3e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 3e zondag · groen

Wie zijn netten niet verlaat geraakt er vroeg of laat in verstrikt.

Jezus die zich heeft laten dopen en die zich van de God van de woestijn heeft laten doordringen, begint zijn arbeid van verkondiging met een paradoxale oproep: de eerste leerlingen moeten hun netten verlaten en te zelfder tijd wordt hun voorzegd dat ze anderen in hun netten zullen vangen. Dat laatste is niet sympathiek en het eerste is niet aantrekkelijk.

Het is niet sympathiek mensen te vangen. Het ruikt naar propaganda. Het heeft met behendigheid, zelfs met list, eerder dan met overtuiging te maken. En zelfs overtuiging lijkt al wat sterk: is niet iedereen het best gediend met zijn eigen overtuiging? Is de eerbied voor ieders overtuiging niet een waarborg voor goede verstandhouding? Nee, mensen vissen, andere mensen vissen, is beslist niet sympathiek.

En zijn netten verlaten is niet aantrekkelijk. Het betekent alles uit handen geven, alles kwijt spelen, op straat staan. Het is in één woord belachelijk zich door Jezus te laten vangen met als vooruitzicht anderen te moeten vangen.

Toch begint Jezus zijn zending, met het roepen van enkele mannen, aan wie Hij beveelt hun netten te verlaten, en van wie Hij mensenvissers wil maken. Waar haalt Hij het gezag om zoiets te doen? Wat voor aantrekkingskracht heeft Hij dan wel? Waarom volgen nuchtere vissers deze vreemde man? Waarom blijven andere vissers bij hun netten, ingenieurs bij hun berekeningen, dokters bij hun patiënten, winkeliers bij hun inventarissen? Waarom volgen enkele jongeren de roeping, terwijl anderen blijven dromen van hun toekomstige berekeningen, patiënten en inventarissen, van hun toekomstige netten?

Jezus zelf heeft zijn huis verlaten, de onderneming van Jozef, de zachtheid en de zorg van Maria, niet om op zijn beurt een vrouw te nemen, maar om de Geest te volgen, de woestijn in te trekken, zich door de Geest te laten dopen en om dan, zoals Matteüs het samenvat, te onderrichten, te prediken, te genezen. Dat is het eerste daarom op ons waarom.

Het tweede is dat ze naar Hem toestroomden, van overal, uit Syrië, uit heel Galilea, uit het centrum van Palestina, uit Jordanië. Dat betekent dat de mensen die toen bezig waren met de goede en noodzakelijke dingen, met berekeningen, patiënten en inven­tarissen, met netten en toekomstdromen over dit alles,

Het derde daarom op ons waarom is dat Jezus, die het echt gedaan heeft, die wérkelijk zijn toekomst heeft opgegeven om de stem van de Geest te volgen, hierin door vele leerlingen gevolgd is.

Wie nooit onderricht geeft, of onderricht wil worden, over wat de laatste moeite waard is, wie nooit iets uitschreeuwt van de waarheid, of naar een waar woord wil luisteren, wie nooit de hele mens wil genezen, of zelf genezen wil worden, die volgt ook nooit de Geest en geraakt vroeg of laat in de netten verstrikt die hij nooit heeft willen verlaten.

Het vierde daarom op het waarom van dit begin van Jezus’ optreden is dat zijn droom over mensen vissen, die van de eerste leerlingen en die van allen die Hem later zouden volgen, niet ijdel gebleken is en nog iedereen beroert. De wereld kiest nog altijd: voor of tegen Hem.

Hoeven we méér te weten of te horen om wakker geschud te worden uit onze slaap, om op te kijken van ons dagelijkse doen, bij Jezus’ oproep tot ommekeer, tot bekering?

Laten we een grote stap zetten over onze netten en ontdekken dat mensen vissen betekent: ze voor goed vangen in de ban van de vrijheid die het Evangelie op zo bijzondere wijze biedt. Met onze eigen netten zal dat niet gaan…

Zoeken in Preken Online