Wij zijn slechte pachters

A-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen

Dat is tragisch wat hier in deze parabel gebeurt, zeggen wij nog al eens gemakkelijk. Als het woord tragisch ergens in de juiste bete¬kenis gebruikt wordt, dan is dat wel hier. Geleerden weten ons over deze parabel heel veel te vertellen. Maar een eenvoudige lezer weet toch heel gemakkelijk waar het in de kern over gaat. Jezus heeft drie jaar lang overal in Palestina de Blijde Boodschap verkondigd. Hij heeft zijn woorden gestaafd met opvallende wonderen. Iedereen heeft zich een oordeel over Hem kunnen vormen, zodat het volk getuigde: ‘Hij heeft alles goed gedaan’. Maar de leiders van het volk, de pachters, die namens God de wijnberg verzorgen, wijzen Hem bij voorbaat af. Zij willen zijn goede daden niet zien, vervolgen Hem en zullen Hem tenslotte doden. Dat is tragisch. Zij wijzen Hem af met de bijbel in de hand, zij hangen Hem aan het kruis om religieuze redenen. Wij hebben een wet - van God - en volgens die wet moet Hij sterven. Weg met Hem, die getuigt Zoon van God te zijn. Dat is tragisch.

Dit evangelie vertelt ons niet over dingen die 2000 jaar geleden gebeurd zijn. Wat de Joden gedaan hebben, zou waarschijnlijk elk ander volk in hun situatie gedaan hebben. In de grond van de zaak is het de levensgeschiedenis van elke mens. Het heilsaanbod van God herhaalt zich ook nu nog in ieder van ons. Iedereen van ons wordt elk ogenblik door God aangesproken. Elk genadeaanbod sluit in zich ook de mogelijkheid tot weigering. Hoe dikwijls spreekt God tot ons door situaties, door mensen, en wat doen wij?

Dit evangelie is ook de geschiedenis van de wereld nu. Ook deze wereld, met de geluidloze afval van miljoenen mensen. Deze wereld waar bijna niets meer te merken valt van het christendom, blijft toch Gods wereld, Gods eigendom, die Hij zozeer heeft lief¬gehad, die Hij om ze te redden Zijn Zoon gegeven heeft. Hier wordt gesproken over het Joodse volk dat zijn Heiland verwerpt, maar dat kan gelden voor elk volk dat God niet erkennen wil. Als wij de richtlijnen van het evangelie ter zijde leggen en de wereld willen inrichten volgens onze menselijke maatstaven die dikwijls genormeerd zijn door hebzucht of gemakzucht, dan blokkeren wij de kans voor het Rijk van God. Het zal ons dan afgenomen worden en gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvoor opbrengt. Zo is deze parabel een voortdurende vermaning voor elke mens, en ook voor de Kerk in het algemeen. Wij moeten ons hoeden voor zelfoverschatting. Wij zijn maar pachters, geen bezitters van de wereld. Wij zijn niet absoluut heer en meester over het leven, alsof wij zelf zouden mogen beslissen over het leven van het ongeboren kind. Wij zijn niet heer en meester over de schepping, alsof wij straffeloos het atoom mogen splijten, dodelijke bacteriën kweken, de wereld vervuilen. Wij zijn geen heer en meester over ons eigen doen en laten, alsof wij zelf kunnen bepalen hoe wij ons leven moeten inrichten.

De grote vraag blijft of wij het licht van Christus willen aanne¬men. Christus blijft de hoeksteen en zijn woord geldt voor alle volkeren en alle tijden. De mens kan onverschillig worden, kan Gods profeten uit de weg ruimen, kan Christus opnieuw kruisigen. Het laatste woord in deze wereld blijft echter aan God. Want de wereld is zijn eigendom, en de geliefde Zoon die zij buiten de wijngaard hebben geworpen en gedood, zal terugkeren als de ver¬rezen en verheerlijkte Heer.

Zoeken in Preken Online