29e zondag door het jaar A (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

Sinds een aantal jaren, maar vooral sinds de aanslagen van 11 september, zijn wij ons bewust geworden hoe gevaarlijk het is als geloof en politiek niet uit elkaar worden gehouden. In het Westen hebben wij er eeuwen over gedaan om dat inzicht te verkrijgen. En wij hadden er de franse revolutie voor nodig, met veel geweld en veel bloed, om te leren dat Kerk en Staat uit elkaars vaarwater moesten blijven. Ze mochten wel alles over elkaar denken en zeggen, maar geen vermenging. Geloof en politiek hebben wel met elkaar te maken, maar je moet ze daarom juist heel goed uit elkaar houden en niet aan één en dezelfde hand toevertrouwen.

In de tijd van Jezus lagen de verhoudingen natuurlijk anders, maar ook toen worstelden velen met de vraag: moeten we nou wel of niet samenwerken met de Romeinen, die ons land bezet houden? Dit land is ons toch door de God van Abraham beloofd? Sommigen vonden van wel: dat waren de Herodianen, die we in ons evangelie tegenkomen. Zij kozen ervoor met de bezetter nauw samen te werken om zo hun positie als joden - met de daarbij behorende gebruiken - veilig te stellen. Zo niet de Farizeeën: zij waren juist fel tegen de Romeinen, die in hun ogen door en door heidens waren. Farizeeën en Herodianen; normaal gesproken elkaars politieke tegenstanders, maar vandaag zien we ze opeens samen optreden om Jezus in de val te lokken. Want beiden zien ze met argusogen hoe Jezus bijna dagelijks aan invloed wint. Zijn boodschap van vergeving, van Gods barmhartige liefde en van broederlijke liefde slaat bij de mensen aan; en dan vooral bij de gewone mensen, de eenvoudigen en armen.

En zij komen bij Hem met een strikvraag: Meester, is het geoorloofd de keizer belasting te betalen? Hoe zat dat met die belastingen? Iedere inwoner, ouder dan 12 jaren moest die elk jaar betalen. En wel in de vorm van een speciale munt. Op de rand van die munt stond geschreven: Keizer Tiberius, zoon van de goddelijke Augustus, Hogepriester. In joodse oren is zo’n tekst een gruwel. Want ten eerste: voor de joodse wet mag je van God en van de mens geen afbeelding maken. En deze keizer noemt zich bovendien goddelijk en hogepriester. De keizer heeft dus geen enkel respect voor het joodse geloof. Hoe kun je zo’n man nou belasting betalen?

Maar Jezus doorziet hun strikvraag. Hij begrijpt dat ze Hem niet om advies vragen of om zijn mening. Ze willen Hem in de val lokken: want als Hij zou zeggen. Je moet belasting betalen, dan zou Hij in de ogen van de Farizeeën een doodzonde begaan. En als Hij zou zeggen: je mag geen belasting betalen, dan zouden de Herodianen meteen een zaak met Hem hebben en zouden ze Hem voor het gerecht kunnen dagen. Maar nogmaals Jezus doorziet hun list. En Hij gaat recht op ze af, om het zo maar te zeggen. Laat mij die munt eens zien? Wie staat daar op? Het is vragen naar de bekende weg. Iedereen weet dat immers: dat is de keizer. Welnu, zegt Jezus, geef dan de keizer wat de keizer toekomt. Maar geef God wat God toekomt. Jezus zegt: geef aan de keizer. Dat kun je opvatten als: ieder mens moet nu eenmaal belasting betalen . En daarmee heeft hij de Herodianen tevreden gesteld. Maar je kunt zijn woorden ook zo uitleggen: maak je handen niet vuil aan deze munt. Want als je hem bij je draagt en er je belasting mee betaalt, dan kon je wel eens onder zijn invloed komen. Laat de Keizer er maar mee doen wat hij wil, maar bemoei je er niet mee! Eigenlijk dus een heel religieus antwoord. En daarmee pareert Hij dus de mogelijke verwijten van de Farizeeën.

Waarom zou Jezus daar zo fel op zijn? Waarom had hijzelf bv. niet eens zo’n muntje op zak? Ik denk omdat Jezus diep ervan doordrongen was, dat alleen de mens beelddrager is van God. Zoals het boek Genesis ook zegt, dat de mens geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis. Niet dat God handen en voeten heeft, en dat wij daarom ook handen en voeten hebben. Maar God is liefde en omdat mensen als enigen uit de schepping liefde kunnen kennen en beoefenen, daarom zijn zij beeld van God. Dus niet zo maar elke mens. Nee, de mens die dient, die liefheeft; de mens die zichzelf prijsgeeft en wegschenkt. Want God is liefde.

In de mens Jezus is die waarheid ten volle geopenbaard: Hij was God onder de mensen. En de God van Jezus is echt anders dan die van de keizer, als ik dat zo mag zeggen. Want de god van de keizer is natuurlijk geen god. Dat is alleen maar waan en lust naar macht. De god van de keizer vraagt onze onderwerping; de God van Jezus vraagt ons vertrouwen. De god van de keizer slaat ons aan met zijn belastingen; de God van Jezus spreekt ons vrij. Amen.

Zoeken in Preken Online