27e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen

Jezus valt vandaag weer uit tegen Israëls leiders. Weer gebruikt Hij het beeld van de wijngaard. Weer plaatst de Kerk Jesaja voorop in de liturgie. Het lied van de wijngaard dat we gehoord hebben wordt klaar uitgelegd door Jesaja zelf: ‘De wijngaard van Jahwe der hemelse machten is het huis Israël. De mannen van Israël zijn bevoorrechte planten. Hij hoopte op recht: en zie het was onrecht; betrachten van recht: het was verkrachten van recht’.

Het beeld van God die in zijn gramschap zijn eigen wijngaard verwoest, is dat van de gekwetste liefde. Israël, de wijngaard die geen druiven opbrengt, is als een vrouw die zich al de zorgen en de liefde van haar man laat welgevallen, maar hem een kind, de vrucht van die zorgen en die liefde, weigert. Gekwetste liefde slaat om in toom.

Het vuur van Gods toom zullen de lauwen nooit begrijpen. Het is uit de gloed van de liefde dat de vlammen van de toom opschieten. Het is met Gods liefde en toom zoals met die van zijn beeld en gelijkenis.

Zo is het met Jezus’ liefde en toom. Hij vervloekt de vijgenboom langs de weg, die nooit geen vrucht meer zal voortbrengen. Hij zweept de sjacheraars uit de tempel. Hij slaat de voorname priesters en leken met zijn profetentong de mond stuk. Jeruzalem brengt geen vruchten voort, het gebed in de tempel is lippendienst en de offers zijn formalisme en afkopen van Gods gunsten. Het hele tempel- en wetsgedoe van de priesters en de klerikale taal van de kaders, van ‘de oudsten’, van de vrijgestelde leken, die het goddelijk Woord van gerechtigheid het vlees geworden Woord van goedheid, tot mensenwoord over rechtvaardigheid verkrachten, zal ‘in eeuwigheid geen vrucht dragen’, alleen bladeren om hun naaktheid te dekken.

Jezus, die zijn volk liefheeft en de tempel van zijn Vader en de Wet en Jeruzalem, ‘de stad van de grote Koning’, zoekt er tevergeefs naar vruchten en zijn liefde slaat om in ziedende toom, die Hij de vrije teugel laat: de priesters en hun trawanten onder de leken zullen het Rijk Gods niet binnengaan, Jeruzalem zal verwoest worden en de geseling van de sjacheraars is maar een aankondiging van de ramp die over de tempel zal komen: de Romeinen zullen hem te vuur en te zwaard met de grond gelijk maken.

Na de wijngaardparabels van deze zondagen, schrijft Matteüs dat de hogepriesters en Farizeeën zich van Jezus wilden meester maken, maar bang waren voor het volk, ‘omdat men Hem voor een profeet hield’. Hij wás een profeet, Hij was dé Profeet: zijn woorden voorspelden de toekomst en zijn daden waren tekenen van wat met hen zou gebeuren.

Zo voorspelt de parabel van vandaag de toekomst van Jezus zelf en van zijn tegenstanders. De dienaars die mishandeld, gestenigd en gedood worden, zijn de profeten eertijds door God gezonden. De zoon is Jezus, de Messias. Hij zal buiten Jeruzalem gekruisigd worden, zoals de wijnbouwers de zoon van de landeigenaar buiten de wijngaard om het leven brengen. Maar zijn erfenis zullen ze zich niet toe-eigenen. Jezus zal na zijn dood de erfgenaam zijn en mede-erfgenaam zullen zij zijn die Hem zullen erkennen.

Als Jezus Jeruzalem binnenrijdt wordt Psalm 118 gezongen: Gezegend die komt in de Naam des Heren! Bij onze parabel van de misdadige wijnbouwers citeert Jezus dezelfde Psalm: ‘Hebt gij nooit in de Schrift gelezen: De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd, is juist de hoeksteen geworden. Het is Jahwe die hier de hand in had. We kunnen onze ogen niet geloven’. Jezus, de hoeksteen, zal door de bouwers van Israël, de leiders van Jeruzalem verworpen worden. Maar God zal hier de hand in hebben. De leiders zullen niet weten wat ze doen. Juist in de verwerping door de leiders zal Jezus door God verheerlijkt worden en wij zullen onze ogen niet geloven.

Zoeken in Preken Online