27e zondag door het jaar A - 2002

A-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen

“Ik wil zingen voor mijn vriend, zingen het lied van mijn vriend en zijn wijngaard. Mijn vriend had een wijngaard, die lag op een vruchtbare helling. Hij spitte hem om en maakte hem vrij van stenen, hij plantte er uitgelezen wingerden; in het midden bouwde hij een toren en hij kapte er een perskuip uit. Toen hoopte hij druiven te krijgen, maar de wijngaard gaf enkel wilde vruchten.”

Zusters en broeders, in deze prachtige parabel bezingt Jesaja de zorgzaamheid van God voor de mensen. In het evangelie neemt Jezus die beeldspraak over. Ook bij Hem gaat de goddelijke landeigenaar bijzonder zorgzaam en liefdevol om met zijn wijngaard. De bijbel zit vol met zulke beschrijvingen, beelden en gebeurtenissen waaruit blijkt hoe mild God voor zijn volk is, hoe Hij na elk verraad, na elke afwijzing telkens opnieuw wil herbeginnen.

En verraad en afwijzing, ze zijn onuitroeibaar. In de eerste parabel weigert de wijngaard vrucht voort te brengen. In de beeldspraak van Jesaja staat die wijngaard voor de ontrouw, de afgoderij, de onrechtvaardigheid van het volk van Israël. In Jezus’ tijd is het er niet beter op geworden: nu weigeren de wijnbouwers niet alleen de opbrengst aan de eigenaar over te dragen, ze werpen zijn zoon zelfs uit de wijngaard en doden hem - wat ze inderdaad met Jezus gedaan hebben: Hem doden. “Daarom”, zegt Jezus, “zal het koninkrijk van God u ontnomen worden en gegeven aan een ander volk dat wel de vruchten daarvan opbrengt.”

En dat ander volk, zusters en broeders, dat is zijn Kerk, dat zijn de christenen, dat zijn wij. Wij zijn de wijnbouwers die in zijn wijngaard mogen werken. En nu kunnen wij ons afvragen: Doen wij ons werk goed? Brengen wij goede vruchten voort, zoals onze God van ons verlangt? Gaan wij even zorgzaam en liefdevol om met zijn schepping en met elkaar als Hij met ons? Zijn wij het wel waard zijn volk te zijn? Of moet God ook in ons ontgoocheld zijn, zoals Hij ontgoocheld werd en wordt in zijn uitverkoren volk?

In alle eerlijkheid, ik denk dat God inderdaad misschien wel ontgoocheld is. Als ik zie hoe weinigen op zijn uitnodiging ingaan, hoe leeg onze kerken zijn, hoe weinig van tel trouw geworden is, dan denk ik dat God alle redenen heeft om teleurgesteld te zijn in zijn volk, in zijn Kerk. Ik weet wel dat God niet met een rekenmachientje rondloopt, en ik weet ook dat Jezus altijd sprak van een kleine kudde, nooit van een grote massa, maar toch vermoed ik dat het Hem raakt dat er in zijn wijngaard zo slecht naar Hem wordt geluisterd. Ik denk dat Hij niet staat te juichen als zoveel gedoopten en gevormden geen aandacht hebben voor zijn woord, en geen tijd voor de gemeenschap waartoe ze behoren en waar de Schrift, het woord van God zelf, voor hen wordt geopend. Ik vrees dat Hij niet echt gelukkig is om al die lauwheid en al die onverschilligheid en al dat onvermogen van zijn Kerk om het goede nieuws van het evangelie tastbaar te maken. En soms vraag ik me af: zal voor God niet ooit de maat vol zijn? Zal Hij met zijn kerkvolk niet doen wat Hij met zijn uitverkoren volk heeft gedaan: zich een ander volk kiezen? We hoorden het in de eerste lezing: zijn geduld is niet eindeloos.

Zusters en broeders, het is vandaag vredeszondag, de afsluitdag van een week waarin onder impuls van Pax Christi Vlaanderen geprotesteerd wordt tegen het inzetten van kindsoldaten. Driehonderdduizend kinderen, soms niet ouder dan vijf, worden in zeventien landen gedwongen te moorden, te plunderen, te branden, te martelen. Het zegt veel over het vredesgehalte van deze tijd en van deze wereld. Waar we ook om ons heen kijken, we zien brutaliteit en geweld, ook in ons eigen land. Het ene conflict volgt het andere op: in de politiek, op straat, in de huizen, in elke gemeenschap. En internationaal is er de niet aflatende oorlogstaal van de Amerikaanse president, voor wie regeren blijkbaar gelijk is aan oorlog voeren. Vrede … ze is verder af dan ooit.

Welnu, zusters en broeders, soms vraag ik me af of het een niet met het ander samenhangt, of, met andere woorden, het feit dat zo weinigen ingaan op Gods uitnodiging niet de oorzaak is van het wereldwijde gebrek aan vrede. Nee, God heeft de mens niet laten vallen, God is niet wrokkig en niet verbitterd. God is liefde. Maar de mens, of toch veel mensen, hebben God laten vallen. Er is geen plaats meer voor Hem in hun leven, in de wereld. En in een wereld waarin geen plaats meer is voor God, is er ook geen plaats meer voor de mens. Hoe verder de mens zich van God verwijdert, hoe verder hij zich ook van een menswaardig gedrag verwijdert, want God staat voor liefde, respect, geduld, barmhartigheid. Dingen die Jezus ons in zijn naam is komen voorleven. Dingen die leiden tot verdraagzaamheid, en dus tot vrede.

Zusters en broeders, dat God in ons mag blijven leven, dat we goede werklieden mogen zijn in zijn wijngaard, en dat we zo tot vrede zouden komen met onszelf en met elkaar. Dat is wat Jezus ons vandaag wil leren. Amen.

Zoeken in Preken Online