De mens vol-ledig

A-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

Deze woorden zijn gemaakt om ze te zingen. Het zijn woorden die vragen om muziek. Dat hebben christenen dan ook gedaan al twintig eeuwen lang. Ze doen het ook nog vandaag. Het is een waarheid die hymne wordt. Te zingen eerst in mineur met het hoofd gebogen en daarna in majeur met het hoofd omhoog. Zo heeft Paulus zelf het getoonzet!

In Jezus loopt het leven leeg, rot de laatste druppel. Mensen hebben hem geslagen en vernederd, verknecht en gebroken, veroordeeld en gekruisigd. Zo is de waarheid en zo zeggen wij dat ook vandaag. Maar Paulus zegt dat eventjes anders. Hij heeft oog voor Jezus die het moest ondergaan, die met onze slagen iets moest doen.

Toen het niet anders kon, heeft hij voor de evidente onwil van mensen, voor de boze koppigheid van mensen het eigen hoofd gebogen. Heel bewust, pijnlijk bewust van een geheim dat mensen nooit verstaan: alleen wie zijn leven uit handen geeft, geeft het in handen. Dat is de helder-ziende gehoorzaamheid van iemand die, als geslagene, plots groter is dan de blinde gehoorzaamheid van zijn ‘slagers’. Met dat gebaar is hij gegaan tot de uiterste grens van wat mens-zijn is. Als je aan die grens staat, sta je nergens meer.

Dan sta je leeg-gegeven, in het niemandsland waar geen stem meer spreekt, waar alles duister is, waar alle leven zwijgt waar je alleen nog een kale, lege bodem ziet.

Zonder droom, zonder hoop. Dof en mat. Hier ben je als mens leeg. Hier ben je niemand. Hier ben je mens in mineur.

En nu zegt Paulus iets wat de nieuwe evidentie is: als je óver de grens van de dood bent gegaan, heb je geen verhaal meer. Een mens heeft geen verhaal tegen de dood. Als er dan toch een nieuw verhaal begint zal het van elders moeten komen. De leegte kan pas gevuld worden door de volheid van een Ander die blijkbaar ook helder-ziende is in Zijn gehoorzaamheid aan de mens. Hij, en Hij alleen, weet waarom de armoede van de leegte, waarom de kuil van onze diepste val niet de laatste bedoeling mag zijn.

Voor dat geheim dat niet ons maaksel is, dat ons niet toebehoort, kan en mag een mens enkel het hoofd oprichten en een nieuw lied zingen. Dit keer in majeur.

De slaaf wordt de heer, de gebrokene wordt hersteld, de gevallene wordt opgericht. Dank zij een Ander die wij daarom op hoge toon noemen: onze God die wonderen doet!

Dit geheim is van een andere orde dan alles wat er is op aarde. Het gaat al onze zinnen, al ons verstand zelfs al onze meest roekeloze fantasie, te boven.

Alleen wie de grofheid van het onrecht en de waarheid kent van onze leugen, zal geloven, dat de mens zo niet mag vergaan, dat het einde van de mens anders moet zijn.

Wie weet heeft van God zal dit voortaan belijden met een lied! Hij zal be-amen, dat God alleen de mens maakt tot wat hij is: een wezen vol-ledig.

Zo vieren wij Pasen in oktober. Christenen kunnen dat blijkbaar niet laten.

Zoeken in Preken Online