29e zondag door het jaar A- Wereldmissiedag (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

Het is vandaag wereldmissiedag. Ik wil u een voorval vertellen uit de tijd dat ik werkzaam was in de Filippijnen. In de parochie waar ik korte tijd kapelaan was, leefde doña Martina, een zeer godsdienstige vrouw, die elke dag in de kerk te vinden was, een beetje het type van een kwezel. Maar ze was ook een hele rijke dame, een grootgrondbezitster. Er was daar een dorp dat praktisch helemaal haar eigendom was en alle bewoners waren pachtboertjes min of meer van haar afhankelijk.
Zij had er ook een keurige kapel gebouwd en, eens per jaar bij de fiesta, het feest van de patroonheilige, moest een van ons daar de mis komen doen. Maar één jaar gebeurde het dat een week voor de officiële fiesta de bewoners hun eigen fiesta organiseerden en de mis lieten zij doen door Aglipiaans priester, iemand van een afgescheiden kerk daar, een soort protestant dus.
Doña Martina was razend, maar zij had niet door dat het gebeuren niet zozeer een protest was tegen de katholieke kerk, maar juist tegen haar, die katholieke dame, die de kerk plat liep maar tegelijk haar pachtboertjes het vel over de oren haalde en hen uitbuitte, en dat betekende eigenlijk dat zij hen heel onchristelijk behandelde.
Wat daar in dat dorpje gebeurde was een duidelijk protest tegen een dubbelzinnig en halfslachtig beleefd christendom, alsof geloven alleen maar iets te maken heeft met God en niet met de mensen om je heen. Maar je kunt als gelovige mens niet eerlijk tegenover God staan, als je je medemensen tekort doet.
Nu mensen overal wat mondiger worden, krijgen missionarissen wel eens het verwijt: Jullie preken over de rijkdom van jullie christelijke geloof, maar jullie christelijke landgenoten houden ons arm door onze producten te weigeren op hun markt en door onze grondstoffen tegen een spotprijs op te kopen.
Daar staat tegenover dat vanuit het thuisfront en soms ook van hogerhand het verwijt komt: jullie missionarissen zijn teveel ontwikkelingswerkers en te weinig geloofsverkondigers, jullie zijn teveel bezig met werken voor een meer materiele welvaart maar te weinig voor het zielenheil van de mensen. Elke missionaris zal zeggen: die twee aspecten kun je nooit van elkaar scheiden. Geef God wat God toekomt en geef aan de mensen wat de mensen toekomt. Godsdienst moet ook altijd mensendienst zijn.
Het christendom, de boodschap van Jezus Christus, is niet enkel een leer, een theorie, een geheel van weetjes: het moet op de eerste plaats een manier van leven zijn. Het christendom, de weg gaan van Jezus Christus, kan en mag niet beperkt blijven tot gebeden en vieringen: het moet ook concreet gestalte krijgen in de manier waarop zij omgaan met elkaar: in de zorg die wij dragen voor elkaar en elkanders welzijn.
Eigenlijk zouden Nederlandse missionarissen moeten kunnen wijzen naar hun thuisfront: in mijn land gaat het zo, daar kunnen jullie nou zien wat geloven, wat liefde en naastenliefde in de praktijk betekenen. Maar helaas, moet een missionaris zich soms schamen voor zijn achterban: zij zijn maar al te vaak helemaal geen voorbeeld van hoe het zou moeten zijn.
Heel vaak is het juist andersom: dat wij in ons christelijke westen waar het christendom als zovele eeuwen beleden wordt, kunnen heel vaak een voorbeeld nemen aan de vitaliteit, de geestdrift, de consequente beleving van Jezus’ boodschap in vele christelijke gemeenschappen in de derde wereld.
Geef de keizer wat de keizer toekomt en God wat God toekomt. Jezus omzeilt daarmee de strikvraag van de Farizeeën maar hij zegt daarmee: je moet een goed en trouw burger zijn en een goed gelovige. En een goede burger moet een goed medemens zijn die niet alleen de wetten van zijn land respecteert maar ook oog heeft voor het welzijn van de medemens. Als dat doet kun je ook een goed gelovige zijn.

Zoeken in Preken Online