Oktober is de zogenaamde wijnmaand en de kerk sluit zich daar in haar lezingen vandaag toevalligerwijs bij aan: in de lezingen gaat het steeds over een wijngaard. Daarmee wordt bedoeld het land en volk dat God ter harte gaat: Israël.
Zowel via Jesaja als bij monde van Jezus klaagt God zijn nood, dat Hij al zo lang zijn best doet voor zijn mensen, maar dat het niets uithaalt. Het volk gaat zijn eigen gang en doet alsof God niet bestaat. Maar Gods geduld raakt op, zegt de profeet, en dan laat Hij zijn wijngaard verwilderen. En Jezus zegt hetzelfde; als jullie doof blijven voor de profeten en weigeren te luisteren naar Mij, als jullie geen goede vruchten voortbrengen, reken er dan maar op dat God het voor gezien houdt en een ander volk zal kiezen, mensen die wèl goede vruchten voortbrengen.
Wie de geschiedenis van Gods volk, Israël, kent en bovendien de geschiedenis van het nieuwe Israël (zoals de kerk genoemd wordt), die weet dat God alle reden had en heeft om teleurge-steld te zijn in zijn kerkvolk.
God zal ook wel eens met zijn ogen knipperen als Hij de cijfers bekijkt zoals ze pas nog te lezen stonden in onze kranten, cijfers over katholiek Nederland. Van 1965 tot 1985 liep het kerkbezoek terug van drie miljoen in 1965 naar één miljoen in 1985. Dat betekent dat de bijna volle kerken van toen voor het merendeel bijna leeg zijn. Trouwe kerkgangers behoren intussen tot een kleine minderheid in onze samenleving.
Ik weet wel dat God niet naar cijfers kijkt en dat God meer on¬der de indruk raakt van kwaliteit dan kwantiteit, maar het raakt Hem wel dat er in zijn wijngaard zo slecht naar Hem geluisterd wordt. Hij staat niet te juichen als mensen, die gedoopt zijn en op het spoor van Jezus gezet, geen aandacht besteden aan zijn woord, geen tijd vrijmaken voor de gemeenschap waartoe ze behoren en waar de Schrift wordt geopend. Niemand beter dan Hij weet dat geloven zich afspeelt in de stilte van het hart, maar als het helemaal wordt geprivatiseerd, niet meer wordt gedeeld: ‘ik kan thuis ook bidden’, en niet meer ter sprake wordt gebracht en samen wordt gevierd, daar verschraalt het. En het doet God zeer, zo zeggen Jesaja en Jezus, als de trouw tussen mensen en tussen zijn volk en Hem niet zo nauw wordt genomen.
Vanmiddag komt Club Brugge naar Anderlecht en het Vandenstock-stadion is uitverkocht. De één is, nu het goed gaat met Anderlecht, al meer supporter dan de ander. Maar waar waren ze toen het slecht ging en waar zullen ze zijn als het kouder gaat worden en Anderlecht degradatievoetbal moet gaan spelen. Thuis achter de kachel en vlak voor de buis: ‘ik kan thuis ook kijken'.
Trouw is een deugd die weinig in tel lijkt; ik bedoel trouw aan samenleving en kerk. God is teleurgesteld in de teruglopende cijfers, heeft vragen bij onze trouw en ontrouw en ziet met pijn hoe er ook nu maar weinig geluisterd wordt naar profeten als Jesaja en Jezus.
Maar - en dat moet ook gezegd worden! - God is ook teleurge¬steld in een kerk die niet luistert naar mensen, die hen beschuldigt van lauwheid, maar nooit de hand in eigen boezem steekt en zich veel te weinig afvraagt: Hoe komt het toch dat onze boodschap, het goede nieuws van het evangelie, zo weinig gehoor vindt? God is ook teleurgesteld als wij niet gelovig en gedurfd de bakens weten te verzetten. Trouw aan traditie, wetten en dogma’s betekent dikwijls heel wat anders dan trouw aan mensen.