Je hoort nogal eens zeggen dat het niet zo best gaat met onze wereld. Dat komt, zeggen sommigen, omdat er niet genoeg gebeden wordt. Maar anderen zeggen juist: gelovigen zitten maar in de kerk te bidden om vrede; ze zouden beter de handen uit de mouwen kunnen steken. Sommigen zeggen: er wordt in de kerk te veel over menselijke dingen gesproken en God komt er niet meer of nog nauwelijks aan te pas. Was dat maar waar, zeggen anderen, in de kerk praten ze alleen maar over God en intussen verhongeren de mensen.
En zo worden God en mens tegen elkaar uitgespeeld en gemaakt tot elkaars concurrenten. Mensen gebruiken soms God om niet op menselijke vragen te hoeven ingaan. Dat is een kwestie van geloof vinden ze, en politiek of vragen van maatschappelijke aard moet je daar buiten laten. Andersom hoor je ook: Dat zijn wereldse kwesties, die hebben niks met mijn geloven te maken, ‘geloven doe je in de kerk'.
Dat soort denken leeft ook onder de farizeeën als ze met deze vraag bij Jezus komen: ‘Is het ons (gelovige joden) geoorloofd om belasting te betalen aan de keizer of niet?'
Daar kun je met een duidelijk ‘ja’ of ‘nee’ op antwoorden. Bij ‘ja’ zou Jezus God te kort doen; bij ‘nee’ kan Hem opruiende taal worden verweten. Hij geeft echter een genuanceerd antwoord: ‘Geef aan de keizer wat de keizer en aan God wat God toekomt’. Dat betekent: neem de samenleving en de godsdienst beide serieus, speel ze niet tegen elkaar uit.
Met zo’n antwoord laat Jezus ook zien dat ook Hij geen pasklaar en duidelijk antwoord heeft op ingewikkelde vraagstukken. Hij antwoordt voorzichtig en niet met een simpel ‘ja’ of ‘nee’. Soms zijn de vragen van het leven te moeilijk om er een duidelijk zwart-wit oordeel over te hebben. De relatie tussen godsdienst en maatschappelijk handelen was toen ook al niet eenvoudig, Op echte grote levensvragen kun je bijna nooit zeggen: zo is het, af uit. Ook de Bijbel kan dat niet, ook de kerk niet. Soms is duidelijkheid en rechtlijnigheid ook heel onverdraagzaam en onbarmhartig.
Een voorbeeld: Het huwelijk is onontbindbaar. Dat is een christelijk ideaal dat we hoog moeten houden. Maar soms komen mensen voor de onmogelijkste situaties te staan, ongezocht en ongewild. En de vragen van zulke mensen kun je dan bijna ongewild. En de vragen van zulke mensen kun je dan bijna nooit beantwoorden met een duidelijk en rechtlijnig ‘ja’ of nee’. ‘Geef aan de keizer wat de keizer en aan God wat aan God toekomt’. Soms is er voor beide iets te zeggen en moet er worden gewikt en gewogen.
Of een ander voorbeeld: euthanasie is verboden. Begin en einde van alle leven verdienen de hoogste eerbied. Maar soms staan artsen en betrokkenen voor de vraag: Wat wij nu nog kunnen doen is dat ‘eerbiedig’ tegenover deze mens, tegenover God? En soms gaan zulke vragen de krachten van mensen te boven. Soms moet er dan gewetensvol worden gewikt en gewogen: de keizer en God het zijne geven.
Het is vandaag Wereldmissiedag. Sommigen zeggen: missiona¬rissen moeten kapellen bouwen, geloof zaaien, kinderen dopen. Anderen zeggen: missionarissen moeten putten graven, voedsel zaaien, kinderen leren lezen en schrijven.
Jezus zegt vandaag: ze moeten allebei doen: ‘Geef aan de keizer wat de keizer en aan God wat God toekomt.'
En wij van onze kant moeten voor onze zusters en broeders in verre missielanden bidden, maar hen ook financieel ondersteunen; niet het één of het ander, maar het één én het ander.