Toen men een gevangene in een concentratiekamp tot op de huid onderzocht, vond men in zijn gebit een stukje papier waarop de laatste woorden van de bergrede stonden: ‘Wie naar deze woorden handelt kan men vergelijken met een verstandig mens, die zijn huis op rotsgrond bouwde’. Deze man wist wat in de verschrikkingen van het concentratiekamp zijn fundament kon zijn. Jezus, de steen die de bouwlieden hadden afgekeurd, was voor hem juist hoeksteen geworden.
Iedere mens bouwt zijn eigen toekomst op, bouwt aan het huis van zijn geluk, van zijn leven. De vraag is maar: welke bouwstenen wil je gebruiken: bezit, prestatie, comfort, of vriendschap, liefde, saamhorigheid? En wat zal de hoeksteen zijn, die alles samenhoudt? Een hoeksteen is altijd verborgen en toch draagt hij het hele gebouw. Onze fout is niet dat wij teveel aan aardse goederen zijn gehecht, dat wij geschapen dingen te hoog achten, maar de fout is dat wij God niet hoog genoeg achten. Sommige bouwlieden verwerpen God heel bewust in hun leven, anderen kunnen aan God geen plaats meer geven, zij laten de hoeksteen liggen omdat ze Hem geen plaats kunnen geven in hun bouwplan. Ook nu nog wordt Jezus door de bouwlieden verworpen omdat zijn levenswijze en zijn levenswaarden niet beantwoorden aan de aspiraties van de moderne mens. Daarom is heel de maatschappij uit haar voegen gebroken: mijn volk heeft een dubbele misdaad begaan, ze hebben Mij, de bron van levend water verlaten en hebben putten gegraven in de woestijn die geen levend water kunnen bevatten.
Als wij een betere wereld willen opbouwen, dan zullen wij weer moeten beginnen met God als hoeksteen te plaatsen. Dan moeten wij daarop de stenen plaatsen van gerechtigheid, liefde, geduld, vergeving. Vooral in deze stormachtige tijd hebben wij God nodig, zijn beloften kunnen richting en zin aan mijn leven geven. Ons mens-zijn, de dingen rondom ons heen hebben niet de toereikende grond in zichzelf. Alleen God die zich geopenbaard heeft als de scheppende liefde is de hoeksteen van ons bestaan. Wij zijn door Hem aanvaard, en zijn liefde is eeuwig en trouw. Hij roept ons op om zinvol en moedig te leven, zo krijgt ons leven een nieuwe zin en door zijn belofte van trouw breekt een stroom van licht door de duisternis van ons bestaan.
Ik wil eindigen met een moderne parabel. Een spin leefde tevreden in haar web totdat iemand zei: ‘De wereld is anders geworden, je moet het oude prijsgeven, je moet gaan rationaliseren, alles wat niet meer dient moet je afbreken en opruimen.’ De spin ging direct aan de slag en inspecteerde haar web. Maar geen enkele draad was overbodig, ze schenen allemaal nodig te zijn voor de vangst van haar prooi. Ze zocht en zocht verder totdat ze tenslotte een draad vond die kaarsrecht naar boven liep. Dus weg daarmee. Zij beet die schijnbaar nutteloze draad door en… haar hele web stortte in elkaar. Het was de draad waaraan het hele web hing.
Zo kortzichtig en dom zijn wij mensen vaak ook en de gevolgen daarvan zien wij dagelijks. Jammer genoeg zien wij het pas als het te laat is.