29e zondag door het jaar (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

Geef de keizer wat de keizer toekomt,

Geef aan Gods wat God toekomt

Deze woorden zijn wellicht blijven hangen in ons hoofd, de vele malen dat we dit verhaal hoorden.

Is het alleen maar een handigheidje waarmee Jezus de strikvragen van zijn ondervragers weet te ontlopen, dan kan dit evangelie alleen maar dienstig zijn voor politiekers die binnenkort weer onder vuur gaan genomen worden door reporters en debatleiders.

Ik geloof dat er heel wat meer insteekt: Toen ze dit hoorden, waren ze " verwonderd". “Verwonderd” zijn we als we plots voor iets nieuws staan, als er plots een nieuwe werkelijkheid voor ons opengaat.

Jezus schijnt dus een nieuwe versie te verwoorden over de verhouding tussen God en de keizer, Godsdienst en wereldlijk gezag , politiek.

Deze werden in Jezus tijd nogal eens door elkaar gehaald en misbruikt. Jezus zet ze hier duidelijk naast elkaar.

Aan de ene kant de keizer, het gezag, de overheid, de staat. Jezus zegt duidelijk, het gezag, de staat heeft bepaalde rechten. Wij zijn verplicht aan de staat te geven wat haar toekomt. Wat komt haar toe? Datgene wat nodig is om rechtvaardigheid te doen heersen in dit land. Datgene wat nodig is opdat elke mens in dit land tot zijn recht zou kunnen komen.

Meteen zitten we midden in de actualiteit. Heel de crisis draait hierrond: De mensen die het beleid voeren klagen dat ze niet de mogelijkheden krijgen om de lasten van de staat te dragen en de burgers betogen dat het geld dat zij geven aan de staat niet op een eerlijke manier verdeeld wordt.

Misschien moeten wij ons de vraag stellen:

Geven wij aan de staat wat de staat toekomt?

Hebben wij niet dringend nood aan politiekers die “niet belangengroepen “verdedigen maar wat rechtvaardig is”?

Iemand zei deze week: de grootste kwaal van onze tijd is de gulzigheid, de gretigheid. Een gulzigaard is iemand die altijd meer wil hebben en niets kan missen. Maar erger is: gulzigheid is een hinderpaal om echt te genieten van de dingen. De fijnproever is iemand die de tijd neemt en de goede maat neemt om de goede dingen in zich op te nemen en de goede dingen met heel zijn wezen te doordringen.

Misschien moeten wij meer fijnproevers worden in deze crisistijd dan zullen we met minder meer en beter leren genieten.

De tweede pool in dit verhaal is " God”

" Je moet God geven wat hem toekomt".

God en de keizer moet je niet door elkaar halen.

God mag niet misbruikt worden door de wereldse machten.

De tijd van " Gott mit uns" is voor goed voorbij.

De tijd van Godsd. fundamentalisten" die in naam van God “mensen vermoorden” moet voorbij zijn. Gebeurtenissen in Irak en Egypte tonen aan dat dit nog niet waar is tot op onze dagen. Politieke partijen mogen “God niet misbruiken voor eigen doeleinden. Wie in naam van God spreekt moet ook niet willen bepalen hoe de staat er moet uitzien. Hij moet zich niet vereenzelvigen met groepen, acties of betogingen, maar elkeen moet hij oproepen “God te geven wat hem toekomt”.

God erkennen betekent juist de mens erkennen in zijn onvervreemdbare eigen waarde, zijn diepste wezen, God geven wat hem toekomt:

  • Hem erkennen in al wat leeft

  • Hem dienen in de medemens

Misschien mogen wij zo dit verhaal verder vertellen in onze tijd.

Tot slot nog dit:

Het treft mij dat mensen Jezus willen vangen. Maar het lukt niet. Jezus is niet te vangen, meer nog Jezus is niet te vatten. Elke poging om dat te doen mislukt. Ook zijn woorden zijn niet te vatten. Ook onze poging van vandaag is slechts een poging om ze te benaderen en even aan te raken. Het enige dat wij kunnen doen is erop ingaan. Ons laten vatten door Zijn woord en Zijn wezen. Ook de mensen uit het evangelie kregen die kans: Ze stonden verwonderd; maar spijtig: Ze lieten hem met rust, en gingen heen.

Wij worden uitgenodigd, de verwondering te laten opengaan en Hem te volgen.

Zoeken in Preken Online