er dan mee? Er ligt een grote afstand tussen het horen van de stem en het volgen, zo groot als tussen de duisternis en het licht…