Bepaalde streken en de mensen die er wonen, hebben van oudsher een naam, soms terecht meestal ten onrechte. Zo heten Friezen stug te zijn, Limburgers klitten aan elkaar, Zeeuwen zijn zuinig en Brabanders hebben de naam gemoedelijk te zijn.
Jezus begint zijn prediking in Galilea en ook die streek had een naam, en niet zo’n beste. Er woonden daar slechts een handjevol echte gelovige en trouwe joden. Het merendeel vond men ‘volk van niks'.
Juist daar begint Jezus zijn prediking, op de grens tussen Zebulon en Naftali. Onalledaagse namen van twee stammen, nakomelingen van Jakob. In oude joodse verhalen wordt beweerd dat Zebulon en Naftali heel verschillende typen zijn: Zebulon heeft de naam een doener te zijn. Hij wordt afgeschilderd als een handelsman, een ondernemer, de man van de actie. En Naftali is een dromer, een ziener, een man van bezinning en gebed.
In het gebied van die twee stammen treedt Jezus voor het eerst op en de evangelist lijkt daarmee te zeggen: Jezus is Zebulon en Naftali tegelijkertijd. Hij is doener én bidder, man van de wereld én man van God.
Het is deze Jezus die vissers oproept met Hem in zee te gaan: ‘Ik zal van jullie mensenvissers maken…’. En zij, de apostelen, verzamelen mensen en maken een begin met de kerk.
Maar al gauw komt er verdeeldheid. De één zegt: Ik ben voor Kefas. De ander zegt: Ik hang Apollos aan. De één is van bisschop zus en zo, de ander van de Acht Mei Beweging. De één zegt: christen zijn is een kwestie van bidden. Een ander zegt: het is een kwestie van doen.
Te veel eenzijdigheid, te weinig eenheid. Eenheid in de kerkgemeenschap werd en wordt dikwijls bedreigd doordat doeners en bidders zich tegen elkaar laten uitspelen, terwijl Jezus met wie het allemaal begonnen is, beide aspecten in zich verenigde. De activiste die zegt: mijn geloof dwingt me actief te blijven, maar er is meer dan dat… en de vrome die zegt: ik moet blijven bidden, maar er is meer dan dat.., zulke mensen kunnen eenheid vinden.
Jezelf onder ogen zien en zeggen: Er is meer dan ik alleen, meer dan mijn eigen gelijk, meer dan mijn eigen geloven. Dat kan een begin van evenwicht zijn, het begin van eenheid in jezelf. En zo kan er eenheid groeien met andersdenkende en anders-voelende mensen om je heen.
Als de activist stil wil worden en de stille actief, als de Zebulon ook een Naftali wil zijn en andersom, als de bidziel een doener wordt en de bezige man of vrouw ook de handen weet te vouwen, als de sterke zijn zwakte toegeeft en de zielenpoot zijn sterke kanten durft zien, dan zal Jezus in ons midden komen en zeggen: Het rijk der hemelen is nabij; het is in jullie, Ik ga van jullie mensenvissers maken.
Wie wéét dat het geloof dat in Hem huist meer kanten heeft, die kan verschillende mensen van allerlei kanten verzamelen en bijeenhouden. Wie vist naar eigen gelijk, vist achter het net en zaait verdeeldheid…