Wereldmissie

A-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

Het is kennelijk met vreugde en trots dat Paulus aan zijn vrienden in Tessalonica schrijft: ‘Wij hebben u het evangelie verkondigd niet alleen met woorden maar met kracht en heilige geest en volle overtuiging.'

Het is alsof díé woorden, díé kracht, díé heilige geest en díé volle overtuiging ons beginnen te ontbreken. In de oude Nederlandse kerk was de missie een heel populair iets. Het hele katholieke volk was daarbij ingeschakeld. Iedereen had wel een oom of een tante in de missie. Het zilverpapier van iedere reep chocolade, het lood uit de theekisten, en alle postzegels werden verzameld voor de missie. Zelateurs en zelatrices trokken het hele land door om missiebusjes te plaatsen en op te halen.

Dat schijnt bijna helemaal afgelopen te zijn. Waren er op 1 april 1985 nog 4417 missionarissen (priesters, religieuzen en leken) mis¬sionair werkzaam, nauwelijks vier jaar later, in juli 1989, waren dat er nog maar 3650. Een afname van 17,5 procent over een periode van vier jaar. Slechts 5 procent van die missionarissen is jonger dan 45 jaar, veertig procent is ouder dan 65. Nog eens 33 procent is de 55 gepasseerd. De jongeren, niemand zal dat verbazen, zijn vooral te vinden bij de missionaire lekenvrijwilligers. De Mill Hill Paters hebben nog 224 Nederlanders in het ‘veld’, de Witte Paters - of de Missionarissen van Afrika zoals ze zich tegenwoordig noemen - 181, de zustercongregaties met de grootse aantallen zijn de Witte Zusters (50), de Medische Zusters (49) en de Ursulinen van de Romeinse Unie (48); terwijl onder de broedercongregaties de Fraters van Tilburg (83), en de Broeders van Maastricht (82) de lijst aanvoeren (zie voor deze gegevens het Activiteitenverslag over de jaren 1985-1989 van het Centraal Missie Commissariaat).

Er zijn dus duidelijk grote verschuivingen aan het plaatshebben. En dat niet alleen maar omdat deze getallen aan het afnemen zijn. Een ideaal dat zo oud is als het evangelie zelf, wordt op een andere manier beleefd. Dat kun je zelfs zien bij hen die nog aan het ‘oude’ trouw blijven. Het merendeel van die missionarissen, zegt hetzelfde verslag, laat zich vooral inspireren door een voorkeur voor de armen. Dat niet alleen om hen naastenlievend bij te staan in hun honger, hun dorst, het ontbreken aan medische verzorging en het gebrek aan opvoedkundige mogelijkheden, maar om te zorgen dat hun recht gedaan wordt.

Paulus schrijft het op een manier waarop ons de kracht van die woorden wellicht ontgaat. Maar de blijde boodschap die hij te ver¬kondigen heeft, is dat God ons allemaal liefheeft, en dat we allemaal door hem uitverkoren zijn. Dat is de kern van de boodschap die Je¬zus ons gebiedt over de hele wereld - in dalen en op bergen, in Azië en in Afrika, in sloppen en villawijken - uit te spreken: ‘Wij komen allemaal gelijkelijk uit Gods hand; we zijn tezamen geschapen als Gods kroost, we leven allemaal vanuit hetzelfde goddelijke leven.'

Matteüs, de evangelist uit wiens evangelie in het A-jaar bijna al onze teksten vandaan kwamen, vermeldt de formule vader, zoon, en geest, het duidelijkst aan het einde van zijn evangelie. Misschien werd ze er wel door anderen - zoals veel exegeten menen - aan toegevoegd. Dat kan best zijn, maar het is in dat geval een toevoegsel dat heel logisch uit zijn hele evangelie volgt.

Matteüs heeft het er steeds weer over dat we allemaal gelijk zijn. Dat we die gelijkheid moeten ‘beoefenen’. Dat die gelijkheid de verschillen onder ons weg moet nemen.

Maar is dat dan wel een blijde boodschap? Betekent het niet dat we alles op een andere manier moeten gaan verdelen? Is dat geen slecht nieuws voor ons, die zoveel hebben, terwijl anderen letterlijk in de kou (of hitte) blijven staan?

Het goede nieuws situeert zich op een ander vlak, hoewel het op het vlak van de sociaal-economische orde en mensenrechten zeker verwerkelijkt moet worden.

Het goede nieuws is dat ieder van ons door de mysterieuze transcendentie die achter alles schuilt, en door alles heen schijnt, bemind wordt. Dat jij en ik, zij en wij allen zó bemind worden is fantastisch. Waard om doorverteld en gerealiseerd te worden. Dat niet iedereen deze ontwikkelingen terstond door heeft, is menselijk. Dat we het door zullen krijgen, christelijk.

Zoeken in Preken Online