God lijdt aan mensen

A-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen

Wie vandaag onbevangen luistert naar de lezingen van deze zondag, die wordt getroffen door het leed dat God wordt aangedaan. Hij wordt gekrenkt in zijn liefde. Met de grootste liefdevolle zorg heeft Hij het volk van Israël als een wijngaard omringd, overvloedig voorzien van alles wat het nodig had. Wat had God nog moeten doen, dat Hij niet gedaan heeft? En toch oogst Hij alleen wrange vruchten van ontrouw en onverschilligheid. God stuurde in de loop der tijden profeten om zijn volk eraan te herinneren wat het moest doen, maar zij werden lastig gevallen, vermoord, zelfs zijn eigen Zoon spaarden zij niet.

God lijdt onder de ontrouw van Israël. Op het eerste gehoor is dat voor ons misschien een vreemde gedachte. God kan niet lijden. Maar als wij er eens dieper op ingaan, dan weten wij toch ook wel dat God niet van ijzer of steen is. Als God en liefde hetzelfde is, dan kan God alles lijden wat de liefde lijden moet. Als Israël vreemde goden naloopt, dan gaat dat God aan het hart. Als mensen andere mensen verknechten, dan lijdt God met die mensen mee. God is immers een teergevoelige God. God heeft zich kwetsbaar gemaakt door met Israël een verbond van liefde te sluiten. Maar Israël heeft telkens weer dit verbond verbroken, en daarom, zo zegt het evangelie, werd het Rijk Gods gegeven aan een volk dat wel vruchten voortbrengt.

God heeft een nieuw verbond gesloten met de Kerk. Maar het is jammer dat wij het moeten bekennen, het nieuwe Israël, de Kerk, munt ook niet altijd uit door heiligheid en trouw. Je zou bijna zeggen: God heeft zich wat op de hals gehaald door zijn heilige naam te verbinden met de Kerk. Hoe dikwijls heeft de Kerk in haar ge¬schiedenis, die naam van God misbruikt om eigen macht en voordeel te kunnen oogsten, in plaats van vruchten voort te brengen van vrede en gerechtigheid!

Zo kunnen wij zeggen: God lijdt aan de Kerk, zolang zij niet de vruchten van het Rijk Gods voortbrengt. Het is zoals Pascal zei: ‘Jezus zal in doodstrijd zijn tot aan het einde der wereld’ en hij voegt eraan toe: ‘gedurende die tijd mogen wij niet slapen’, zoals de apostelen, die sliepen bij de doodstrijd van de Heer. Jezus zoekt ook nu bij ons mede-lijden en solidariteit, totdat alle tranen zullen zijn afgewist.

Het is wel eens goed dat wij hier even bij blijven stilstaan. God lijdt omdat Hij liefde is, omdat Hij zich kwetsbaar heeft gemaakt in de liefde. Hij dwingt de mensen niet, Hij dreigt de mensen niet, Hij nodigt ons alleen uit, Hij wacht op onze erkentelijkheid, Hij lijdt wanneer wij ons niet richten naar het gebod van de liefde. Na alles wat de christenen en Joden hebben meegemaakt tijdens de oorlog in de concentratiekampen, spreken wij wel van de onmacht van God, en zeggen wij dat wij hier op aarde geroepen zijn om mee te lijden met Gods onmacht. God laat zich uit deze wereld wegdringen, tot aan het kruis. God is in deze wereld machteloos en zwak en alleen zo is Hij bij ons en helpt Hij ons. Gods naam immers is niet ‘macht’ maar ‘liefde’. Hij is een kwetsbare en lijdende God. Hij gaat met ons mee door de geschiedenis, in de gestalte van het zwakke en kleine, het hulpeloze: Ik was ziek, hongerig, gevangen.

Is God minder God omdat wij in Jezus zien hoe God kan lijden, onmacht kan doorstaan? Verliest God zijn gezicht omdat Hij zich kwetsbaar heeft gemaakt in zijn liefde? Ik denk van niet. De kracht van God is zijn zwakheid voor ons. Met deze God kunnen wij leven. Hij is geen gevoelloze God, geen almachtige heerser. Onze God is met heel zijn hart bij ons.

Zoeken in Preken Online