Je moet niet veel afweten van de bijbel en de bijbelse boodschap om te beseffen, dat God niet zomaar God is. Hij is een God met een gelaat, met een programma en een adres. Zo een eeuwige, tijdloze, almachtige God, zo is Hij niet. Hij is concreet. Hij is kwetsbaar, gevoelig, geïnteresseerd. Geïnteresseerd in wat mensen, Zijn mensen, ervan maken. God is niet neutraal. Hij heeft dus een wijngaard en verlangt om de vruchten te zien en mensen die daarvoor zorgen.
Zoiets vertelt Matteüs ons. Hij is goed thuis in die materie. Hij heeft weet van God, van een God die niet ergens zetelt, een hoge majesteit. Hij heeft weet van een God die iets wil, die iets verwacht van mensen. Die God heeft dus een wijngaard, een hoeve, een werkterrein en Hij zoekt mensen die begrijpen en die zich inzetten voor Zijn droom. Hij is mens-betrokken, mens-verbonden, een God van verbond.
Nu zijn er mensen die plechtig en officieel Zijn naam uitspreken maar ze zijn onbetrouwbaar. Wat is godsdienst toch delicaat! Zij willen Hem grijpen. Ze hebben dus niets begrepen van Zijn geheim. Ze willen Hem manipuleren en godsdienstig zijn volgens eigen recept, zonder Hem. Gods-dienstig zijn zonder God.
Daartegen protesteert Matteüs. Volgens hem vergrijpen mensen zich aan God als ze raken aan Zijn eenvoud, aan Zijn menselijkheid, aan Zijn gewoonheid - als dit woord tenminste mag bestaan -. Zij willen God redden tegen de mens in. En dat is natuurlijk nonsens, omdat God precies het tegenovergestelde wil. Hij wil de mens redden desnoods tegen de godsdienst in.
Zo zijn er altijd mensen die zich vergrijpen aan de Zoon omdat die zich inlaat met blinden en doven en melaatsen. Dan wordt God te gewoon, te pro laan, te humanistisch, te vlak. En dat mag niet. Dat verdraagt de gelovige niet. Hij wil God redden: Hij mag namelijk geen broeder zijn, geen tochtgenoot, geen bondgenoot. Hij moet uit de wijngaard worden verdreven. Terwijl Hij precies daar thuis wil zijn.
Het is bijna saai om steeds hetzelfde te zeggen. God wil - zoals wij - zichzelf zijn en niet zoals de mensen Hem willen. Mensen willen Hem in de hemel terwijl Hij thuis wil zijn in onze wijngaard.
Dat is het cruciale punt, de hoeksteen van ons geloof: God is om mensen begaan en mensen die om Hem begaan zijn, begrijpen dat niet.
De Zoon moet weg. Hij is te zeer broeder.