De evangelielezing heeft veel weg van een aardrijkskundeles. En niet eens zo’n saaie, zoals ik me herinner van de lagere school: je had zo’n blinde kaart en dan moest je de steden of dorpen erbij noemen: Leuven, Mechelen, Haacht, Zaventem, Kampenhout… En vooral als je dat klassikaal opdreunde, bleef die ‘trala’ in je hoofd hangen. Nee, vandaag een les met verhalen. Als de meester vroeger goede zin had, vertelde hij verhalen bij de plaatsen die we moesten kennen. Verhalen die de verschillende plaatsen een eigen kleur en klank gaven. Dat waren fijne lessen.
Soms waren de verhalen die bij landen of plaatsen werden genoemd kwaadaardig. Het ‘vijandige’ Oosten hebben we jaar in jaar uit gezegd. Of ‘die van de grootstad’ en anderen zeiden ‘bachten de kupe’, waar van die primitieve mensen wonen, aardappeleters. Vooroordelen van mensen breed uitgemeten. Over dat soort aardrijkskunde gaat het vandaag ook. Ook in het evangelie worden deze plaatsen niet genoemd als louter een plek op de atlas, maar veel meer als de samenvatting van een boodschap. je hoort de vooroordelen van die deftige lui uit Jeruzalem: “het Galilea van de heidenen.” Het land dat in duisternis zit, ‘het donkere noorden’ hier. Waar ze sjoemelen met die van over de grens, waar alles gebeurt wat God heeft verboden. Ze praten erover in Jeruzalem: “Hoe kan daar nou iets goeds vandaan komen?”, zeggen ze. Het is een kwaaie streek, je kunt er maar beter weg blijven. En probeer daar niets te bereiken, want het zal je niet lukken. Er is wel een oude profetie van ‘licht in de duisternis’, maar als het aan die van Jeruzalem ligt, dan komt het licht er nooit.
Uitgerekend in die streek, in dat donkere Galilea, daar begint Jezus zijn werkzaamheid. Een van de redenen is zeker geweest dat Hij het in Jeruzalem waar ze alles beter wisten, niet zo zag zitten. Hij, Jezus, kende 66k die profetie van ‘licht brengen in de duisternis’. En hij heeft begrepen dat als je daar niet iets aan doet, die profetie nooit van zijn leven werkelijkheid wordt. En daarom: weg uit het zuiden, waar hij zich met wat aanpassing toch thuis had kunnen voelen, dicht bij de tempel, het Huis van zijn Vader, weg uit Nazaret ook waar zijn familie woonde. Nee, Hij vestigt zich in Kafarnaüm, midden in dat duistere gebied aan de zee, symbool van chaos en gevaar, om licht te brengen. Om dromen, die in het Joodse volk werden gekoesterd tot werkelijkheid te maken. En let op hoe Hij dat doet. Hij roept medestanders onmiddellijk aan het begin van zijn optreden, voordat er nog iets gezegd is. Hij roept mensen die het met hem samen kunnen gaan doen. Hij heeft blijkbaar ook gedacht: “Alleen red ik dat nooit!”
En zo gaan ze aan de gang niet dat Koninkrijk. Ook dit is weer geen plek op de atlas, maar meer een proces wat je bij mensen op gang moet brengen. Een proces van langzamerhand meer zien in je leven dan onmiddellijk voor handen en te krijgen is. Méér zien in je bestaan, zin erin vinden. Twee aan twee roept Hij ze, want Hij zegt: “Alleen redt een mens het nooit.”
Jezus spreekt mensen direct, rechtstreeks aan. Niet via een omweg. Van mens tot mens. Zoals die vissers. Ze zullen nauwelijks meer geloofd hebben in de vangst. Anders laat je niet zomaar alles achter. Zij zijn op een keerpunt in hun leven aangekomen en juist dan ontmoeten ze Jezus. Hij geeft hun hoop, laat hun toekomst zien. Dat is de vraag van alle eeuwen: wie laat toekomst zien?
Het gebeurt om ons heen: er zijn mensen die anderen in beweging krijgen, er zijn mensen die alleen maar goede dingen zeggen, er zijn mensen die anderen weer zin in het leven geven, er zijn mensen die verrassend en verfrissend buiten hun boekje gaan, er zijn mensen die grenzen verleggen. Er zijn mensen die…