Niets is voor een gelovige zo pijnlijk als Gods afwezigheid. Wij bidden, wij roepen zijn naam, maar enkel eindeloos zwijgen wordt gehoord. Zoiets kan vreemde gevolgen hebben. Ofwel blijft de mens met eerbied wachten en wordt hij heilig geduldig. Ofwel wordt hij het wachten moe en gaat hij leven op eigen vleugelslag. Ofwel schrapt hij Gods adres.
In zijn parabels over het einde zegt Matteüs herhaaldelijk dat God in het buitenland is. De knechten boeren maar wat op zijn akkers. Meneer is op vakantie in zijn buitenverblijf… De onzicht¬baarheid van de eigenaar doet ons vergeten dat Hij ons vertrouwt en ons zijn akkers toevertrouwt. Hij is immers niet ongeïnteresseerd naar het buitenland gegaan. Hij bleef omhuld begaan met wat Hij mensen in handen had gelegd. Hij gaf zijn bezit uit handen maar alles bleef Hem van zeer nabij ter harte gaan. Misschien wilde Hij enkel onze vrijheid beproeven? Of de mens wellicht ooit zou zeggen: uit het oog uit het hart?
Precies dat is in het geding in de finale van het Matteüs-evangelie. De mens vergaapt zich aan de luxe van Gods afwezigheid. Als de kat van huis is… maar die kat kwam weer. Vergeef me dat ik even badineer met volkse spreuken. Toch is dat voor de mens sinds eeuwen de kapitale vraag: heeft God in het buitenland aandacht voor wat in het binnenland gebeurt? Is God dood, omdat Hij ons laat leven? Zijn de ouders plots onbestaande, omdat ze aan bun kinderen de volle ruimte gunnen om volgens hun eigen ritme te bestaan? Vele ouders zijn voor kinderen in het buitenland. Toch zijn die ouders van harte zéér, zéér aanwezig. Grote mensen die zo bescheiden kunnen zijn!
Zo is dus God. Bescheidenheid is zijn naam. Wij slaan echter iets over. Volgens Matteüs stuurt Hij geregeld dienaars en ten slotte de eigen zoon. Dat zijn de grote tekenen van zijn diepe betrok¬kenheid. De mens ontvangt geregeld signalen… uit het buitenland. Als de mens de luxe mag beleven van zijn vrijheid, mag hij ook Ooit eens ervaren dat zijn vrijheid wordt gewaardeerd en geëvalueerd. Dat is het grote punt in het verhaal van vandaag: ééns wordt het gewicht van onze vrijheid gewogen.
De mens die zovele signalen in de wind slaat omdat hij geëman¬cipeerd is, zal ooit eens de vraag horen of hij soms zelf niet in het buitenland was toen de bode op bezoek kwam? Daar gaat het om. Wat doet de mens met Gods profeten? Wat doet de mens met Gods liefste getuige, met Gods grootste gezant? Wat doet de mens met Jezus? Zal de mens opnieuw, voor de zoveelste keer, zeggen dat God in het buitenland vertoeft en dat Hij nooit eens op bezoek komt?
De mens kan Jezus niet zomaar opzij zetten. Daar is deze te goed en te mild en te eerlijk voor. Ook te eerbiedig voor onze vrijheid. Wij zouden er beter aan doen niet de studenten te imiteren die kletsen en lachen als de surveillant de studiezaal heeft verlaten. God is namelijk geen surveillant. Wij tonen wie wij zijn als Hij in onze studiezaal niet present is.
Hij is in ieder geval nooit dwingend aanwezig.