Mensen op aarde

A-cyclus · Tijd door het jaar · 3e zondag · groen

Hij heeft zijn schaapjes op het droge. Dat zegt de volksmond van een mens die met een gerust gemoed de toe­komst tegemoet mag gaan. Hij heeft veel en goed gewerkt en hij heeft ook veel en goed verdiend. De dag van morgen is zonder zor­gen. Het is voor een mens een hele verademing als hij zijn schaapjes op het droge heeft.

Met een beetje goede wil is dit een inleiding op het evangelie van vandaag. Maar dan moet er wel een ‘kleine’ nuance bij. Wat de volksmond zegt, betreft de mens die goed voor zichzelf gezorgd heeft. Wat het evangelie zegt, betreft de mens die goed voor anderen zorgt. Hij brengt andere mensen op het droge, op een plaats waar het goed leven is, waar de andere mens uitzicht krijgt op toekomst.

Jezus gebruikt daarvoor het beeld van vissers die mensen vangen. Missen vangen, dat kenden ze. Dat was hun stiel. Het meer van Gennesaret, dat kenden ze ook. Dat was hun werkplaats. Het was niet altijd een smakelijk atelier. Het kon er stormen en de zon brandde hun huid meer dan bruin. In dat decor beoefenden zij hun beroep. Rustig idyllisch hengelen was hun vreemd. Dat is trouwens een hobby, een rustgevende vrije­tijdsbesteding. Dat was het voor hen in geen geval. Daarmee is de beeldspraak echter nog niet rond. Dat water is namelijk ‘gekleurd’. Het is de woonplaats van demo­nen, gedrochten en boze geesten. Vanuit dat kwalijke oord werd de duivel op de mensen losgelaten.
Dáár, op die plek, moet de duivel dus aan banden worden gelegd. Anders wordt en blijft de mens zijn slachtoffer, zijn prooi.

Nu kunnen we verder lezen. Jezus wil van vissen-vissers mensen-vissers maken. Wie zijn leerling wil zijn, trekt mensen uit de bedreiging van het troebele water. Wie zijn leerling wil zijn, brengt mensen op het droge. Dat is hele­maal iets anders dan wat ze gewoon waren. Als je vissen op het droge brengt, dan zijn die vis­sen dood. Met mensen is het andersom. Dan begint de mens te leven. Liefst met hoofdletters. Leerlingen van Jezus hebben dus werk. En… dat kost niets. Dat is geen dure aangelegenheid. Het veronderstelt ook niet één of ander hoog diploma, niet één of andere moeilijke scholing. Het vraagt alleen maar veel van ons­zelf. Het voornaamste in het leven wordt niet met goud betaald maar het is wel alle goud van de hele wereld waard.

Als je dat zo leest in een tijd van grote werkloosheid, dan sta je toch voor een grote vraag. De werkloze mens is zo geneigd om vele woorden met ‘loos’ te vervoegen: zinloos, vruchteloos, fut­loos en nutteloos. Het is mis­schien heel, heel naïef. Maar ik zeg het toch. Dan ook mag een mens nog productief zijn. Hij kan nog het goede doen en zijn tijd nog vullen met belangeloze be­langrijke dingen… voor anderen. Wij zijn pas niemand en ‘loos’ als wij voor niemand leven. Ieder mens kan een diploma behalen in het mensen-vissen: werk en over­uren verzekerd!

Maar kan dat een boodschap zijn voor een onvervuld mens?…

Zoeken in Preken Online