Dankbaarheid is het geheugen van het hart. En als het geheugen van het hart wegvalt, veroorzaakt dat een grote teleurstelling.
Veel mensen kunnen dat met Jezus meevoelen. Want hoe vaak reken je op dankbaarheid en blijkt dat een teleurstelling te worden. Ik heb zoveel voor je gedaan: ben je dat dan helemaal vergeten? Hoeveel nachten heb ik bij je gezeten? Hoe vaak heb ik in angst gezeten om jou? Telt dat dan allemaal niet meer mee? Dit heb ik toch niet aan je verdiend?
Heel veel van zulke vragen zijn er heel vaak door heel veel mensen gesteld. En het antwoord op al die vragen is: als het geheugen van het hart wegvalt, veroorzaakt dat een grote teleurstelling.
De kwestie waar het nu om gaat is deze: hoe zit het met het geheugen van ons hart? Heeft ons hart een goed geheugen? Als het antwoord ‘ja’ is, dan zijn wij heel dankbare mensen: dankbaar tegenover anderen, die zoveel voor ons deden: dankbaar tegenover God, die ons zoveel gaf.
Het geweldige van dankbaarheid is dat je dan ontzettend veel terug wilt doen. Als je iemand echt dankbaar bent, dan weet je gewoon niet hoe je je dankbaarheid kunt tonen. En dat kost je niets. Je doet het graag. Dankbaarheid is een geweldige kracht.
Het is heel belangrijk ook voor ons eigen welzijn dat we dankbare mensen zijn. Het is fijn voor jezelf om een dankbaar mens te zijn. Want geven kost je dan niets. Erg veel terugdoen vraagt geen inspanning.
Iedereen heeft graag met dankbare mensen te doen. Dankbare mensen maken nooit ruzie. Dankbare mensen kwetsen een ander niet. Als iedereen dankbaar was zou de wereld er anders uitzien.
Maar wij moeten onze dankbaarheid ook willen en kunnen uiten. Wij moeten dat niet sentimenteel vinden. Zo was er een gezin waarin men zogenaamd heel nuchter met elkaar omging. Vader omhelsde moeder nooit in het bijzijn van de kinderen. Men vond dat niet nodig. Ook de kinderen werden zelden gekust. Vader had de kinderen geleerd iemand een stevige hand te geven en de ander daarbij aan te kijken. Toen overleed de moeder van dat gezin. Vader had veel verdriet, maar liet dat niet merken. Toen hij tenslotte oud geworden was, kwam een van de kinderen hem opzoeken. Hij gaf zijn vader als van ouds een stevige hand en keek hem aan. Vader, zei hij, als je het niet meer uithoudt, kom dan bij ons, want wij houden van je. Vader keek hem aan, stak zijn handen naar hem uit en een traan kwam in zijn ogen. De zoon kon zich toen niet meer bedwingen, hij vergat wat hij altijd geleerd had, en omhelsde zijn vader. Toen zei zijn vader: jongen, wat ben ik blij dat je gekomen bent om me dit te zeggen. Nee, ik blijf zitten waar ik zit. Maar ik zou het fijn vinden, als je mij dikwijls komt zeggen dat je van me houdt.
Vader en zoon hadden tenslotte geleerd hun dankbaarheid te uiten. En zij voelden zich beiden eindelijk vrij omdat ze het niet meer sentimenteel vonden.