28e zondag door het jaar A (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen

Het evangelieverhaal dat u zojuist gehoord hebt is net zo wisselvallig als het weer in Nederland. Het begin als een mooie zonnige dag met een strakke blauwe hemel: een grote uitnodiging om van het leven te genieten, om er een feest van te maken.
Maar dan betrekt de lucht, de zon verdwijnt achter de wolken, het feest dat zo vanzelfsprekend leek, gaat niet door, want de gasten laten het afweten, ze houden zich liever met andere zaken bezig. Dan wordt het guur weer, het gaat hard regenen en stormen, er vallen doden. Het feest is verder weg dan ooit.
Dan komt er, als een soort genade slag, een enorme onweersbui, donder en bliksem brengen grote verwoestingen teweeg. Het lijkt einde verhaal, weg met alle feestelijke gevoelens. Maar na de donderbui gaat toch de zon weer schijnen en weer wordt iedereen uitgenodigd naar het feest te komen want het feest moet volgens Gods bedoelingen toch doorgaan.
Het verhaaltje dat Jezus hier vertelde en dat door Matteüs verder verteld werd, was bedoeld voor de hogepriesters en oudsten van het volk, zo staat er aan het begin van deze evangelietekst. Zij waren de eerste genodigden voor het feest dat God voor zijn volk wilde aanrichten. Maar ze gaven geen gehoor aan die uitnodiging, ze gingen hun eigen wegen.
Het verhaaltje moet je ook zien in historisch perspectief. Steeds heeft God profeten gestuurd om zijn volk uit te nodigen, maar men luisterde niet naar hun boodschappen, ze gingen toch hun eigen gang en veel profeten werden mishandeld en vermoord.
En zoals Matteüs dit verhaal vertelt aan zijn toehoorders, klinken ook latere gebeurtenissen erin door, namelijk de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70. Eigen schuld, zegt Matteüs, had je maar moeten luisteren.
Maar, na regen komt zonneschijn, zeggen we vaak, na slechte tijden komen toch weer goede tijden. God heeft de mens niet voor het ongeluk geschapen, maar om gelukkig te worden in dit leven. Het feest moet toch doorgaan en iedereen wordt uitgenodigd, mensen overal vandaan, van de sjieke buurten en van de achterbuurten. Slechten en goeden komen in de feestzaal bij elkaar, staat er.
Ook wij zijn allemaal uitgenodigd voor het feest, maar het wordt ons niet aangereikt als een kant-en-klaar feest. We moeten het wel zelf maken, met elkaar en voor elkaar. Alle ingrediënten voor het feest zijn aanwezig, maar we moeten zelf aan de slag, samen met elkaar. En er staat heel uitdrukkelijk: met slechten en goeden, d.w.z. met mensen van allerlei slag, met echte goede mensen en minder goede mensen, met leuke en minder leuke mensen, met heel brave mensen en mensen die wel eens een scheve schaats rijden, met lieve mensen en met mensen aan wie we een hekel hebben.
Alleen samen met elkaar kunnen we iets van een feest realiseren, en zo gauw we mensen buitensluiten, is het feest over. Maar ook nu gaat de zon vaak schuil achter een wolkendek, ook nu hebben mensen vaak allerlei excuses en smoesjes om niet in te gaan op de uitnodiging om samen van het leven een feest te maken. Ook nu heb je soms echt guur weer als mensen elkaar het leven zuur maken, en helaas vallen er ook nu soms doden. Maar roepen om straf, zwaardere straffen voor de daders, laat het feest niet doorgaan, vaak zelfs het tegendeel. Maar we moeten niet vergeten dat we samen, met slechten en goeden, van het leven een feest kunnen maken en moeten maken.
Natuurlijk is het niet elke dag feest, niet alle dagen schijnt de zon, het leven is vaak net zo wisselvallig als de natuur hier in ons landje. Toch worden we uitgenodigd om een beetje zon voor elkaar te zijn, om licht te zijn juist ook voor hen die bewolkte tijden doormaken. En zelfs als het regent of hagelt, kunnen we elkaar een beetje blij maken met onze aandacht en hartelijkheid. Dan krijgt het leven toch een feestelijk tintje.

Zoeken in Preken Online